Ik werk vrolijk de hele woensdag en stap, als ik ben uitgewerkt, in de auto. Een uurtje over de autobahn en tien minuten over wat kleinere weggetjes en ik sta aan de rand van de Tenderingssee. Onderweg heb ik de lucht scherp in de gaten gehouden. Er vliegen veel Kraanvogels en een mooie groep wil ik niet graag missen. Helaas werken de Kranen niet mee, maar de See zit er veel belovend uit, met veel eenden erop. Ik zet mijn scoop neer en kijk van links naar rechts over het meer. Al snel zie ik een kleinere Fuut zwemmen. ‘Roodhals!’, denk ik direct, en dat blijkt te kloppen. De vogel zwemt naar me toe en gaat dan niet ver uit de oever frequent duiken. De vogel is meer onder dan boven water, maar toch lukt het me een redelijke bewijsplaat te maken.
Een heerlijke bonus, maar eigenlijk wil ik ook wel graag die
IJseenden zien. Ik scoop en scoop, maar ik zie ze niet. Net als ik begin te
twijfelen zie ik – heel erg ver, aan de overkant tegen de oever – een man
IJseend. De vogels zijn bijna continue onder water. Met heel veel geduld kan ik
ze tellen, en ik kom op 1 man en drie vrouwen. Ze laten zich moeizaam bekijken
en met een vluchtige blik over de See had ik ze nooit gevonden. Ik probeer een
bewijsplaatje te maken, maar dat lukt me niet… Oordeel zelf maar.
Als ik terug rij richting Zyfflich blijf ik de hemel scherp
in de gaten houden. Hier moeten toch Kraanvogels vliegen? En het werkt, na een
goede tien minuten zie ik ineens links van de weg een grote groep vogels. Het
is direct duidelijk, dit zijn Kranen! Ik kan de auto aan de rand van de drukke
weg parkeren en maak snel een paar foto’s. Ongeveer 35 vogels schat ik, die
langzaam flappend en glijdend in oostelijke richting verdwijnen. Tevreden rij ik naar huis, een goede
voorbereiding (en wat geluk, laten we wel eerlijk blijven) werpt zijn vruchten
af!
.jpg)
.jpg)
.jpg)








