woensdag 11 maart 2015

Zweistellige Zahlen

Het voorjaar gaat beginnen, eindelijk! Na al die grauwe en grijze dagen (afgelopen weekend las ik dat van de 65 dagen die 2015 toen telde er 45 zonder zon waren geweest - bij ons in de omgeving wel te verstaan) gaat de zon echt schijnen en klimmen we in de dubbele cijfers.

Je merkt het direct aan bijna alle vogels. Alles begint te zingen en op zoek te gaan naar eventuele broedplekjes (zoals de Nijlganzen hieronder). De Kollen zijn bijna allemaal verdwenen, hoewel ik de 9e maart nog ruim 1000 in de directe omgeving wist te tellen. Heel erg langzaam komen de 'zomergasten' weer terug in de Duffelt. Zo zag ik Grutto, Tureluur en de eerste Bergeend.


In Fryslan, daar zijn veel muizen, maar bij ons heb je die ook. Onze tuin zit stampvol, vooral in de boomgaard zie je overal gaatjes in de grond. Het weiland direct naast ons is ook al vergeven van de muizen. Bijna elke avond zie ik daar nu deBlauwe Reiger lopen. Voor mijn gevoel is het steeds dezelfde, maar of dat klopt?? Hoe dan ook, ik volg hem (haar?) een tijdje en in no-time heeft die een stuk of wat muizen te pakken. Met huid en haar gaan die naar binnen. Zal toch een vreemd iets zijn, het ene moment van je leven kruip je door het gras, het andere moment glij je door een lange hals een maag binnen. Hoe wrang kan het zijn? Ik ga aan de rand van het weiland zitten en de reiger trekt zich niets van me aan. Die heeft alleen oog voor al die lekkere hapjes die daar rondkruipen. Het levert een paar leuke foto's op van deze heel erg bijzonder efficiënte muizenvangers.








 Als ik op een mooie morgen door de boomgaard loop zie ik plotseling in de nestkast van de Steenuilen iets pluizigs liggen. Ik haal er snel een ladder bij en dan blijkt mijn vermoeden te kloppen: een dood muisje! Elke avond en nacht roepen de Steenuilen, maar tot op heden had ik geen enkele indicatie dat ze ook echt de kasten bezochten. Helemaal zeker weten doe ik het natuurlijk niet, maar volgens mij is dit gedaan door een Steenuil. De volgende dag blijkt de muis verdwenen te zijn... Het blijft allemaal heel erg spannend !!




Nog even voor de liefhebbers een update van de tuinlijst. Nieuw zijn Wilde Eend, Goudplevier (een mooie groep van ongeveer 22 vogels richting oost) en een Klapekster. Deze vliegt mooi golvend over de tuin in oostelijke richting, mij in een staat van verbijstering en euforie achterlatend. In de directe omgeving werden de afgelopen winters regelmatig Klapeksters gezien, maar deze winter werd er nog geen enkele gezien. Een heerlijke en totaal onverwachte toevoeging aan de lijst.

vrijdag 20 februari 2015

Ich gehe Dingdungen

Het leuke van een verhuizing is dat je een nieuwe local patch kan gaan zoeken. Nu ben ik maar iets meer dan 4 kilometer verhuisd, dat is dus niet heel erg veel. Maar het is genoeg om voor een nieuwe local patch. Want nu ligt plotseling een nieuw gebied, met voor mijn gevoel voldoende vogel-potentie, binnen fiets bereik. Dit gebied lag eigenlijk al binnen fiets bereik vanaf het oude huis, maar nu ligt het letterlijk om de hoek. En dat is toch (voor mij dan) het kenmerk van een local patch; een gebied dat zo dicht bij ligt dat je het elke dag met weinig inspanning en tijd kunt bezoeken. 

Ik had al een local patch. Over dit gebied (de Kleyen) heb ik tijden geleden al eens iets geschreven. Ook een gebied met potentie. Wel hard werken, heel veel bezoeken leveren (qua zeldzaamheden) weinig tot niets op. Maar af en toe is het raak. Zo zag ik hier Groenlandse Kolgans, Roodhalsganzen, Velduil, Roodpootvalk, Steppenkiekendief, Beflijsters, Zeearenden en erg regelmatig Rode en Zwarte Wouwen. Maar daar zijn dan ook wel heel erg veel bezoeken voor nodig.

Het leuke van het local patch vogelen is dat je een gebied heel erg goed leert kennen. Je weet precies waar je wat zou kunnen verwachten. Welke weilanden zijn nat na langdurige regen, waar zitten in het najaar altijd Paapjes en Tapuiten. Vanuit welke plekken kan je het beste ganzen bekijken, en ga zo maar door. Hierdoor weet je ook het meeste uit je bezoeken aan je local patch te halen. Maar daar zijn dan (althans bij mijn local patches) ook wel veel bezoeken voor nodig, heel vaak ga je op stap en komt met weinig tot niets thuis. Maar door vaak te gaan maak je de kans dat je iets leuks gaat vinden groter. En dan is mijn theorie dat je beter vaker en kortere bezoeken kan brengen aan je patch dan af en toe een heel lang bezoek. Maar dat is meer gut-feeling dan dat ik het echt kan onderbouwen. Als je hier aan gaat rekenen komt er misschien wel heel iets anders uit.



Maar goed, mijn nieuwe – tweede – local patch. Deze ligt op een steenworp afstand van waar ik nu woon en dit is voor mijn gevoel een goede plek. Een mooie afwisseling van kleine weggetjes, veel heggen, overhoekjes, lege schuurtjes met rommel en daarnaast een heel kaal en open gedeelte. Grootschalige akkers en weilanden met grote solitaire bomen. Op dit moment overwinteren hier twee (man en vrouw) Blauwe Kieken, zitten hier ontelbaar veel Kramsvogels en de afgelopen winters (maar deze dan weer niet) verbleef hier steeds een Klapekster. In het voorjaar zitten de heggen vol met Grasmussen, Geelgorzen en Spotvogels en hier komen nog veel Gekraagde Roodstaarten voor. Vanuit het kalere deel kan je onnoemlijk ver kijken, je ziet de Elterberg en het Reichswald liggen. Het is dus een plek waar je roofvogeltrek kan verwachten. Of dat echt zo is zal de toekomst me leren. Oh ja, de weg waarlangs dit gebied gedeeltelijk ligt heeft de curieuze naam Dingdung. Ik ga nu dus - naast Kleyen – regelmatig even ‘Dingdungen’!



Nog heel snel wat recent vogelnieuws. De tuinlijst is weer iets langer geworden met Sijs, Grote Lijster en Kraanvogel (afgelopen zaterdag drie exemplaren naar oost). En afgelopen dinsdag zat er in het weiland naast het huis 1285 Kramsvogels en een (echt, hoe goed ik ook zocht, het bleef er maar 1) Koperwiek.




dinsdag 10 februari 2015

Es geht gut

Vanmorgen vroeg stapte ik de garage uit en hoorde een luide sissende, krijsende roep: Kerkuil. Nieuw voor de Antoniushof (zo heet de boerderij) tuinlijst. Dit was soort nummer 51, de laatste toevoegingen waren de afgelopen dagen Ooievaar, Keep en Slechtvalk.

Met uilen gaat het sowieso goed, elke avond en ochtend hoor ik meerdere Rans- en Steenuilen roepen. Hoewel aan de rand van onze tuin acht oeroude knotwilgen staan, is het voor mij nog steeds onduidelijk of Steenuilen ook echt in de tuin broeden. Daarom hebben we in januari in drie fruitbomen nestkasten geplaatst. Drie omdat Steenuilen blijkbaar gebruik maken van meerdere kasten. Eentje om te broeden en andere om te slapen. Dus drie van die pijpen gekocht en opgehangen. Het zal wel een kwestie van geduld worden, men wist mij te vertellen dat het lang kan duren voordat uilen van een kast gebruik gaan maken. Nou ja, maakt niet uit. We zien wel hoe het gaat lopen.


Twee van de drie nestkasten.

Waar het ook goed mee gaat zijn de Kramsvogels. In deze winter waren die er gewoon niet. Je zag af en toe een paar vogels vliegen en dat was het dan wel. Tot voor een paar weken. Op een ochtend zag ik ineens een groep Krammen overvliegen, en daarna nog eentje en nog eentje. ‘Hier is iets aan de hand’ dacht ik en dat was het ook. De hele ochtend vlogen ze laag over, in brede losse groepen tot wel 500 vogels. En nu zit het helemaal vol met Kramsvogels. Overal kom je ze tegen, in groepen tot wel 1500 vogels.

Wat je in deze tijd van het jaar ook tegenkomt (maar dan in veel grotere groepen) zijn ganzen. Bij ons zijn dat hoofdzakelijk Kolganzen met af en toe behoorlijke aantallen Rietganzen. Kenmerkend voor de tweede helft van de winter is de toename van het aantal Brandganzen. Eergisteren telde ik op ongeveer 3500 ganzen zo’n 30 Brandjes. Lijkt weinig, maar voor hier is dat een behoorlijk aantal. Voor velen is het geestdodend en oersaai: ganzen afkijken. Hoewel ik voor mijn broodwinning onderzoek doe aan ganzen en zwanen blijft het me boeien. Bij een grote groep ganzen staan en dan heel rustig alles afscopen. Zoeken naar die ene Roodhals, Kleine Riet of Dwerggans. Roodhalzen kom ik vrij regelmatig tegen, net als Kleine Rieten. Dwergganzen zijn mega, tot nu toe lukte het me nog maar twee keer eentje hier te vinden. En Rotganzen? Die zijn echt über-mega, die vond ik nog maar een keer. 

Ik heb het geluk dat ik maar een minuutje hoef te fietsen voor duizenden ganzen. Dus zodra ik een beetje tijd heb probeer ik wat groepen af te kijken. Deels voor halsbanden, maar eigenlijk nog meer voor de zeldzaamheden. Het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan… Eergisteren weer een leuke score, twee verschillende Kleine Rieten. Voor de liefhebber hieronder een zoekplaatje, waar zit die bijzonderheid?


dinsdag 3 februari 2015

Umzug bedeutet neue Gartenliste...

Eerst even dit: dankzij een aantal vogelaars die ik gisteren tegenkwam in Groningen (Grijze Junco) en me duidelijk maakten dat ze mijn verhaaltjes echt misten kwam de inspiratie en het vuurtje terug. 'It giet oan' zeg ik dan als rasechte Fries. Dank Rene, Holmert, Jan, Jan en Wienand voor jullie inspirerende woorden!


De oude tuinlijst (de eerste vogelsoorten zijn gezien op de dag van onze verhuizing, 27 april 2010) was in de loop van de jaren gestaag gegroeid. Natuurlijk kwamen er de laatste tijd niet veel soorten meer bij. Maar de soorten die ik kon bijschrijven waren niet mis. Wat te denken van Ortolaan en Duinpieper (beide laag roepend over de tuin). Of de Bladkoning die op 16 en 17 oktober 2013 in de tuin bivakkeerde. De laatste toevoeging aan de lijst is een redelijk algemene soort geworden, in de laatste week kwam heel kort een man Goudvink de tuin bezoeken. Deze soort had ik al veel eerder verwacht (komt redelijk veel in de directe omgeving voor), maar tot op dat moment had ik de soort nog niet mogen bijschrijven. Tot die laatste week.

 De tuinlijst is dus op 135 soorten geëindigd. Volgens mij niet verkeerd voor een tuin diep in het binnenland. Natuurlijk was de oude tuin groot en keken we aan de voorkant vrij uit over de velden. De groepen ganzen liepen letterlijk in het weiland aan de overkant van de straat. Maar toch, je moet eerst al die soorten maar eens zien in de kijker te krijgen.

De tuinlijst

Welke soorten heb ik dan gemist in die viereneenhalf jaar? Opvallenste is wel Spotvogel en Bonte Vlieg. Beide soorten die toch redelijk algemeen bij ons in de omgeving voorkomen. Maar nooit is het me gelukt die te horen of te zien te krijgen. Ook een opvallende misser is Kwartelkoning. Die zat een voorjaar niet ver van ons huis een heel voorjaar snoeihard te roepen. Maar hoe ik mijn best ook deed, het lukte me niet de vogel vanuit de tuin te horen. Zelfs de wekker zetten en midden in de nacht gaan luisteren hielp niks, tot mijn grote frustratie.

De laatste soortjes

Hoewel het nieuwe huis subliem is, een droom die is uitgekomen en ga zo maar door, deed het me toch pijn de tuinlijst te moeten afsluiten. Die lijst hoort bij het huis en ik ben er altijd erg trots op geweest. Dus dat het leuk was er een streep onder te moeten zetten. Nou nee, niet echt. 

Bladkoning in de tuin op 16 en 17 oktober 2013

Maar goed, een nieuwe tuin, dat dan weer wel. Wat gaat die me opleveren, wat is de potentie? Ik denk veel. De tuin is groot, meer dan een halve hectare. Aan een kant loopt een mooie oude brede meidoornhaag. Aan de andere zijde kijk je uit over weilanden met daarlangs ook mooie, oude brede heggen. Achterin de tuin is een hoogstamboomgaard met veel oude fruitbomen. De tuin ligt op het zuiden en ik kan (mede omdat de boerderij op een kleine terp ligt) ver, echt ver kijken. Ook naar het noorden heb ik vrij uitzicht. Voor mijn gevoel zit het wel goed, en het gaat vanzelf blijken of ik met dit gevoel goed zit. Het begin is er, een paar dagen nadat we de sleutels kregen (vanaf dat moment mocht ik van mezelf beginnen met tellen) vloog er een mooie adulte man Blauwe Kiekendief langs. En afgelopen weekend zaten er kort 3 vrouw Goudvink in de heg.

Ik heb zin mijn avonturen in Niel en omgeving op te gaan schrijven. En als ik niet weer tegen een writers-block aanloop, ga je dit allemaal meebeleven! Stay tuned !  







zondag 26 mei 2013

Turkestanwürger, Vlieland 1 Oktober 2000

Naar aanleiding van onderstaande, wereldberoemde foto van 1 oktober 2000 die op de Facebook pagina van Peter Meininger staat, besloten het hele verhaal over de Turkestaan van Vlieland online te zetten. Omdat het verhaal te mooi, te uniek en bijzonder is om niet te delen met de rest van de Wereld!

In het jaar 2000 werk ik bij het NIOO in Yerseke (Nederlands Instituut voor Ecologie, onderdeel van de Nederlandse Akademie van Wetenschappen, www.nioo.nl. Hier werk ik nu nog steeds, echter nu in Wageningen). Ik woon in die tijd midden in Middelburg en heb veel contact met de Zeeuwse vogelaars. Daarom ga ik, eind september 2000 met een aantal Zeeuwse vogelaars naar de Dutch Birding week op Texel. Toen was dit een hele week, tegenwoordig is deze week tijdens een weekend. Samen met Peter Meininger, Guido Davids en Arjan Ovaa ben ik deze DB week op Texel.

 Op zaterdag komen er berichten vanaf Vlieland, in de Kroonpolders zou een mogelijke Kleine Torenvalk gezien zijn. De vogelaars op Texel reageren zenuwachtig. Men wil naar Vlieland, je weet het immers maar nooit! Gelukkig vaart tussen Texel en Vlieland in de zomermaanden een veerboot, de Vriendschap. Dit is een klein veerbootje, je moet opstappen op de oostpunt van Texel en wordt dan afgezet op het meest westelijke stukje van Vlieland. Van daar uit rij je met de Vliehors Expres, zo’n bekende gele vrachtwagen,  naar de bewoonde wereld. Iemand (geen idee wie) regelt dat er een extra vaart is. We kunnen een uur eerder dan normaal met de boot naar Vlieland en worden dan met de Vlieland Expres naar de Kroonpolders gebracht, daar waar de Kleine Torenvalk moet rondhangen.We hebben de hele dag de tijd, en kunnen dan om kwart over zes met een extra boot weer terug naar Texel.

Als we in de Kroonpolders aankomen begint het te regenen, het valt met bakken uit de lucht. We lopen rond en al snel blijkt de Kleine Torenvalk een iets abnormale Torenvalk te zijn. Ik kan me nog goed herinneren dat iedereen een beetje moedeloos, in de stromende regen, rondhing bij de Kazerne. Ook weet ik nog heel goed dat mijn enkel weer afschuwelijk pijn deed. In mei 1999 verbrijzelde ik mijn linkerenkel, en daar heb ik een jaar later nog steeds heel veel last van. In de stromende regen worden we koud, steeds natter en krijgen we steeds meer honger. We besluiten daarom naar het café-restaurant Posthuys te lopen. Hier blijken meer natte vogelaars de tijd te doden. Zo zitten we een tijd, terwijl de regen nog steeds met bakken uit de hemel valt. We moeten wachten op de Vliehors Expres die ons ergens tussen vijf en zes uur naar het veertje zal brengen. Hier hebben we geen zin in, ik al helemaal niet. Mijn enkel doet waanzinnig pijn, ik wil liggen en de pijn proberen te vergeten.

Gelukkig blijkt dan dat er ook een Vliehors Expres om kwart over vijf uur vertrekt. Dit is de reguliere boot, wij hebben een extra boot en die vertrekt een uur later. En zo kruipen wij, een uur eerder dan eigenlijk de bedoeling is, in de Vliehors Expres. Deze is afgeladen vol, met toeristen maar gelukkig passen er nog een handjevol (14 blijkt later) vogelaars bij. Ik stap als laatste in en zit samen met Bart Brieffies en Peter Meininger aan het uiterste einde van de bus. Hier proberen we te schuilen voor de regen. Iets dat niet goed lukt, regelmatig waait de regen naar binnen. Na enige tijd, we rijden dan vlak langs de zee, op de Vliehors, stopt de wagen. De chauffeur roept dat hij iets met doen aan het oliefilter en zo staan we in een verlaten wereld. Het regent nog steeds snoeihard, maar plotseling zie ik in het aanspoelsel vogels bewegen. Ik ga half op de treeplank achterop staan en kijk ik met mijn verrekijker. Ik zie al snel een Zwartkop en nog een paar Phyllo´s. En dan zie ik plotseling een vogel die ik nog nooit eerder gezien heb… vol verbijstering kijk ik er naar. Ik heb weet nog dat door mijn hoofd flitste ´dit is een exoot of een Amerikaan´. Ik probeer Bart Brieffies uit te leggen dat ik iets vreemds zie en of hij kan kijken. Bart probeert de vogel te vinden en spreekt dan de historische woorden:. ‘Ach, een Tapuitje’… Hij stopt dan met kijken. Ik blijf aandringen dat het toch echt iets anders is dan 'een Tapuitje' en dan ziet Peter Meininger (die ondertussen ook al aan het kijken is) plotseling de vogel, hij ziet hem vliegen en ziet een rode staart. ´Izabelklauwier!!!´ brult hij door de bus. Dit is het teken voor volledige chaos. Alle vogelaars willen tegelijk de bus uit, maar dat gaat niet zo eenvoudig. Links en rechts klimmen vogelaars over de verbijsterde toeristen en vallen – soms letterlijk – uit de bus.

Telescopen worden neergezet en we kijken naar een Izabelklauwier… De vogel zit in het aanspoelsel en vliegt af en toe loodrecht een meter of drie omhoog. Dan daalt de vogel weer en gaat weer in het aanspoelsel zitten. De chauffeur van de vrachtwagen komt dan naar me toe, de bus moet verder en hij vraag ons of we nog mee willen. Ik maak hem duidelijk dat we willen blijven en of het mogelijk is met de volgende rit mee te rijden. Hij moet immers toch nog de overgebleven vogelaars in het Posthuys ophalen. Dat is geen probleem en zo rijdt de Vliehors Expres weg. Ik zal nooit de uitdrukkingen op de gezichten van de toeristen vergeten… die hadden geen idee wat er aan de hand was en waarom wij in hemelsnaam niet verder meegingen.

Als de bus weg is blijken we met 14 vogelaars te zijn. We genieten met volle teugen, het is ook zo bizar. We staan in een helemaal leeg en grauwe wereld, in de stromende regen, naar een Klauwier te kijken. Hoewel de verbindingen slecht zijn, lukt het na enige pogingen toch om een bericht (met het oude semafoonsysteem) te versturen. Daarna maken we een beschrijving, ik weet nog dat Roy Slaterus alles noteerde terwijl wij de kenmerken opsomden. Want, ondanks de euforie hadden we heel goed door dat het belangrijk was de kenmerken te noteren. Na enige tijd vliegt de Klauwier op en verdwijnt over de Vliehors in de grauwheid. We denken op dat moment de vogel nooit meer te zien te krijgen, maar dat bleek niet helemaal het geval te zijn…

Toen de vogel eenmaal weg was ontlaadde de spanning zich totaal. Vogelaars omarmden elkaar en vriendschappen voor het leven ontstonden. Ook werd toen de befaamde foto gemaakt (door Monique van de Ward). We hadden iets uniek meegemaakt, iets dat je misschien maar een paar keer in je leven zal overkomen.

Het duurt een tijdje voordat de Vliehors Expres weer verschijnt, vol met nerveuse vogelaars. Die weten dan – door onze ‘afpiep’ – dat de vogel weg is. Iedereen vraagt ons het hemd van het natte lijf, ik kan me nog heel goed al die gespannen gezichten herinneren. Het beroemde artikel van Worfolk (Dutch Birding 22: vol 6) was toen nog niet verschenen, en het is niet helemaal duidelijk of we nu een Turkestaan of een Daurische Klauwier gezien hebben. Het maakt mij op dat moment helemaal niets uit, we hebben een waanzinnig mooi vogel gezien, op een onwaarschijnlijke plek… En ik weet nog goed dat ik denk, met gepaste trots dat wel, ‘als ik niet naar buiten had gekeken en die vogel had zien zitten… Als ik niet had aangedrongen te kijken, dan….’. Eenmaal aangekomen bij de steiger van de boot naar Texel blijkt dat hier ook heel veel gestrande vogels zitten. Onder de steiger, op de houten balken, zitten o.a. Karekieten en Phyllo’s. Blijkbaar is er een echte fall op de Vliehors!

Terug in het huisje drinken we nog een paar goede glazen wijn en bier. Daarna gaan we allemaal ziels gelukkig slapen. De volgende ochtend zijn we al weer vroeg op stap. We zijn aan het vogelen bij de camping de Robbenjager als we iemand hoorde schreeuwen ‘Izabelklauwier’. Lachend kijken we elkaar aan, ‘kijk, die doen de schreeuw van Peter na’ zeggen we. Maar dat blijkt heel anders te zijn als we ineens bij het Reddingsboothuisje vogelaars zien rennen. Harm Jan Wight heeft een Izabelklauwier ontdekt, onze vogel zal later duidelijk worden...  Deze vogel blijft tot en met 6 oktober op Texel, de hele tijd op de oostpunt. Later in de week, op dinsdag, gaan wij nog het eiland af en twitchen de Daurische Klauwier bij Castricum.

De Turkestaan van Vlieland en Texel is de eerste voor Nederland. De tweede voor Nederland wordt ook op Texel gezien (augustus 2002), volgens mij de terugkerende vogel van 2000. De ontdekking van de Turkestaanse Klauwier op Vlieland is tot nu toe voor mij nog steeds een van de hoogtepunten uit mijn ´vogel-carrière´. Een bekend vogelaar vertelde mij eens ‘vogels kijken is het verzamelen van herinneringen’. Nu, dat is het zeker !

donderdag 23 mei 2013

Terekwasserläufer !

Het is zaterdag als ik mijn spullen pak en besluit langs de Rijn te gaan vogelen. Het is windstil en het regent voor de verandering eens niet. Perfecte omstandigheden voor het vinden van een leuke soort. De grote plassen langs de Rijn zijn altijd goed voor zeldzaamheden, en dat zal in de maand mei zeker niet anders zijn. Vol verwachting rij ik, via Emmerich aan de Rijn, richting Reese. Hier zijn een paar hele grote plassen (ontstaan door het winnen van kiezel), direct langs de Rijn. Sommige van die plassen en afgravingen zijn bijna niet te bekijken, maar bij Reese is dat anders. Daar kan je, zelfs met de auto, vlak aan de oever komen. En, daar zijn slikjes en daar zitten steltlopers, leuke meeuwen en sterns.

Op weg naar Reese bezoek ik nog twee andere goede plekken. Hier is helaas niets te vinden en dus rij ik – zonder al te veel hoop – verder. Als ik bij de plas aankom parkeer ik mijn auto, pak mijn scoop en kijk de slikjes af. Eerst zie ik een aantal Tureluurs (gewoon), dan een Kemphaan (leuk), dan een Bonte Strandloper (leuker) en dan loopt er ineens een Terekruiter in mijn beeld (super…).  De vogel loopt niet zo heel erg ver van me vandaag (ongeveer 200 meters) en laat zich prima bekijken. ‘Yes”, denk ik, ‘hier doe ik het voor!”.

Ik realiseer me dat een bewijsplaatje wel handig zou zijn en maak snel een paar digiscoop plaatjes. Zodra de vogel er een beetje herkenbaar opstaan probeer ik andere vogelaars te waarschuwen. Dat blijkt een bijna onmogelijke taak: ik ken het doorgeefsysteem van Club300 niet om daarmee een bericht (sms) door te geven. Whatsapp groepjes kennen ze in Duitsland niet, en alle mij bekende vogelaars nemen de telefoon niet op. Ik verstuur een paar sms-jes en geniet daarna in mijn uppie van de vogel. Die loopt druk te foerageren (min of meer samen met het Bontje) en vertoont geen tekenen snel te verdwijnen.

Met tegenzin verlaat ik, na iets meer dan een uur, de vogel en rij naar huis. Ik ben nog maar net op weg als ik een vogelaar aan de telefoon krijg, Daniel Doer. Die heeft geen tijd zelf direct te gaan kijken, maar hij zal doorgeven dat er een Terek bij Reese zit. Het is ondertussen later geworden en ik laat het doorrijden naar de ToH maar zitten, dat haal ik toch nooit meer…


Thuis aan gekomen zie ik dat Daniel de vogel heeft doorgegeven:
Peter de Vries hat heute einen Terekwasserläufer am Reeser Meer Südteil (Kreis Kleve) entdeckt. Der Vogel ist aktuell (18.5., 16:25 Uhr) noch zu sehen. Außerdem 1 Alpenstrandl. Gruß Daniel

Later blijkt dat de vogel gezien is door ongeveer 7 man en 1 vrouw. Zo tegen zeven uur ’s avonds werd het helder en begon de zon de schijnen. De Terekruiter had hier blijkbaar op gewacht. Zonder enige aanleiding vloog de vogel op en verdween… om niet meer terug te komenToch weer een leuke ontdekking, voor mij persoonlijk de leukste tot nu toe in Duitsland, na onder andere highlights als Vale Gier, IJslandse Grutto, Steppenkiek, Hop, Roodpootvalk, Dwerggans en Groenlandse Kolgans…

donderdag 25 april 2013

Peter in Norwegen II

Hier even een update uit het noorden. Alles gaat prima hier, de ganzen werken soms minder en soms goed mee, dus we hebben al een hele stapel protocollen liggen. Daarnaast hebben we de nodige graankorrels en droppings (keutels van ganzen) verzameld. Die gaan we terug in Nederland analyseren (near-infraread spectroscopy en kalorie metingen).

Het voorjaar wil hier niet echt opschieten. Het is nog steeds koud (vandaag max 3 graden) en het regent en waait nog steeds veel en hard. Het weer lijkt wel een beetje op dat van afgelopen maart in Nederland, waterkoud. En daarom kom ik ook niet veel andere soorten tegen dan het rijtje uit mijn eerdere post. Ik had nog een overvliegende Visarend, zag twee maal een Ruigpootbuizerd en een op 13.000 Kleine Rieten jagende Zeearend is ook niet mis. Maar toch mis ik het voorjaar wel een beetje, ik maak nu al zo lang kou en slechte weer mee. Jaja, ik weet het. Ik mag niet klagen, heb de mooiste baan van de wereld en mag als werk fundamenteel vogel-onderzoek doen in de mooiste gebieden. Maar toch, een beetje warmte en zon zou niet verkeerd zijn.

Ok, genoeg daarover. Wat doe je dan tijdens het kijken naar al die Kleine Rietganzen? Precies, je gaat af en toe andere ganzen soorten zoeken. Brandganzen komen hier vrij regelmatig voor. Ondertussen heb ik al een stuk of 10 vogels gezien. Eenmaal zelfs een groepje van vier vogels. Kolganzen zijn veel zeldzamer en komen hier onregelmatig voor. Twee maal heb ik nu Kollen gezien, een solitaire vogels tussen de Kleine Rieten en vandaag (donderdag) twee vogels bij elkaar. Rietgans is veel zeldzamer hier, en die ontdekte ik vanmorgen tijdens een scan van een groep Kleine Rieten. De vogel viel direct al op door het veel bruinere verenkleed. Omdat de vogel lag te slapen was eerst nog niet duidelijk of het een Toedra of Taiga was. Taiga zou je hier eerder verwachten dan Toendra. Maar toen de vogel even opkeek bleek het toch een echte Toendra Rietgans te zijn. Toch leuk!

Maandag vliegen we terug naar Nederland en daarna duik ik Duitsland weer in. De hele week daarna heb ik vrij, dus heerlijk veel tijd voor de tuin en natuurlijk vogels kijken!!