Het leuke van een verhuizing is dat je een nieuwe local
patch kan gaan zoeken. Nu ben ik maar iets meer dan 4 kilometer verhuisd, dat
is dus niet heel erg veel. Maar het is genoeg om voor een nieuwe local patch.
Want nu ligt plotseling een nieuw gebied, met voor mijn gevoel voldoende vogel-potentie,
binnen fiets bereik. Dit gebied lag eigenlijk al binnen fiets bereik vanaf het
oude huis, maar nu ligt het letterlijk om de hoek. En dat is toch (voor mij
dan) het kenmerk van een local patch; een gebied dat zo dicht bij ligt dat je
het elke dag met weinig inspanning en tijd kunt bezoeken.
Ik had al een local patch. Over dit gebied (de Kleyen) heb
ik tijden geleden al eens iets geschreven. Ook een gebied met potentie. Wel
hard werken, heel veel bezoeken leveren (qua zeldzaamheden) weinig tot niets
op. Maar af en toe is het raak. Zo zag ik hier Groenlandse Kolgans,
Roodhalsganzen, Velduil, Roodpootvalk, Steppenkiekendief, Beflijsters,
Zeearenden en erg regelmatig Rode en Zwarte Wouwen. Maar daar zijn dan ook wel heel
erg veel bezoeken voor nodig.
Het leuke van het local patch vogelen is dat je een gebied
heel erg goed leert kennen. Je weet precies waar je wat zou kunnen verwachten.
Welke weilanden zijn nat na langdurige regen, waar zitten in het najaar altijd
Paapjes en Tapuiten. Vanuit welke plekken kan je het beste ganzen bekijken, en
ga zo maar door. Hierdoor weet je ook het meeste uit je bezoeken aan je local
patch te halen. Maar daar zijn dan (althans bij mijn local patches) ook wel
veel bezoeken voor nodig, heel vaak ga je op stap en komt met weinig tot niets
thuis. Maar door vaak te gaan maak je de kans dat je iets leuks gaat vinden
groter. En dan is mijn theorie dat je beter vaker en kortere bezoeken kan
brengen aan je patch dan af en toe een heel lang bezoek. Maar dat is meer
gut-feeling dan dat ik het echt kan onderbouwen. Als je hier aan gaat rekenen
komt er misschien wel heel iets anders uit.
Maar goed, mijn nieuwe – tweede – local patch. Deze ligt op
een steenworp afstand van waar ik nu woon en dit is voor mijn gevoel een goede
plek. Een mooie afwisseling van kleine weggetjes, veel heggen, overhoekjes,
lege schuurtjes met rommel en daarnaast een heel kaal en open gedeelte. Grootschalige
akkers en weilanden met grote solitaire bomen. Op dit moment overwinteren hier
twee (man en vrouw) Blauwe Kieken, zitten hier ontelbaar veel Kramsvogels en de
afgelopen winters (maar deze dan weer niet) verbleef hier steeds een
Klapekster. In het voorjaar zitten de heggen vol met Grasmussen, Geelgorzen en
Spotvogels en hier komen nog veel Gekraagde Roodstaarten voor. Vanuit het
kalere deel kan je onnoemlijk ver kijken, je ziet de Elterberg en het
Reichswald liggen. Het is dus een plek waar je roofvogeltrek kan verwachten. Of
dat echt zo is zal de toekomst me leren. Oh ja, de weg waarlangs dit gebied gedeeltelijk
ligt heeft de curieuze naam Dingdung. Ik ga nu dus - naast Kleyen – regelmatig even
‘Dingdungen’!
Nog heel snel wat recent vogelnieuws. De tuinlijst is weer iets
langer geworden met Sijs, Grote Lijster en Kraanvogel (afgelopen zaterdag drie exemplaren naar oost).
En afgelopen dinsdag zat er in het weiland naast het huis 1285 Kramsvogels en
een (echt, hoe goed ik ook zocht, het bleef er maar 1) Koperwiek.
