vrijdag 11 januari 2013

Seltene Gänse

Vroeger was alles anders. Vroeger had ik weinig met ganzen. Ik keek er wel naar, maar dat ik nu speciaal op stap ging om hele groepen ganzen af te zoeken. Nou nee, niet echt. In de tijd dat ik nog in Friesland woonde deed ik dat al niet. En later in Deventer, Zeeland en de omgeving van Almere keek ik eigenlijk ook niet veel naar ganzen. Toen ik een tijd ten noorden van Bremen woonde keek ik ook niet naar ganzen. Maar dit veranderde allemaal toen ik in Zyfflich kwam te wonen.

In Zyfflich kan je - in de winter - niet om ganzen heen. Er zitten er letterlijk duizenden op een steenworp afstand van mijn huis. Vanuit de voorkamer zie ik ze op nog geen 300 meter afstand in het weiland zitten. Met de telescoop kan ik ze allemaal afkijken. Ook vliegen er de hele dag groepjes over ons huis, dus als je achter het huis in de tuin bezig bent, de hele tijd krijg je ganzen-prikkels... En dan ga je vanzelf kijken en zoeken naar de leukere soorten. Vooral als je dan ook nog die soorten graag op je tuin/huis-lijst wil hebben.

**********
Hierdoorheen fietst natuurlijk een beetje mijn werk. Waar ik werk doen we o.a. fundamenteel onderzoek aan ganzen en daardoor ben ik ze wel veel en veel interessanter gaan vinden. Je gaat je zelf vragen stellen en ziet gedragingen in het veld die je anders misschien niet waren opgevallen. Dit zal er zeker ook aan hebben bijgedragen dat ik nu meer dan voorheen naar ganzen kijk.
**********

Maar belangrijk is dus dat er heel veel ganzen zijn als ik naar buiten ga. En dan ga je die vanzelf afkijken (bij gebrek aan iets anders misschien? Als er veel meeuwen zouden zitten of bijvoorbeeld piepers en leeuweriken, dan ging ik die waarschijnlijk fanatiek bekijken).

Dus op zondag 6 januari fiets ik speciaal een rondje op zoek naar ganzen. Het liefst grote groepen, want in die pap zitten de krenten. Na een - verder redelijk saai - rondje kom ik iets ten noorden van Kranenburg een enorme groep Kolganzen tegen. De groep zit verspreid over verschillende weilanden, die letterlijk zwart zien van de vogels. Ik schat dat het er ongeveer 4000 moeten zijn. Ik zet mijn telescoop neer en geduldig ga ik ze allemaal een voor een bekijken. Of, dat probeer ik. Na enige tijd kom ik een Roodhalsgans tegen. Altijd leuk, en mijn eerste voor dit jaar. Door de telescoop maak ik een bewijsplaatje.


Maar er moet meer mogelijk zijn in deze enorme groep, en dus zoek ik geconcentreerd verder. Ik kom een aantal Kolganzen met halsbanden tegen, totdat ik ineens een vogel met roze op de snavel zie: Kleine Rietgans! Heel erg leuk. De winter 2011/12 kwam ik deze soort hier geen enkele keer tegen, maar nu het 2013 is ineens wel. De vogel is opvallend onopvallend en zo nu en dan raak ik 'm compleet kwijt tussen de vele Kollen. Met enig gedoe lukt het me een bewijsplaatje te maken. Zelfs op deze foto valt de vogel niet heel erg op.




Tevreden fiets ik daarna naar huis. Ik kijk nog wat groepjes ganzen af, maar echt veel motivatie heb ik niet meer. De buit is binnen, althans zo voelt het een beetje. 'Kan het nog beter? ' vraag ik mezelf af...

Dat het altijd nog beter kan bewijst Manuel Fiebrich op donderdag 10 januari. Hij werkt bij de NABU in Kranenburg en doet elke woensdag een 'Rastvögelzahlung'. Dus het tellen van alle pleisterende vogels in de wijde omgeving van Kranenburg. Tijdens deze telling ontdekt Manu, net ten noorden van Kranenburg, een Dwerggans en hij waarschuwt direct zijn collega's. Die laten meteen alles vallen, springen in de auto en ijlen zich naar de plek waar de Dwerggans zit. Helaas vliegt, net voordat ze ter plekke zijn, een deel van de groep op en lukt het niet de vogel terug te vinden. Ik krijg aan het begin van de middag een sms en bel daarna met 'birder' Daniel Doer. Een beetje treurig verteld hij me dat het niet gelukt is de vogel terug te vinden, hoewel de Dwerggans maar tussen zo'n 800 Kollen zou moeten zitten. Na een half uur moesten ze terug naar het werk.

Ik spreek af dat ik aan het einde van de middag nog ga zoeken, in het laatse uurtje licht van de dag. Wie weet kan ik de vogel vinden. En zo sta ik dan om een uur of vier naar een enorme groep ganzen te kijken. Het zijn er ondertussen veel meer dan 800 geworden, ik schat wel zo'n 2000. Ik begin dus maar weer geduldig de ganzen te bekijken. Een voor een kijk ik, zo goed als mogelijk is, de vogels af. En dan, na 10 minuten is het al raak: ik heb een fraaie Dwerggans in mijn telescoopbeeld! Het is vreemd hoe normaal dit er dan uitziet, alsof deze vogel hier altijd heeft gezeten, alsof het niet anders kan.

Ik bel direct Daniel. Die blijkt in een vergadering te zitten en kan niet meteen in de auto springen. Ik druk hem op het hart zo snel als mogelijk te komen. De vogel kan zomaar opvliegen, en dan kan ik 'm zo makkelijk weer kwijtraken. Om de vogel niet te verstoren hou ik ruime afstand en maak ik wat foto's en filmpjes met mijn camera. Deze foto's stellen niet veel voor, maar ik heb nu in ieder geval wat bewijsplaatjes.


Het duurt lang en nog langer en dan klinkt ergens een harde knal. Een deel van de groep vliegt op, en tot mijn grote schrik zit de Dwerggans bij deze groep. Ik zie ze redelijk ver achterin het weiland weer invallen. De vogel is in ieder geval niet weggevlogen, maar of ik 'm nu terug kan vinden? Om de groep nog beter te kunnen bekijken verplaats ik me een paar honderd meter. Daar sta ik nog maar net te zoeken als - bijna - de hele NABU ineens om me heen staat. Een paar fanatieke 'birders' kijken me wanhopig aan. Helaas moet ik ze teleurstellen, ik ben de vogel kwijt...

Veel tijd om te zoeken is er dan niet meer, en het lukt ons niet de vogel nog te vinden voor het donker. Jammer maar helaas, hadden ze maar allerter moeten reageren denk ik heel stiekem... maar desondanks baal ik toch, ik had het ze van harte gegund. Ik kan ondertussen toch wel een beetje merken dat de Duitse vogelaars er een beetje de pee inhebben dat ze een Nederlandse vogelaar 'nodig' hebben om deze vogel weer te vinden... Hopelijk blijft deze vogel langer dan 1 dag en krijgen ze 'm nog te zien. Ik ga dit weekend weer hard zoeken, wie weet wat voor krent ik dan kan vinden...


 




vrijdag 4 januari 2013

Zyfflicher Jahresübersicht 2012




Hier is dan het langverwachte Zyfflicher-vogel-jaaroverzicht. Dit is de tweede keer dat ik dit maak, en ik sta er werkelijk versteld van wat je hier in een jaar allemaal aan leuke soorten kan tegenkomen. Het geeft wel aan dat deze plek potentie heeft, en dat ik nog veel meer, en misschien ook nog wel leukere soorten, kan gaan tegen komen. Ik vogel fanatiek en ga echt doelgericht op zoek naar leuke soorten en dat merk je. Het lukt me nog steeds regelmatig vogels te gaan kijken, ondanks het feit dat ik een drukke baan heb, een grote tuin bezit die heel veel aandacht vraagt en ook nog vrij regelmatig voor mijn werk of vakantie in het buitenland (dus niet Nederland - Duitsland) ben. Die tuin is overigens wel een heerlijkheid. Het vraagt veel onderhoud en ik ben dan ook vaak in de tuin bezig. Maar het levert me ook heel veel leuke soorten op, soorten die ik anders misschien niet zou hebben gezien. Denk hierbij aan Lepelaar, Pestvogel en Dwerggans.

Ik probeer verder gewoon zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, buiten te zijn. Volgens mij kan je beter elke dag een paar veelbelovende plekken bezoeken, dan een enkele keer een hele dag je suf vogelen. ‘Stug blijven volhouden, dan blunder je vanzelf tegen leuke soorten aan’, aldus een bekende ontdekker van vele zeldzaamheden. Dit is ook de strategie van bijvoorbeeld Deception Tours. Het lukt me nog steeds een paar keer per week op de fiets een rondje om Zyfflich te maken. Mijn geluk is dat ik voor leuke waarnemingen niet ver weg hoef te gaan, als ik de oprit af fiets kan ik al beginnen met vogelen. Mijn favoriete gebieden liggen direct ten zuid-oosten van Zyfflich, met als belangrijkste gebied ‘De Kleyen’.

Deutche Zusammenfassung
Wie für 2011 gibt es auch in diesem Jahr wieder eine Jahresübersicht von Vögeln, die ich in und rund Zyfflich beobachtet habe – diesmal gibt es eine deutsche Zusammenfassung. Hier die Höhepunkte von 2012:
  • überwinternder Raubwürger 
  • ein rastendes Weibchen Rotfußfalke
  • ein Einflug von Tannenmeisen 
  • ein über Zyfflich fliegender Löffler 
  • an zwei Orten je ein rufender Wachtelkönig 
  • Seeadler, beobachtet von den Kleyen 
  • Im Sommer große Gruppen Großer Brachvögel abends über Zyfflich 
  • Am 19. und 20. Oktober starker Vogelzug über Zyfflich (Drosseln, Ringeltauben, Buchfinken und Lerchen)
  • insgesamt vier Fischadler über Zyfflich 
  • vier Seidenschwänze in Zyfflich 
  • eine überfliegende Zwerggans 
Die Gartenliste ist von 112 Arten auf 125 gestiegen. Neu waren: Raubwürger, Pfeifente, Saatkrähe, Ringdrossel, Teichrohrsänger, Sumpfrohrsänger, Haubenmeise, Sommergoldhähnchen, Goldregenpfeifer, Kleinspecht, Gebirgsstelze, Silberreiher, und Zwerggans.


Januari
Het jaar begon rustig, op de 5e verbleef een Bergeend op ondergelopen weilanden bij Kranenburg. Een bijzondere verschijning, normaal gesproken zie je die hier nooit midden in de winter. Op de 8e ontdekte ik een Roodhalsgans bij Zyfflich. Op 13 en op 16 januari werd, in een klein boompje langs de Hafnerdiech (weg vanaf de Hauptstraße B9 naar Zyfflich) een Kleine Bonte Specht gezien. De Klapekster van Zyfflch (die voor het eerst werd gezien op 28 december 2011) was daar in januari ook nog regelmatig te vinden. Ik zag de vogel hier op 14, 15, 24, 27 en 29 januari. Op de 24e zag ik – kort nadat ik de Zyfflicher vogel had gezien - ook de vogel van het Kranenburgerbruch. Op de 15e lukte het onmogelijke, met heel veel geluk lukte het me een Klapekster (met telescoop vanuit de ‘opkamer’) vanuit huis te zien, nummer 112 op de tuinlijst…


Februari
De hele maand bleven zowel de Klapekster van Zyfflich en Kranenburg aanwezig, regelmatig zag ik deze vogels. Van 13 - 18 februari verbleven 5 Wilde Zwanen op een weiland net ten oosten van Zyfflich. Op de 16e zong dan eindelijk de eerst Merel zijn lied in onze tuin. Op de 19e werden de eerste grote groepen Kievieten (na de vorstperiode) weer gezien, en op de 21e zag ik de eerste Witte Kwikstaart van het jaar, bij Zyfflich. Tijdens een ganzentelling werd op 21 februari, bij Wyler, een Casarca met groene kleurring (inscriptie RW) gezien. Tot op heden is nog steeds niet duidelijk waar deze zijn ring gekregen heeft… Op 25 februari vloog een Grote Gele Kwikstaart over Zyfflich en zag ik de eerste Graspiepers en Wulpen van het jaar.

Maart
Aan het einde van de dag vlogen op de 2e grote groepen Vinken hoog over. Ik ontdekte ze bij toeval, in een uurtje tijd vlogen er minimaal 500 (in kleinere en grotere groepen) over. Helaas ontdekte ik dit te laat, hoeveel er de hele dag gevlogen hebben zal wel altijd onduidelijk blijven. Op dezelfde dag vlogen ook nog twee Ooievaars en een eenzame Kraanvogel over Zyfflich. Op de 4e vloog een Slechtvalk en op de 5e twee Rode Wouwen langs Zyfflich. En op 8 maart was het dan eindelijk zover, er vlogen ’s avonds roepende Smienten over het huis, een nieuwe tuinsoort… nummer 113! Op 9 maart doken de eerste Roodborsttapuiten van het jaar (bij Zyfflich dan) op. Twee dagen later, op 11 maart, verbleven 6 Kemphanen op een ondergelopen weiland bij Kranenburg. Dezelfde avond sliep een Rode Wouw in een boom langs de Hauptstraße, vlak bij Wyler. De 13e was een goede dag voor Klapeksters, ik zag de vogel van Zyfflich voor het laatst (was hier aanwezig vanaf 28 december) en ik zag de vogel bij Kranenburg. En het lukte me eindelijk de vogel die aanwezig zou moeten zijn bij de weg met de mooie naam Dingdung (midden in de Duffelt), te zien te krijgen. Deze dag was ook goed voor Kraanvogels, ik zag een groep van ongeveer 25 vogels bij Niel en 17 vogels vlogen fraai en laag over Zyfflich. De eerste Tjiftjaf zong op 17 maart in de tuin en een dag later zag ik twee Slechtvalken (paar) bij het Kranenburgerbruch. Op deze dag zag ik ook daar voor het laatst de Klapekster die daar overwinterde. Ook op de 18e maart was een jagende Slechtvalk aanwezig bij de Dingdung. Deze vogel was fraai en fanatiek – zonder succes overigens – aan het jagen op Kieviten. De rest van de maand (en een stukje april) zoek ik naar leuke vogels op de Azoren.

April
Op de 5e zat de eerste Gele Kwikstaart van het jaar tussen ongeveer 30 Witte bij Zyfflich, in de Kleyen zong die dag de eerste Fitis en op ondergelopen weilanden bij Kranenburg pleisterden de eerste Witgat en (twee) Scholeksters van het jaar. Een Kraanvogel verbleef deze maand in de Kleyen, van 11 – 15 april was deze daar te vinden. De eerste Boerenzwaluwen vlogen op 13 april boven Zyfflich en op deze dag zat de eerste Tapuit van het jaar bij de Kleyen. Op 12 april zong de eerste Braamsluiper van het jaar bij Zyfflich en werden 4 mannen Beflijster bij de Kleyen gezien. Dit zou het begin inluiden van een heuse ‘influx’, op de 14e werd een vogel bij de Kleyen gezien en minimaal 3 vogels in de weilanden voor ons huis. De dag hierna, op de 15e, bleken op dezelfde plek de hele dag 5 vogels aanwezig te zijn. Ook kon de soort toen op de tuinlijst worden gezet, nummer 115. Een dag eerder, op de 13e april, vloog een Roek luid roepend over onze tuin, nieuw en nummer 114. Op deze dag zong ook de eerste Gekraagde Roodstaart bij Zyfflich, helaas was deze vogel niet vanuit de tuin te horen… Een vrouw Blauwe Kiekendief vloog op 15 april langs het Kranenburgerbruch. Voor de volledigheid noem ik nog de twee Zomertalingen en twee Zwarte Wouwen die ik op 21 april in de Emmericher Waard bij Emmerich aan de Rijn zag. De eerste Kleine Plevier van 2012 zag ik op de 23e bij Kranenburg en op deze dag knalde een Smelleken snoeihard door onze tuin. Een paar dagen later, op 29 april werden weer vele nieuw aangekomen soorten gezien: Wespendief, Boomvalk, Gierzwaluw, Paap en Boompieper. De maand werd afgesloten op de 30e, met een Zwarte Wouw bij Emmerich en een compacte groep van ongeveer 100 Gierzwaluwen die hoog en hard over Zyfflich naar het noorden vloog.



Mei
De maand begon heel goed, ’s avonds pleisterde een vrouw Roodpootvalk bij Zyfflich. Helaas was de vogel vertrokken voordat die digitaal kon worden vastgelegd. Op 5 mei was de Bird Race (zie verslag Bird Race 2012). Highlights op deze dag waren Velduil, Lepelaar, Bosruiter, Rode en Zwarte Wouw, Bruine Kiek, Kemphaan, Kwartel en Kortsnavelboomkruiper. Zacht geprevel achter in de tuin trok op 13 mei mijn aandacht. Na geduldig wachten liet een Kleine Karekiet zich zien, nieuw en nummer 116 op de tuinlijst. Deze vogel was een dag later nog aanwezig. Op natte weilanden, niet ver van Kranenburg, waren op 13, 16 en 17 mei twee Kleine Plevieren en een Groenpootruiter aanwezig. Of dit steeds dezelfde vogels zijn geweest is niet geheel duidelijk. Op 14 mei vloog een Zwarte Wouw over Zyfflich en op de 14e verbleven twee vogels bij Emmerich aan de Rijn. Op de 19e vlogen twee Zwarte Sterns en een Zwarte Wouw over de tuin. Een groep van 9 Ooievaars vloog op 27 mei over de tuin. In de nacht van 27 op 28 mei lukte het me om een Bosrietzanger op de tuinlijst te zetten. Een vogel die niet ver van Zyfflich zat te zingen, was overdag niet te horen vanwege de overige geluiden. ’s Nachts was het stil en kon ik de vogel, vanaf de oprit (met mijn handen achter de oren en mijn adem inhoudend), luid en duidelijk horen zingen (nr 117). Op 28 mei hoorde ik de eerste Kwartel bij Zyfflich. Nadien bleef ik regelmatig Kwartels horen, hoewel er duidelijk minder vogels aanwezig waren dan in 2011. De laatste vogel hoorde ik roepen op 10 juli. De misschien wel grootste verrassing van mei kwam aan het einde van de maand: een Kuifmees liet zich fraai bekijken in de grote den in de tuin van de buren (nr 118 op de tuinlijst).


Juni
Van de 3e tot en met de 10e was een vrouw Bruine Kiekendief te vinden in de Kleyen. Een hele onverwachte aanvulling op de tuinlijst was de Lepelaar die op 8 juni over Zyfflich vloog (nr 119). Op deze dag waren twee Zwarte Wouwen aanwezig bij Emmerich aan de Rijn en vloog hier een Zwarte Ooievaar over. Bijzonder leuk was de ontdekking van een Kwartelkoning die vlakbij Zyfflich zat te roepen. Deze vogel hoorde ik hier regelmatig (ook overdag) van 10 – 25 juni. Dankzij een snelle actie werd het perceel waar de vogel verbleef niet gemaaid en ik ga ervan uit dat hier succesvol gebroed is. Twee Kwako’s waren op 19 mei ’s nachts aanwezig bij Emmerich (ook op de 30e). Op de 25e bleek – naast de vogel van Zyfflich – nog een vogel te roepen in een fraai ongemaaid weiland bij Kranenburg. De eerste Witgat van het najaar verbleef op 27 juni bij Kranenburg. Op een heel erg natte maisakker bij Kranenburg alarmeerden (roepen en afleidingsgedrag) op 28 juni twee Kleine Plevieren. Jongen kon ik niet vinden. Hier verbleven ook een Witgat en een jonge Grote Gele Kwikstaart.

Juli
Vanaf de 5e ging ik op expeditie naar Arctisch Rusland, daarom maar weinig waarnemingen voor deze maand. Op de 4e vloog een Zwarte Wouw en een groep van 90 Wulpen over Zyfflich. Vooral de Wulpen zijn bijzonder, de vogels vlogen ’s avonds tegen het donker laag in noordelijke richting over. Waarschijnlijk om ergens bij het zandgat bij Leuth te gaan slapen. Op deze dag verbleven veel meeuwen op een paar natte weilanden langs de Hauptstraße B9. Ik telde maar liefst 250 Kokmeeuw en 150 Kleine Mantelmeeuwen.

Augustus
Vanaf de 2e was ik weer thuis en op de 5e vlogen ongeveer 100 Wulpen ’s avonds laag over de tuin naar het noorden. Dit bleef zich herhalen, met op de 7e 50 vogels, op de 11e 35 vogels en op de 12e 50, steeds net voor het donker, laag over de tuin. Nieuwsgierig waar deze vogels zich overdag konden ophouden ben ik gaan zoeken, en vond ik op de 14e een groep van ongeveer 35 vogels op velden zuidelijke van Zyfflich. Op de 8e vloog een Groenpootruiter, op de 10e drie Boompiepers en op de 14e vloog een Wespendief over de tuin. Maar liefst 30 Ooievaars verbleven in de ochtend van 10 augustus op een vers gemaaid weiland bij Zyfflich. Later die ochtend waren alle vogels weg. Mijn tweede Boomklever ooit (in Zyfflich dan) deed de tuin aan op 11 augustus (en op de 17e en 19e). ’s Avonds heel laat, op 12 augustus, riep een Kerkuil in Zyfflich. Een hele vroege Kramsvogel zat op 13 augustus op een weiland net buiten Zyfflich. Op 19 augustus vlogen twee vogels hard naar het zuiden over de Kleyen. Op deze dag was ook een Goudhaan heel kort aanwezig in de tuin. Met een paar natte weilanden, niet ver van Kranenburg, kon ik me in augustus goed vermaken: redelijke aantallen Watersnippen, Witgatjes, Bosruiters en Oeverlopers kreeg ik hier te zien. Helaas bleef een echte klapper – dit jaar – achterwege. Leuk was het groepje van 10 Wintertalingen dat op 14 augustus in deze natte weilanden foerageerden. Hiertussen zat een vogel met een geel ‘saddle’ op de snavel. Deze bleek op 9 januari 2012 geringd te zijn bij Puydarrieux (dit is aan de Franse kant van de Pyreneeën). Deze vogel werd na de vangst daar nog een paar dagen gezien, maar sindsdien ontbrak ieder spoor, totdat ik de vogel bij Kranenburg ontdekte. Een dag later bleek deze hele groep al weer vertrokken. Op 16 augustus verbleven vier luid roepende Witgatjes bij plasjes niet ver van Kranenburg. Na enige tijd vlogen ze op en vlogen hoog weg in zuidelijke richting. Dezelfde avond vlogen er in de schemer 3 vogels over Zyfflich. Eind augustus zijn voor de Kleyen altijd goed voor roofvogels, op de 23e vloog een vrouw en op de 24e een man Bruine Kiekendief over. Op 29 augustus vloog een Zwarte Wouw hier over, en een dag later zat hier de eerste Tapuit van het najaar.



September
De maand begon goed met een Visarend en vrouw Bruine Kiekendief in de Kleyen. Op 1 en 2 september was hier een Koekoek aanwezig en op de laatste dag ook nog een IJsvogel. Een wel heel bizar fenomeen begon op de 2e september, Zwarte Mezen. Op deze dag deden 52 vogels de tuin aan. Dit bleef zo’n beetje de hele maand doorgaan: de 15e drie vogels, 16e ongeveer 34 vogels, de 22e vier, de 23e tien, en op de 28e en 30e beide dagen steeds twee vogels. Tijdens de invasie van Zwarte Mezen deed ook een – lang verwachte – nieuwe soort de tuin aan: Vuurgoudhaan. Voor de eerste keer zag ik deze op de 2e. De vogel bleef tot en met de 7e september in de tuin (nr 120 op de lijst). Op de 4e vlogen twee Witgat en op de 8e 30 Wulpen (midden op de dag!) over de tuin. Een man Bruine Kiekendief was op 9 september net ten noorden van Zyfflich aan het jagen. Op de 15e zag ik vanuit de Kleyen een verre onvolwassen Zeearend. Deze vogel vloog ergens boven de grens met Nederland en werd de dag na mijn waarneming bij Nijmegen gezien. 16 September vlogen drie Roeken, een Watersnip, drie Grote Lijsters en twee Visarenden over de tuin. ’s Morgens had ik toen al zes Grote Lijsters bij het Wylermeer gezien. Op 19 september zat – tijdens een hele heftige regenbui – plotseling een volwassen Slechtvalk midden op een akker bij Zyfflich. Op 22 en op 30 september vlogen Visarenden over de tuin. Een grote groep van 16 Blauwe Reigers vloog op 22 september hoog over Zyfflich , in westelijke richting. Een dag later vlogen 17 Vlaamse Gaaien in een losse groep, ook in westelijke richting, over Zyfflich. Groepen van 11 en 35 Witte Kwikstaarten zaten op 29 september op akkers bij Zyfflich, hiertussen zat ook nog een Gele Kwikstaart. De maand werd afgesloten met een Boomklever die op 30 september heel kort in de tuin zat.



Oktober
Op de eerste dag van deze maand vlogen de eerste Kolganzen van de winter over de tuin. Terwijl ik de hele dag buiten bezig ben komen in totaal 66 Zwarte Mezen en een Goudhaan door de tuin heen gevlogen. Ook vliegt er nog een Smelleken over. Op 6 oktober vliegen 21 Brandganzen hoog over de Kleyen, in westelijke richting. Een vrouw-type Blauwe Kiekendief is hier ook te vinden, en in een heg zitten 4 Zwarte Mezen, deze vliegen al snel door richting west. Vlak voor Zyfflich kom ik dan nog een groepje Zwarte Mezen, dit keer tien en ook deze keer vliegen ze door naar het westen. Bij het kleine kolkje, net voor Zyfflich langs de Hafnerdiech, zit op 7 oktober een IJsvogel. Vanuit de voortuin probeer ik deze vogel nog op de tuinlijst te krijgen, maar helaas lukt dat niet. Op de 7e zitten er in de tuin kort een Zwarte Mees en twee Goudhanen. Op 11 oktober zitten in een weiland, niet ver van Zyfflich minimaal 14 Grote Lijsters in een grote, losse groep. Midden in dit weiland, op zo’n apparaat om koeien van te laten drinken, zit een man Zwarte Roodstaart. Op 13 oktober blijken een aantal weilanden erg nat te zijn na de vele regen. Grote groepen leeuweriken en piepers hangen hier rond, in totaal tel ik ongeveer 100 Veldleeuwerik en 50 Graspiepers. Op de 14e vliegt er weer eens een Roek over de tuin en tel ik 30 Pimpelmezen, die samen met twee Zwarte Mezen, door onze tuin heen schuiven, richting west. Een dag later vliegt een Slechtvalk hard naar noord over de tuin. Dan beginnen twee memorabele dagen, op 19 en 20 oktober is er enorm veel trek. Ik zit die dagen dan ook voor zonsopgang buiten op een tuinstoel, met koffie, verrekijker en opschrijfboekje. Ik kan die twee dagen veel noteren: 1500 Houtduiven, bijna 900 Veldleeuweriken, 150 Zanglijsters, meer dan 2000 Vinken en aardige aantallen Sijzen, Kepen, Koperwieken en Witte Kwikken. Ook kan ik een aantal nieuwe tuinsoorten bijschrijven: Goudplevier, Kleine Bonte Specht (kort in de tuin en daarna door naar zuid) en Grote Gele Kwik (nr 121 tot 123). Ook vliegt er deze dag een Beflijster over. In de middag van 20 oktober zit een tweede winter Pontische Meeuw in de Kleyen, vreemd genoeg mijn allereerste die ik hier zie. Op 21 oktober zit een groep van minimaal 22 Kepen op een akker vlakbij Zyfflich. Op deze dag vliegt ook nog een Slechtvalk over de tuin. Acht Zwarte Mezen en een Goudhaan doen kort de tuin aan, en tot mijn grote verrassing zit er – veel te kort - een roepende Kleine Barmsijs in de tuin van de buren. Aan het einde van de maand zitten er grote groepen Kramsvogels bij Zyfflich, de hele dag vliegen er vogels rond. Zo komen er op 22 en 24 oktober groepen van 75, 85 en 100 vogels over. De Kramsvogels verdwijnen echter snel en na de 24e kom ik geen grote groepen meer tegen. Wel vliegt er de 27e weer eens een Roek over de tuin. Op 30 oktober lukt het dan eindelijk: ik kan de Grote Zilverreiger op de tuinlijst bijschrijven. Een vogel vliegt recht over de tuin heen (nr 124). Tot mijn grote frustratie was het tot op deze dag nog niet gelukt deze soort op de tuinlijst te krijgen, ondanks vele malen scopen vanuit de opkamer en het feit dat er bijna altijd wel vogels op de weilanden rond Zyfflich te vinden zijn.

November

Deze maand begint rustig met op de 3e twee luid roepende Waterrallen bij de Kolkjes net ten noorden van Zyfflich, ook zit hier een Watersnip aan de waterkant. Op 9 november is het weer raak: als ik in de tuin werk hoor ik een bekende roep: Pestvogels! Vier vogels hangen ’s middags enige tijd rond in de tuin en directe omgeving. Na een klein uurtje zijn de vogels verdwenen, en ondanks mijn ‘apple on a stick truc’ kom ik zo ook niet meer tegen. Wel zit er op deze dag nog een Tjiftjaf in de tuin. Op de 10e en 11e zit er een Goudhaan en Tjiftjaf in de tuin en op de 11e vliegt er nog een vrouw-type Blauwe Kiekendief over. De week hierna ben ik aan het ganzenvangen in Hongarije en kan ik alleen nog maar twee Boomklevers noteren. Deze vogels zitten, op de 24e november, in een groep mezen die in een stel struiken en bomen langs de Hauptstraße B9 zitten.



December
Een wandeling in de sneeuw op de 8e leveren 2 man en 2 vrouw Goudvink op. De vogels zitten net ten noorden van Zyfflich. Het is pas mijn tweede keer dat ik Goudvinken bij Zyfflich tegen kom. Ook vliegen er op de 8e twee roepende Wulpen over de Kleyen en over de tuin. Op de 15e zit er in de Kleyen mijn eerste Roodhalsgans van deze winter, ook hangen daar 20 Kieviten en een Goudvink rond. Op de 27e kom ik dezelfde (of een andere?) Roodhalsgans weer tegen in de Kleyen. Het jaar sluit ik bijzonder goed af. Op 30 december werk ik ’s middags in de tuin. De hele tijd vliegen er groepjes Kolganzen over, zo normaal dat het bijna niet meer opvalt. Wat wel opvalt is dan ineens een andere roep: 3-tonig, hoger en scheller dan een Kolgans. ‘Dwerggans’, denk ik direct en kijk omhoog… en daar vliegt dan tussen de Kolganzen een kleinere gans: Dwerggans!! Het groepje vliegt naar het noorden en ik ga direct zoeken, helaas kom ik de vogel niet meer tegen. Met het toevoegen van deze bijzondere soort op de tuinlijst (nr 125) wordt het jaar qua vogels afgesloten.