Naar aanleiding van onderstaande, wereldberoemde foto van 1 oktober 2000 die op de Facebook pagina van Peter Meininger staat, besloten het hele verhaal over de Turkestaan van Vlieland online te zetten. Omdat het verhaal te mooi, te uniek en bijzonder is om niet te delen met de rest van de Wereld!
In het jaar 2000 werk ik bij het NIOO in Yerseke (Nederlands Instituut voor Ecologie, onderdeel van de Nederlandse Akademie van Wetenschappen, www.nioo.nl. Hier werk ik nu nog steeds, echter nu in Wageningen). Ik woon in die tijd midden in Middelburg en heb veel contact met de Zeeuwse vogelaars. Daarom ga ik, eind september 2000 met een aantal Zeeuwse vogelaars naar de Dutch Birding week op Texel. Toen was dit een hele week, tegenwoordig is deze week tijdens een weekend. Samen met Peter Meininger, Guido Davids en Arjan Ovaa ben ik deze DB week op Texel.
Op zaterdag komen er berichten vanaf Vlieland, in de Kroonpolders zou een mogelijke Kleine Torenvalk gezien zijn. De vogelaars op Texel reageren zenuwachtig. Men wil naar Vlieland, je weet het immers maar nooit! Gelukkig vaart tussen Texel en Vlieland in de zomermaanden een veerboot, de Vriendschap. Dit is een klein veerbootje, je moet opstappen op de oostpunt van Texel en wordt dan afgezet op het meest westelijke stukje van Vlieland. Van daar uit rij je met de Vliehors Expres, zo’n bekende gele vrachtwagen, naar de bewoonde wereld. Iemand (geen idee wie) regelt dat er een extra vaart is. We kunnen een uur eerder dan normaal met de boot naar Vlieland en worden dan met de Vlieland Expres naar de Kroonpolders gebracht, daar waar de Kleine Torenvalk moet rondhangen.We hebben de hele dag de tijd, en kunnen dan om kwart over zes met een extra boot weer terug naar Texel.
Als we in de Kroonpolders aankomen begint het te regenen, het valt met bakken uit de lucht. We lopen rond en al snel blijkt de Kleine Torenvalk een iets abnormale Torenvalk te zijn. Ik kan me nog goed herinneren dat iedereen een beetje moedeloos, in de stromende regen, rondhing bij de Kazerne. Ook weet ik nog heel goed dat mijn enkel weer afschuwelijk pijn deed. In mei 1999 verbrijzelde ik mijn linkerenkel, en daar heb ik een jaar later nog steeds heel veel last van. In de stromende regen worden we koud, steeds natter en krijgen we steeds meer honger. We besluiten daarom naar het café-restaurant Posthuys te lopen. Hier blijken meer natte vogelaars de tijd te doden. Zo zitten we een tijd, terwijl de regen nog steeds met bakken uit de hemel valt. We moeten wachten op de Vliehors Expres die ons ergens tussen vijf en zes uur naar het veertje zal brengen. Hier hebben we geen zin in, ik al helemaal niet. Mijn enkel doet waanzinnig pijn, ik wil liggen en de pijn proberen te vergeten.
Gelukkig blijkt dan dat er ook een Vliehors Expres om kwart over vijf uur vertrekt. Dit is de reguliere boot, wij hebben een extra boot en die vertrekt een uur later. En zo kruipen wij, een uur eerder dan eigenlijk de bedoeling is, in de Vliehors Expres. Deze is afgeladen vol, met toeristen maar gelukkig passen er nog een handjevol (14 blijkt later) vogelaars bij. Ik stap als laatste in en zit samen met Bart Brieffies en Peter Meininger aan het uiterste einde van de bus. Hier proberen we te schuilen voor de regen. Iets dat niet goed lukt, regelmatig waait de regen naar binnen. Na enige tijd, we rijden dan vlak langs de zee, op de Vliehors, stopt de wagen. De chauffeur roept dat hij iets met doen aan het oliefilter en zo staan we in een verlaten wereld. Het regent nog steeds snoeihard, maar plotseling zie ik in het aanspoelsel vogels bewegen. Ik ga half op de treeplank achterop staan en kijk ik met mijn verrekijker. Ik zie al snel een Zwartkop en nog een paar Phyllo´s. En dan zie ik plotseling een vogel die ik nog nooit eerder gezien heb… vol verbijstering kijk ik er naar. Ik heb weet nog dat door mijn hoofd flitste ´dit is een exoot of een Amerikaan´. Ik probeer Bart Brieffies uit te leggen dat ik iets vreemds zie en of hij kan kijken. Bart probeert de vogel te vinden en spreekt dan de historische woorden:. ‘Ach, een Tapuitje’… Hij stopt dan met kijken. Ik blijf aandringen dat het toch echt iets anders is dan 'een Tapuitje' en dan ziet Peter Meininger (die ondertussen ook al aan het kijken is) plotseling de vogel, hij ziet hem vliegen en ziet een rode staart. ´Izabelklauwier!!!´ brult hij door de bus. Dit is het teken voor volledige chaos. Alle vogelaars willen tegelijk de bus uit, maar dat gaat niet zo eenvoudig. Links en rechts klimmen vogelaars over de verbijsterde toeristen en vallen – soms letterlijk – uit de bus.
Telescopen worden neergezet en we kijken naar een Izabelklauwier… De vogel zit in het aanspoelsel en vliegt af en toe loodrecht een meter of drie omhoog. Dan daalt de vogel weer en gaat weer in het aanspoelsel zitten. De chauffeur van de vrachtwagen komt dan naar me toe, de bus moet verder en hij vraag ons of we nog mee willen. Ik maak hem duidelijk dat we willen blijven en of het mogelijk is met de volgende rit mee te rijden. Hij moet immers toch nog de overgebleven vogelaars in het Posthuys ophalen. Dat is geen probleem en zo rijdt de Vliehors Expres weg. Ik zal nooit de uitdrukkingen op de gezichten van de toeristen vergeten… die hadden geen idee wat er aan de hand was en waarom wij in hemelsnaam niet verder meegingen.
Als de bus weg is blijken we met 14 vogelaars te zijn. We genieten met volle teugen, het is ook zo bizar. We staan in een helemaal leeg en grauwe wereld, in de stromende regen, naar een Klauwier te kijken. Hoewel de verbindingen slecht zijn, lukt het na enige pogingen toch om een bericht (met het oude semafoonsysteem) te versturen. Daarna maken we een beschrijving, ik weet nog dat Roy Slaterus alles noteerde terwijl wij de kenmerken opsomden. Want, ondanks de euforie hadden we heel goed door dat het belangrijk was de kenmerken te noteren. Na enige tijd vliegt de Klauwier op en verdwijnt over de Vliehors in de grauwheid. We denken op dat moment de vogel nooit meer te zien te krijgen, maar dat bleek niet helemaal het geval te zijn…
Toen de vogel eenmaal weg was ontlaadde de spanning zich totaal. Vogelaars omarmden elkaar en vriendschappen voor het leven ontstonden. Ook werd toen de befaamde foto gemaakt (door Monique van de Ward). We hadden iets uniek meegemaakt, iets dat je misschien maar een paar keer in je leven zal overkomen.
Het duurt een tijdje voordat de Vliehors Expres weer verschijnt, vol met nerveuse vogelaars. Die weten dan – door onze ‘afpiep’ – dat de vogel weg is. Iedereen vraagt ons het hemd van het natte lijf, ik kan me nog heel goed al die gespannen gezichten herinneren. Het beroemde artikel van Worfolk (Dutch Birding 22: vol 6) was toen nog niet verschenen, en het is niet helemaal duidelijk of we nu een Turkestaan of een Daurische Klauwier gezien hebben. Het maakt mij op dat moment helemaal niets uit, we hebben een waanzinnig mooi vogel gezien, op een onwaarschijnlijke plek… En ik weet nog goed dat ik denk, met gepaste trots dat wel, ‘als ik niet naar buiten had gekeken en die vogel had zien zitten… Als ik niet had aangedrongen te kijken, dan….’. Eenmaal aangekomen bij de steiger van de boot naar Texel blijkt dat hier ook heel veel gestrande vogels zitten. Onder de steiger, op de houten balken, zitten o.a. Karekieten en Phyllo’s. Blijkbaar is er een echte fall op de Vliehors!
Terug in het huisje drinken we nog een paar goede glazen wijn en bier. Daarna gaan we allemaal ziels gelukkig slapen. De volgende ochtend zijn we al weer vroeg op stap. We zijn aan het vogelen bij de camping de Robbenjager als we iemand hoorde schreeuwen ‘Izabelklauwier’. Lachend kijken we elkaar aan, ‘kijk, die doen de schreeuw van Peter na’ zeggen we. Maar dat blijkt heel anders te zijn als we ineens bij het Reddingsboothuisje vogelaars zien rennen. Harm Jan Wight heeft een Izabelklauwier ontdekt, onze vogel zal later duidelijk worden... Deze vogel blijft tot en met 6 oktober op Texel, de hele tijd op de oostpunt. Later in de week, op dinsdag, gaan wij nog het eiland af en twitchen de Daurische Klauwier bij Castricum.
De Turkestaan van Vlieland en Texel is de eerste voor Nederland. De tweede voor Nederland wordt ook op Texel gezien (augustus 2002), volgens mij de terugkerende vogel van 2000.
De ontdekking van de Turkestaanse Klauwier op Vlieland is tot nu toe voor mij nog steeds een van de hoogtepunten uit mijn ´vogel-carrière´. Een bekend vogelaar vertelde mij eens ‘vogels kijken is het verzamelen van herinneringen’. Nu, dat is het zeker !
zondag 26 mei 2013
donderdag 23 mei 2013
Terekwasserläufer !
Het is zaterdag als ik mijn spullen pak en besluit langs de
Rijn te gaan vogelen. Het is windstil en het regent voor de verandering eens
niet. Perfecte omstandigheden voor het vinden van een leuke soort. De grote
plassen langs de Rijn zijn altijd goed voor zeldzaamheden, en dat zal in de
maand mei zeker niet anders zijn. Vol verwachting rij ik, via Emmerich aan de
Rijn, richting Reese. Hier zijn een paar hele grote plassen (ontstaan door het
winnen van kiezel), direct langs de Rijn. Sommige van die plassen en
afgravingen zijn bijna niet te bekijken, maar bij Reese is dat anders. Daar kan
je, zelfs met de auto, vlak aan de oever komen. En, daar zijn slikjes en daar zitten
steltlopers, leuke meeuwen en sterns.
Op weg naar Reese bezoek ik nog twee andere goede plekken. Hier is helaas niets te vinden en dus rij ik – zonder al te veel hoop – verder. Als ik bij de plas aankom parkeer ik mijn auto, pak mijn scoop en kijk de slikjes af. Eerst zie ik een aantal Tureluurs (gewoon), dan een Kemphaan (leuk), dan een Bonte Strandloper (leuker) en dan loopt er ineens een Terekruiter in mijn beeld (super…). De vogel loopt niet zo heel erg ver van me vandaag (ongeveer 200 meters) en laat zich prima bekijken. ‘Yes”, denk ik, ‘hier doe ik het voor!”.
Ik realiseer me dat een bewijsplaatje wel handig zou zijn en maak snel een paar digiscoop plaatjes. Zodra de vogel er een beetje herkenbaar opstaan probeer ik andere vogelaars te waarschuwen. Dat blijkt een bijna onmogelijke taak: ik ken het doorgeefsysteem van Club300 niet om daarmee een bericht (sms) door te geven. Whatsapp groepjes kennen ze in Duitsland niet, en alle mij bekende vogelaars nemen de telefoon niet op. Ik verstuur een paar sms-jes en geniet daarna in mijn uppie van de vogel. Die loopt druk te foerageren (min of meer samen met het Bontje) en vertoont geen tekenen snel te verdwijnen.
Met tegenzin verlaat ik, na iets meer dan een uur, de vogel en rij naar huis. Ik ben nog maar net op weg als ik een vogelaar aan de telefoon krijg, Daniel Doer. Die heeft geen tijd zelf direct te gaan kijken, maar hij zal doorgeven dat er een Terek bij Reese zit. Het is ondertussen later geworden en ik laat het doorrijden naar de ToH maar zitten, dat haal ik toch nooit meer…
Thuis aan gekomen zie ik dat Daniel de vogel heeft doorgegeven:
Peter de Vries hat heute einen Terekwasserläufer am Reeser Meer Südteil (Kreis Kleve) entdeckt. Der Vogel ist aktuell (18.5., 16:25 Uhr) noch zu sehen. Außerdem 1 Alpenstrandl. Gruß Daniel
Later blijkt dat de vogel gezien is door ongeveer 7 man en 1 vrouw. Zo tegen zeven uur ’s avonds werd het helder en begon de zon de schijnen. De Terekruiter had hier blijkbaar op gewacht. Zonder enige aanleiding vloog de vogel op en verdween… om niet meer terug te komenToch weer een leuke ontdekking, voor mij persoonlijk de leukste tot nu toe in Duitsland, na onder andere highlights als Vale Gier, IJslandse Grutto, Steppenkiek, Hop, Roodpootvalk, Dwerggans en Groenlandse Kolgans…
Op weg naar Reese bezoek ik nog twee andere goede plekken. Hier is helaas niets te vinden en dus rij ik – zonder al te veel hoop – verder. Als ik bij de plas aankom parkeer ik mijn auto, pak mijn scoop en kijk de slikjes af. Eerst zie ik een aantal Tureluurs (gewoon), dan een Kemphaan (leuk), dan een Bonte Strandloper (leuker) en dan loopt er ineens een Terekruiter in mijn beeld (super…). De vogel loopt niet zo heel erg ver van me vandaag (ongeveer 200 meters) en laat zich prima bekijken. ‘Yes”, denk ik, ‘hier doe ik het voor!”.
Ik realiseer me dat een bewijsplaatje wel handig zou zijn en maak snel een paar digiscoop plaatjes. Zodra de vogel er een beetje herkenbaar opstaan probeer ik andere vogelaars te waarschuwen. Dat blijkt een bijna onmogelijke taak: ik ken het doorgeefsysteem van Club300 niet om daarmee een bericht (sms) door te geven. Whatsapp groepjes kennen ze in Duitsland niet, en alle mij bekende vogelaars nemen de telefoon niet op. Ik verstuur een paar sms-jes en geniet daarna in mijn uppie van de vogel. Die loopt druk te foerageren (min of meer samen met het Bontje) en vertoont geen tekenen snel te verdwijnen.
Met tegenzin verlaat ik, na iets meer dan een uur, de vogel en rij naar huis. Ik ben nog maar net op weg als ik een vogelaar aan de telefoon krijg, Daniel Doer. Die heeft geen tijd zelf direct te gaan kijken, maar hij zal doorgeven dat er een Terek bij Reese zit. Het is ondertussen later geworden en ik laat het doorrijden naar de ToH maar zitten, dat haal ik toch nooit meer…
Thuis aan gekomen zie ik dat Daniel de vogel heeft doorgegeven:
Peter de Vries hat heute einen Terekwasserläufer am Reeser Meer Südteil (Kreis Kleve) entdeckt. Der Vogel ist aktuell (18.5., 16:25 Uhr) noch zu sehen. Außerdem 1 Alpenstrandl. Gruß Daniel
Later blijkt dat de vogel gezien is door ongeveer 7 man en 1 vrouw. Zo tegen zeven uur ’s avonds werd het helder en begon de zon de schijnen. De Terekruiter had hier blijkbaar op gewacht. Zonder enige aanleiding vloog de vogel op en verdween… om niet meer terug te komenToch weer een leuke ontdekking, voor mij persoonlijk de leukste tot nu toe in Duitsland, na onder andere highlights als Vale Gier, IJslandse Grutto, Steppenkiek, Hop, Roodpootvalk, Dwerggans en Groenlandse Kolgans…
donderdag 25 april 2013
Peter in Norwegen II
Hier even een update uit het noorden. Alles gaat prima hier, de ganzen werken soms minder en soms goed mee, dus we hebben al een hele stapel protocollen liggen. Daarnaast hebben we de nodige graankorrels en droppings (keutels van ganzen) verzameld. Die gaan we terug in Nederland analyseren (near-infraread spectroscopy en kalorie metingen).
Het voorjaar wil hier niet echt opschieten. Het is nog steeds koud (vandaag max 3 graden) en het regent en waait nog steeds veel en hard. Het weer lijkt wel een beetje op dat van afgelopen maart in Nederland, waterkoud. En daarom kom ik ook niet veel andere soorten tegen dan het rijtje uit mijn eerdere post. Ik had nog een overvliegende Visarend, zag twee maal een Ruigpootbuizerd en een op 13.000 Kleine Rieten jagende Zeearend is ook niet mis. Maar toch mis ik het voorjaar wel een beetje, ik maak nu al zo lang kou en slechte weer mee. Jaja, ik weet het. Ik mag niet klagen, heb de mooiste baan van de wereld en mag als werk fundamenteel vogel-onderzoek doen in de mooiste gebieden. Maar toch, een beetje warmte en zon zou niet verkeerd zijn.
Ok, genoeg daarover. Wat doe je dan tijdens het kijken naar al die Kleine Rietganzen? Precies, je gaat af en toe andere ganzen soorten zoeken. Brandganzen komen hier vrij regelmatig voor. Ondertussen heb ik al een stuk of 10 vogels gezien. Eenmaal zelfs een groepje van vier vogels. Kolganzen zijn veel zeldzamer en komen hier onregelmatig voor. Twee maal heb ik nu Kollen gezien, een solitaire vogels tussen de Kleine Rieten en vandaag (donderdag) twee vogels bij elkaar. Rietgans is veel zeldzamer hier, en die ontdekte ik vanmorgen tijdens een scan van een groep Kleine Rieten. De vogel viel direct al op door het veel bruinere verenkleed. Omdat de vogel lag te slapen was eerst nog niet duidelijk of het een Toedra of Taiga was. Taiga zou je hier eerder verwachten dan Toendra. Maar toen de vogel even opkeek bleek het toch een echte Toendra Rietgans te zijn. Toch leuk!
Maandag vliegen we terug naar Nederland en daarna duik ik Duitsland weer in. De hele week daarna heb ik vrij, dus heerlijk veel tijd voor de tuin en natuurlijk vogels kijken!!
Het voorjaar wil hier niet echt opschieten. Het is nog steeds koud (vandaag max 3 graden) en het regent en waait nog steeds veel en hard. Het weer lijkt wel een beetje op dat van afgelopen maart in Nederland, waterkoud. En daarom kom ik ook niet veel andere soorten tegen dan het rijtje uit mijn eerdere post. Ik had nog een overvliegende Visarend, zag twee maal een Ruigpootbuizerd en een op 13.000 Kleine Rieten jagende Zeearend is ook niet mis. Maar toch mis ik het voorjaar wel een beetje, ik maak nu al zo lang kou en slechte weer mee. Jaja, ik weet het. Ik mag niet klagen, heb de mooiste baan van de wereld en mag als werk fundamenteel vogel-onderzoek doen in de mooiste gebieden. Maar toch, een beetje warmte en zon zou niet verkeerd zijn.
Ok, genoeg daarover. Wat doe je dan tijdens het kijken naar al die Kleine Rietganzen? Precies, je gaat af en toe andere ganzen soorten zoeken. Brandganzen komen hier vrij regelmatig voor. Ondertussen heb ik al een stuk of 10 vogels gezien. Eenmaal zelfs een groepje van vier vogels. Kolganzen zijn veel zeldzamer en komen hier onregelmatig voor. Twee maal heb ik nu Kollen gezien, een solitaire vogels tussen de Kleine Rieten en vandaag (donderdag) twee vogels bij elkaar. Rietgans is veel zeldzamer hier, en die ontdekte ik vanmorgen tijdens een scan van een groep Kleine Rieten. De vogel viel direct al op door het veel bruinere verenkleed. Omdat de vogel lag te slapen was eerst nog niet duidelijk of het een Toedra of Taiga was. Taiga zou je hier eerder verwachten dan Toendra. Maar toen de vogel even opkeek bleek het toch een echte Toendra Rietgans te zijn. Toch leuk!
Maandag vliegen we terug naar Nederland en daarna duik ik Duitsland weer in. De hele week daarna heb ik vrij, dus heerlijk veel tijd voor de tuin en natuurlijk vogels kijken!!
vrijdag 19 april 2013
Peter in Norwegen I
En toen was het eindelijk voorjaar en toen kon ik eindelijk genieten van de tuin en het mooie weer en toen kwamen eindelijk zomervogels en ging het allemaal los... en toen ging ik naar Noorwegen.
Niet dat het erg is naar Noorwegen te gaan, maar het voelt toch anders dan normaal. Dit omdat het na die hele lange koude maand Maart het eindelijk mooi weer werd. Eindelijk werd het warmer dan een graad of zeven en had je het idee dat het echt voorjaar aan het worden was.
In Zyfflich en omgeving was dat ook goed te merken, dat het voorjaar aan het worden was. Boerenzwaluwen vlogen weer boven het dorp, de eerste Gele Kwikken vlogen over en in de Kleyen zong de eerste Fitis. Leuk waren ook de Beflijsters die ik tegenkwam, een man en een vrouw in de direct omgeving van Zyfflich, en toen ik zondagmorgen uit het raam keek zaten er twee manen op het grasveld direct voor ons huis. Op exact dezelfde plek als het vorige jaar en ik durf te wedden dat het exact dezelfde vogels zijn...
Maar goed, het werd voorjaar en ik vertrok naar Noorwegen. Niet voor een vakantie, maar voor mijn werk. Het gaat dit keer om Kleine Rietganzen, hier doen we al langere tijd onderzoek aan. Deze ganzen hebben, als ze vanaf Denemarken naar Svalbard, vliegen twee stop-over sites in Noorwegen, eentje in het midden en eentje in het noorden. Die in het midden ligt bij Trondheim, Nord-Trøndelag.Waarom wij hier dan zijn, we willen graag weten wat de ganzen hier eten en hoeveel. Hoe efficient ze eten en hoeveel energie ze kunnen opnemen van hetgeen ze eten. Als de ganzen hier aankomen eten ze eerst van geoogste graanakkers. Deze akkers zijn geoogst in de herfst en op die akkers liggen nog graanresten. We kijken hoeveel er nog op die akkers ligt (we tellen dus letterlijk de graankorrels) en verzamelen graankorrels en keutels.We meten hoeveel energie er in het graan en in de keutels 'zit', en hiermee kunnen we uitrekenen hoeveel energie de ganzen uit het graan halen.
De graanakkers worden door de boeren geploegd, terwijl de ganzen nog hiervan eten. Als die akkers niet meer beschikbaar zijn, switchen de ganzen naar gras. Dus we gaan straks ook naar gras kijken, hoeveel eten de vogels daar en hoeveel energie is er uit dat gras te halen. Daarvoor zijn we hier en daarvoor breng ik dus vele uren in het veld door.We kijken naar de tijdbudgetten van de vogels en maken daarom gedurende de hele dag protocollen van 30 minuten. Dan kijken we heel precies hoeveel droppings een vogel produceert en we maken elk heel uur een scan van een grote flock ganzen. Dan kijken we wat elke gans precies doet (eten, slapen, poetsen, kijken, rusten, etc). Al die gegevens bij elkaar geeft een goed beeld hoe belangrijk dit gebied voor de Kleine Rietgans is en op welke manier de vogels dit gebied gebruiken.
Qua vogelsoorten is het hier een beetje mager. Op de fjord kom je veel Eidereenden, Zee-eenden en Roodkeelduikers tegen en dat is het dan wel. Zo nu en dan vliegt er een Zeearend langs en af en toe een Raaf. Met zangvogels is het helemaal triest, daarvan kom ik alleen maar wat mezen en vinken tegen. Niet heel erg spannend dus. Vandaag had ik dan eindelijk een leuke waarneming, tussen de duizenden Kleine Rieten zat een Kolgans, voor hier erg leuk. Maar dat is het dan ook...
Desalniettemin is het hier heerlijk.Het zijn lange dagen - van 's morgens zes tot 's avonds negen - en het is koud en nat, vandaag 4 graden en natte sneeuw. Toch zijn dit soort tripjes een voorrecht, en gelukkig maak ik nog regelmatig dit soort trips. Blijven toch bijzonder dat je dit je werk mag noemen!
Niet dat het erg is naar Noorwegen te gaan, maar het voelt toch anders dan normaal. Dit omdat het na die hele lange koude maand Maart het eindelijk mooi weer werd. Eindelijk werd het warmer dan een graad of zeven en had je het idee dat het echt voorjaar aan het worden was.
In Zyfflich en omgeving was dat ook goed te merken, dat het voorjaar aan het worden was. Boerenzwaluwen vlogen weer boven het dorp, de eerste Gele Kwikken vlogen over en in de Kleyen zong de eerste Fitis. Leuk waren ook de Beflijsters die ik tegenkwam, een man en een vrouw in de direct omgeving van Zyfflich, en toen ik zondagmorgen uit het raam keek zaten er twee manen op het grasveld direct voor ons huis. Op exact dezelfde plek als het vorige jaar en ik durf te wedden dat het exact dezelfde vogels zijn...
Maar goed, het werd voorjaar en ik vertrok naar Noorwegen. Niet voor een vakantie, maar voor mijn werk. Het gaat dit keer om Kleine Rietganzen, hier doen we al langere tijd onderzoek aan. Deze ganzen hebben, als ze vanaf Denemarken naar Svalbard, vliegen twee stop-over sites in Noorwegen, eentje in het midden en eentje in het noorden. Die in het midden ligt bij Trondheim, Nord-Trøndelag.Waarom wij hier dan zijn, we willen graag weten wat de ganzen hier eten en hoeveel. Hoe efficient ze eten en hoeveel energie ze kunnen opnemen van hetgeen ze eten. Als de ganzen hier aankomen eten ze eerst van geoogste graanakkers. Deze akkers zijn geoogst in de herfst en op die akkers liggen nog graanresten. We kijken hoeveel er nog op die akkers ligt (we tellen dus letterlijk de graankorrels) en verzamelen graankorrels en keutels.We meten hoeveel energie er in het graan en in de keutels 'zit', en hiermee kunnen we uitrekenen hoeveel energie de ganzen uit het graan halen.
De graanakkers worden door de boeren geploegd, terwijl de ganzen nog hiervan eten. Als die akkers niet meer beschikbaar zijn, switchen de ganzen naar gras. Dus we gaan straks ook naar gras kijken, hoeveel eten de vogels daar en hoeveel energie is er uit dat gras te halen. Daarvoor zijn we hier en daarvoor breng ik dus vele uren in het veld door.We kijken naar de tijdbudgetten van de vogels en maken daarom gedurende de hele dag protocollen van 30 minuten. Dan kijken we heel precies hoeveel droppings een vogel produceert en we maken elk heel uur een scan van een grote flock ganzen. Dan kijken we wat elke gans precies doet (eten, slapen, poetsen, kijken, rusten, etc). Al die gegevens bij elkaar geeft een goed beeld hoe belangrijk dit gebied voor de Kleine Rietgans is en op welke manier de vogels dit gebied gebruiken.
Qua vogelsoorten is het hier een beetje mager. Op de fjord kom je veel Eidereenden, Zee-eenden en Roodkeelduikers tegen en dat is het dan wel. Zo nu en dan vliegt er een Zeearend langs en af en toe een Raaf. Met zangvogels is het helemaal triest, daarvan kom ik alleen maar wat mezen en vinken tegen. Niet heel erg spannend dus. Vandaag had ik dan eindelijk een leuke waarneming, tussen de duizenden Kleine Rieten zat een Kolgans, voor hier erg leuk. Maar dat is het dan ook...
Desalniettemin is het hier heerlijk.Het zijn lange dagen - van 's morgens zes tot 's avonds negen - en het is koud en nat, vandaag 4 graden en natte sneeuw. Toch zijn dit soort tripjes een voorrecht, en gelukkig maak ik nog regelmatig dit soort trips. Blijven toch bijzonder dat je dit je werk mag noemen!
woensdag 3 april 2013
Aufregend und schön
Hoewel het buiten ongemeen spannend is, is er bijna geen
tijd genoeg voor het schrijven over al dat moois. Daarom maar weer een samenvatting,
het is even niet anders:
1. Kraanvogels: ook de mooie trekdagen in maart werden in
Zyfflich opgemerkt. Meerdere grotere en kleinere groepen vlogen hier over.
Totaal ongeveer tegen de 900 vogels. Vanaf 29 maart is een vogel aanwezig op
een akker niet ver van Zyfflich
2. Kievit: in de omgeving van Zyfflich hangen meerdere
groepen Kieviten rond. Deze vogels hebben duidelijk last van het koude weer en
de droogte. Normaal gesproken zou je overal baltsende vogels moeten tegenkomen,
maar dat is dit jaar zeker niet het geval.
3. Goudplevieren: in de omgeving van Zyfflich en Kranenburg
verbleven in maart meerdere groepen tot bijna 100 vogels. Uniek, dit is de
laatste decennia niet meer voorgekomen. Uit de groepen Goudplevieren peuterde
ik meerdere Kemphanen.
4. Plasjes: een paar natte weilanden blijven leuk, kom
regelmatig Kleine en Bontbekplevieren, Witgatjes, Watersnippen en
Wintertalingen tegen. Ik blijf ze – bijna dagelijks – scannen voor die ene hele
leuke soort.
5. IJslandse Grutto: op 16 en 17 maart verbleef een vogel
niet ver van Kranenburg bij een aantal natte weilanden. Dit is in het
bundesland Nordrhein-Westfalen een heuse indiensoort… Best bijzonder dus!
6. Vinken: grote groepen Vinken (tot meer dan 100 vogels)
verbleven op akkers in de omgeving van Zyfflich. Hiertussen zaten opvallend
veel Rietgorzen (tot 13 vogels bij elkaar) en Kneuen.
7. Zeearend: tot mijn grote verbazing vloog een adulte vogel
op 30 maart over de Kleyen. Ik merkte de vogel pas op toen die recht boven de
auto vloog, en omdat ik de auto eerst ergens in de berm kwijt moest, lukte het
me niet de vogel te fotograferen. De vogel vloog laag en hard door naar het
noord-oosten. Dit moet wel de vogel zijn die eerder in de week in de omgeving
(in Nederland) werd gezien.
donderdag 7 maart 2013
Gänse in Ungarn
Het is donderdagochtend net na zes uur. Ik sta samen met
Fred Cottaar en collega Bart Nolet bij onze stoere 4wd. Het is heel langzaam
licht aan het worden als ik uit de verte een doffe dreun hoor. Ik kijk Fred en
Bart aan, ‘het zal toch niet waar zijn?’ denk ik. Snel pak ik jutten zakken en
begin te rennen.
Ik ben weer voor mijn werk in Hongarije en dit keer is het raak. We hebben ganzen! We zijn op zondag aangekomen en hebben de afgelopen dagen geschikte vangplekken bezocht. Aan de rand van dit meer, midden in het nationale park, hebben we onze twee netten ingegraven. Op een wel zeer mooie plek, een ondiep meer met daar omheen fraaie bossen en grote rietvelden. Buidelmezen roepen steeds en een fraaie Sakervalk vloog – bij het ingraven van de netten – over. Via een kilometers lang, heel erg modderig pad, kom je op deze heerlijke plek, het voelt zo bijzonder hier te mogen werken!
Zaterdagmiddag hebben we een excursie onder leiding van een Hongaar. En, niet zomaar een excursie, we gaan het reservaat in waar Grote Trappen broeden. We rijden over kale wegen, langs eindeloze akkers en weilanden. Heel veel vogels zijn er niet, maar wat er zit is de moeite meer dan waard. We komen veel Ruigpootbuizerden en Blauwe Kieken tegen. Ook Grauwe Gorzen en Klapeksters zijn redelijk algemeen. In een verre kale boom zitten twee valken: Sakers! Deze vliegen op en laten zich fraai bekijken. We zien een verre Zeearend en dan vinden we ons eigenlijke doel: Grote Trappen. Eerst zien we een grote groep vliegen. De vogels strijken ergens ver weg neer en de ranger weet precies waar. Even later parkeren we de auto en sluipen door een klein bosje. En dan zien we de Trappen, in totaal tel ik er zo’n 125. Bijna allemaal mannen, er liggen een paar vrouwen apart van de grote groep in het korte gras. Af en toe baltsen de mannen, voor mij de eerste keer dat ik dit zie. Voldaan rijden we daarna terug naar het huis van de ranger, onze dank is groot en we geven hem Hollandse kaas en stroopwafels. Hij neemt ze met een grote lach in ontvangst.
Mocht je de Hongaarse ganzen willen volgen, op Hongaarse Kolganzen kan dat. Natuurlijk mag je elke dag kijken, maar dat hoeft niet. Eens in de drie dagen komt er een update van de ARGOS satelliet, die dan automatisch op genoemde site komt te staan. Allemaal super spannend, wat gaan deze vogels doen??
Ik ren het modderige pad door het bos af en kom uit op een
grote kale vlakte. In de verte, aan de oever van het meer, zie ik Gerard Muskens en Gabor staan. Ik ren
verder en kom dan bij de oever aan. Hier ligt het net en onder dat net liggen ganzen, een stuk of 25 tel ik in de gauwigheid. We
feliciteren elkaar en beginnen de ganzen onder het net vandaan te halen. Ik pak
snel mijn camera en maak wat foto’s. Volgens de display is het nu 6:23 uur, we
hebben ganzen en de hele dag de tijd ze te verwerken. Ik zucht eens diep en
kijk naar de hemel. Als ik even later de zon zie opkomen weet ik dat het een
mooie dag gaat worden.
| ingraven van de netten |
| opruimen netten terwijl de zon opkomt |
| onze auto en het modderige pad naar de vangplek |
Ik ben weer voor mijn werk in Hongarije en dit keer is het raak. We hebben ganzen! We zijn op zondag aangekomen en hebben de afgelopen dagen geschikte vangplekken bezocht. Aan de rand van dit meer, midden in het nationale park, hebben we onze twee netten ingegraven. Op een wel zeer mooie plek, een ondiep meer met daar omheen fraaie bossen en grote rietvelden. Buidelmezen roepen steeds en een fraaie Sakervalk vloog – bij het ingraven van de netten – over. Via een kilometers lang, heel erg modderig pad, kom je op deze heerlijke plek, het voelt zo bijzonder hier te mogen werken!
Nadat de ganzen in de jutten zakken zitten ruimen we eerst
het net en de kannonen en mortieren op. We leggen alles bij elkaar en maken
alles een beetje schoon. Als we dat nu niet doen, kost het ons later veel meer
werk. Daarna gaan de ganzen in kleine tentjes en bereiden we het verwerken van
de 31 Kolganzen (zoveel hebben we er gevangen) voor. We ringen, meten en wegen
de vogels. We bepalen de sexe en nemen swabs
van cloaca en keel, dit om te kijken of de vogels geïnfecteerd zijn
geweest met griepvirussen.
Het verwerken van de vogels gaat soepel. We hebben dit al
vele malen eerder gedaan, en het is min of meer routine. Wat geen routine is
zijn al die – meer en minder – voorname Hongaren die komen kijken. Iedereen
die een beetje belangrijk is (of zich dat voelt) komt kijken. Het is best bijzonder wat we
doen, dit is nog maar de tweede keer
ooit dat hier in Hongarije ganzen worden gevangen.
| Kolgans met satellietzender |
Het belangrijkste bewaren we
voor het laatst: de satelliet zenders. Vijf mannelijke Kollen krijgen er
eentje. We willen graag weten wat de migratieroutes van deze vogels zijn.
Vreemd genoeg is daar weinig tot niets van bekend. De vogels komen in november
in Hongarije aan, blijven een week of vier en verdwijnen weer als het koud
gaat worden. Waarheen? Dat weet eigenlijk niemand. Stel je voor, zo’n 40.000
Kolganzen en het is niet bekend waar die in de winter zitten. Niet in
Nederland, dat is wel duidelijk. Maar waar dan wel? Daar willen we graag met
deze zenders achter zien te komen. Ook is niet bekend welke route naar de
broedgebieden de vogels gebruiken. Het idee is dat ze via Kazakhstan vliegen,
maar of dat echt zo is? Hopelijk gaan de satellietzenders ons meer
duidelijkheid geven.
Als we ’s avonds in ons vaste restaurant aan de goulash
zitten drinken we een groot glas bier. We proosten op het feit dat het gelukt
is, We hebben Kollen gevangen, en dat in Hongarije!
![]() |
| Een paar van de Grote Trappen |
Zaterdagmiddag hebben we een excursie onder leiding van een Hongaar. En, niet zomaar een excursie, we gaan het reservaat in waar Grote Trappen broeden. We rijden over kale wegen, langs eindeloze akkers en weilanden. Heel veel vogels zijn er niet, maar wat er zit is de moeite meer dan waard. We komen veel Ruigpootbuizerden en Blauwe Kieken tegen. Ook Grauwe Gorzen en Klapeksters zijn redelijk algemeen. In een verre kale boom zitten twee valken: Sakers! Deze vliegen op en laten zich fraai bekijken. We zien een verre Zeearend en dan vinden we ons eigenlijke doel: Grote Trappen. Eerst zien we een grote groep vliegen. De vogels strijken ergens ver weg neer en de ranger weet precies waar. Even later parkeren we de auto en sluipen door een klein bosje. En dan zien we de Trappen, in totaal tel ik er zo’n 125. Bijna allemaal mannen, er liggen een paar vrouwen apart van de grote groep in het korte gras. Af en toe baltsen de mannen, voor mij de eerste keer dat ik dit zie. Voldaan rijden we daarna terug naar het huis van de ranger, onze dank is groot en we geven hem Hollandse kaas en stroopwafels. Hij neemt ze met een grote lach in ontvangst.
Zondag aan het einde van de middag vliegen we weer naar huis
en we gebruiken de ochtend om ganzen te zoeken. Die vinden we niet, maar we
vinden wel twee fraaie onvolwassen Keizerarenden, een volwassen Zeearend en de
nodige Ruigpootbuizerden en Klapeksters.
![]() |
| Keizerarend (foto Gerard Muskens) |
| Kijken naar de Sakervalken |
Mocht je de Hongaarse ganzen willen volgen, op Hongaarse Kolganzen kan dat. Natuurlijk mag je elke dag kijken, maar dat hoeft niet. Eens in de drie dagen komt er een update van de ARGOS satelliet, die dan automatisch op genoemde site komt te staan. Allemaal super spannend, wat gaan deze vogels doen??
donderdag 21 februari 2013
Taktische Pläne
Tactisch en strategisch plannen en een goede voorbereiding
kan zo nu en dan heel goed uitpakken. Het werkte al goed met mijn paspoort en
de Grote Zee-eenden, en nu heeft het weer heel goed gewerkt. Via een Duitse regionale
waarnemingen site kom ik erachter dat in de omgeving van Voerde, langs de Rijn,
vier IJseenden gezien zijn. Omdat ik die nog niet in Duitsland gezien heb, en
omdat dit niet heel erg ver weg is (een uurtje rijden), besluit ik na mijn werk
hier heen te gaan. Van tevoren heb ik goed op Google-Earth gekeken, dus ik weet
precies waar ik wel (en niet) moet zijn.
Ik werk vrolijk de hele woensdag en stap, als ik ben uitgewerkt, in de auto. Een uurtje over de autobahn en tien minuten over wat kleinere weggetjes en ik sta aan de rand van de Tenderingssee. Onderweg heb ik de lucht scherp in de gaten gehouden. Er vliegen veel Kraanvogels en een mooie groep wil ik niet graag missen. Helaas werken de Kranen niet mee, maar de See zit er veel belovend uit, met veel eenden erop. Ik zet mijn scoop neer en kijk van links naar rechts over het meer. Al snel zie ik een kleinere Fuut zwemmen. ‘Roodhals!’, denk ik direct, en dat blijkt te kloppen. De vogel zwemt naar me toe en gaat dan niet ver uit de oever frequent duiken. De vogel is meer onder dan boven water, maar toch lukt het me een redelijke bewijsplaat te maken.
Ik werk vrolijk de hele woensdag en stap, als ik ben uitgewerkt, in de auto. Een uurtje over de autobahn en tien minuten over wat kleinere weggetjes en ik sta aan de rand van de Tenderingssee. Onderweg heb ik de lucht scherp in de gaten gehouden. Er vliegen veel Kraanvogels en een mooie groep wil ik niet graag missen. Helaas werken de Kranen niet mee, maar de See zit er veel belovend uit, met veel eenden erop. Ik zet mijn scoop neer en kijk van links naar rechts over het meer. Al snel zie ik een kleinere Fuut zwemmen. ‘Roodhals!’, denk ik direct, en dat blijkt te kloppen. De vogel zwemt naar me toe en gaat dan niet ver uit de oever frequent duiken. De vogel is meer onder dan boven water, maar toch lukt het me een redelijke bewijsplaat te maken.
Een heerlijke bonus, maar eigenlijk wil ik ook wel graag die
IJseenden zien. Ik scoop en scoop, maar ik zie ze niet. Net als ik begin te
twijfelen zie ik – heel erg ver, aan de overkant tegen de oever – een man
IJseend. De vogels zijn bijna continue onder water. Met heel veel geduld kan ik
ze tellen, en ik kom op 1 man en drie vrouwen. Ze laten zich moeizaam bekijken
en met een vluchtige blik over de See had ik ze nooit gevonden. Ik probeer een
bewijsplaatje te maken, maar dat lukt me niet… Oordeel zelf maar.
Als ik terug rij richting Zyfflich blijf ik de hemel scherp
in de gaten houden. Hier moeten toch Kraanvogels vliegen? En het werkt, na een
goede tien minuten zie ik ineens links van de weg een grote groep vogels. Het
is direct duidelijk, dit zijn Kranen! Ik kan de auto aan de rand van de drukke
weg parkeren en maak snel een paar foto’s. Ongeveer 35 vogels schat ik, die
langzaam flappend en glijdend in oostelijke richting verdwijnen. Tevreden rij ik naar huis, een goede
voorbereiding (en wat geluk, laten we wel eerlijk blijven) werpt zijn vruchten
af!
vrijdag 15 februari 2013
Reisepass
Het wonen in Duitsland heeft vele voordelen. Naast al die voordelen, zijn er natuurlijk ook nadelen. Elk voordeel heeft zijn nadeel! Het verlengen van je paspoort is zo’n nadeel. Woon je ‘normaal’ ergens in Nederland, dan verleng je het paspoort in de gemeente waar je woont. Voor mij is dat allemaal anders. Ik kan het verlengen bij het consulaat (bijvoorbeeld in Dusseldorf), of verlengen bij een klein aantal gemeentes in de grensstreek. Enschede is zo’n gemeente, en dus reed ik niet lang geleden op een mooie vrijdag, speciaal naar die stad voor het verlengen van mijn paspoort.
Een goede week later, op donderdag besluit ik mijn nieuwe paspoort te gaan ophalen. Ondanks de verleidelijke Geelsnavelduiker in het westen van Nederland, rij ik naar het oosten. Eigenlijk ben ik daar wel blij om, zo ontloop ik alle sneeuw, ijzel en overige ellende. Op de radio hoor ik hoe erg het in het westen is, en ik rij zonder problemen naar Enschede.
Het ophalen van het paspoort is een formaliteit en zo sta ik al weer spoedig buiten. En daar ben ik erg blij om. Ik heb namelijk nog grootse plannen. Min of meer op de route Enschede – Zyfflich ligt een meer. En op dat meer zitten al enige tijd Grote Zee-eenden… en die wil ik graag op mijn Duitse lijst(je) zetten. Van een Nederlander woonachtig in Munster heb ik al wat plekinfo gekregen, dus het moet eigenlijk appeltje-eitje zijn. ’s Morgens keek ik echter nog even snel op Ornitho (de Duitse waarneming.nl) en zag dat op een kleiner meer, dat vlak naast het grote meer ligt, een Middelste Zaagbek, Toppers en een Grote Zee-eend was gezien. Dat maakte het voor mij erg eenvoudig, ik laat het grote meer links liggen en focus mezelf op het kleinere meertje.
En die tactiek werkt uitstekend. Ik parkeer de auto, loop 100 meter, zet mijn scoop neer en binnen 10 minuten scoor ik Middelste Zager, Toppers en een vrouw Grote Zee-eend. “Wie het kleine niet eert, is het grote…. " zal ik maar zeggen. Het klinkt vreemd, maar ik ben maar wat blij met mijn eendjes. Totdat ik de volgende morgen tot mijn verbijstering constateer dat ik toch nog maar even op het grote meer had moeten kijken, daar blijkt gisteren een Witoogeend te hebben gezeten…
Een goede week later, op donderdag besluit ik mijn nieuwe paspoort te gaan ophalen. Ondanks de verleidelijke Geelsnavelduiker in het westen van Nederland, rij ik naar het oosten. Eigenlijk ben ik daar wel blij om, zo ontloop ik alle sneeuw, ijzel en overige ellende. Op de radio hoor ik hoe erg het in het westen is, en ik rij zonder problemen naar Enschede.
Het ophalen van het paspoort is een formaliteit en zo sta ik al weer spoedig buiten. En daar ben ik erg blij om. Ik heb namelijk nog grootse plannen. Min of meer op de route Enschede – Zyfflich ligt een meer. En op dat meer zitten al enige tijd Grote Zee-eenden… en die wil ik graag op mijn Duitse lijst(je) zetten. Van een Nederlander woonachtig in Munster heb ik al wat plekinfo gekregen, dus het moet eigenlijk appeltje-eitje zijn. ’s Morgens keek ik echter nog even snel op Ornitho (de Duitse waarneming.nl) en zag dat op een kleiner meer, dat vlak naast het grote meer ligt, een Middelste Zaagbek, Toppers en een Grote Zee-eend was gezien. Dat maakte het voor mij erg eenvoudig, ik laat het grote meer links liggen en focus mezelf op het kleinere meertje.
En die tactiek werkt uitstekend. Ik parkeer de auto, loop 100 meter, zet mijn scoop neer en binnen 10 minuten scoor ik Middelste Zager, Toppers en een vrouw Grote Zee-eend. “Wie het kleine niet eert, is het grote…. " zal ik maar zeggen. Het klinkt vreemd, maar ik ben maar wat blij met mijn eendjes. Totdat ik de volgende morgen tot mijn verbijstering constateer dat ik toch nog maar even op het grote meer had moeten kijken, daar blijkt gisteren een Witoogeend te hebben gezeten…
maandag 11 februari 2013
Sonne und carnaval...
Na een klein maandje stilte eindelijk weer eens een schrijven. In dat maandje gebeurde er eigenlijk best wel veel. In Zyfflich en omgeving werden nog steeds de nodige ganzen gezien. Ik kwam nog een keer een Roodhalsgans tegen, maar daar bleef het dan qua de echte zeldzamere ganzen bij. Wel verblijven er de laatste weken redelijk grote aantallen Brandganzen. Ik kom regelmatig groepjes tot wel 50 vogels tegen, iets dat ik hier nog niet eerder mocht beleven.
Wat ik wel mocht beleven was een weekje zon. Toevallig bleek er een week zonder bijzonderheden , veldwerk of dringende afspraken te zijn en die kans werd direct gegrepen. Een vlucht was snel geboekt, een huisje ook en een auto idem dito. En zo werd ik dan op woensdag 6 februari op Majorca wakker van zingende Graszangers en Euroka's. Het weer was deze week heerlijk, steeds zo rond de 20 graden met redelijk veel zon. Wat betreft vogels was het natuurlijk rustig. Leuke soorten die je in de winter hier nog kan tegenkomen zijn Monniksgieren, Dwergarenden, Grielen, Thekla Leeuwerik, Purperkoet, Vale Pijlen en natuurlijk de belangrijkste soort Balearische Grasmus.
Deze laatste soort is in de winter erg lastig, maar met veel geluk lukte het me toch er eentje redelijk te zien te krijgen. Alle andere soorten zijn heel eenvoudig te zien te krijgen (behalve dan de Griel, maar die hoorde ik dan wel weer elke avond vanaf het terras van ons vakantie-huisje roepen). Hoe dan ook, een weekje zon was heerlijk!
Hieronder een paar foto's: Audouins Meeuw, Purperkoet, Rode Wouw (met zender op z'n rug - als je goed kijkt!) en een verre Dwergarend.
Wat ik wel mocht beleven was een weekje zon. Toevallig bleek er een week zonder bijzonderheden , veldwerk of dringende afspraken te zijn en die kans werd direct gegrepen. Een vlucht was snel geboekt, een huisje ook en een auto idem dito. En zo werd ik dan op woensdag 6 februari op Majorca wakker van zingende Graszangers en Euroka's. Het weer was deze week heerlijk, steeds zo rond de 20 graden met redelijk veel zon. Wat betreft vogels was het natuurlijk rustig. Leuke soorten die je in de winter hier nog kan tegenkomen zijn Monniksgieren, Dwergarenden, Grielen, Thekla Leeuwerik, Purperkoet, Vale Pijlen en natuurlijk de belangrijkste soort Balearische Grasmus.
Deze laatste soort is in de winter erg lastig, maar met veel geluk lukte het me toch er eentje redelijk te zien te krijgen. Alle andere soorten zijn heel eenvoudig te zien te krijgen (behalve dan de Griel, maar die hoorde ik dan wel weer elke avond vanaf het terras van ons vakantie-huisje roepen). Hoe dan ook, een weekje zon was heerlijk!
Hieronder een paar foto's: Audouins Meeuw, Purperkoet, Rode Wouw (met zender op z'n rug - als je goed kijkt!) en een verre Dwergarend.
Terug in Duitsland bleek de Ringsnavelmeeuw, die al geruime tijd op de Rijn vlak bij Keulen zit, nog steeds aanwezig. Ik had al diverse malen op het punt gestaan die meeuw eens met een bezoek te vereren en afgelopen vrijdag was het dan echt zover. De vogel is bijna altijd te vinden bij het veer bij het stadje Hitdorf. De rit daar naar toe verliep zonder problemen, maar toen ik het dorp inreed veranderde dat ras. Het was carnaval (en dat was ik als rasechte Fries helemaal vergeten), en juist op deze vrijdag was de Grote Optocht door het dorp. Het hele dorp was dus afgezet voor autoverkeer en overal liepen de meest vrolijke verkleede mensen... De auto werd dus aan de rand van het dorp neergezet en daar ging ik met verrekijker en telescoop dwars door de menigte. Vreemd werd ik niet aangekeken, blijkbaar dacht een ieder dat ik verkleed was.
Eenmaal bij het veer verliep alles voorspoedig. Het meegenomen brood hoefde ik niet eens te gebruiken, er was iemand druk bezig de eendjes en zwanen te voeren. En de meeuwen, waarvan een enorme groep aanwezig was. Hoofdzakelijk Kokmeeuwen, maar ook aardig wat Stormeeuwen en zelfs nog een Geelpootmeeuw. En een heuse Ringsnavelmeeuw! De vogel liet zich redelijk bekijken, maar verdween helaas ook weer snel uit beeld en kwam ondanks geduldig wachten ook niet meer terug.Wel kon ik nog de Eidereend (die daar ook al heel lang zit) bewonderen. Dit met feestvierende mensen en die heerlijke en vrolijke muziek om me heen... Tja, om dat leuk te vinden... daar ben ik toch echt te veel Fries voor vrees ik...
vrijdag 11 januari 2013
Seltene Gänse
Vroeger was alles anders. Vroeger had ik weinig met ganzen. Ik keek er wel naar, maar dat ik nu speciaal op stap ging om hele groepen ganzen af te zoeken. Nou nee, niet echt. In de tijd dat ik nog in Friesland woonde deed ik dat al niet. En later in Deventer, Zeeland en de omgeving van Almere keek ik eigenlijk ook niet veel naar ganzen. Toen ik een tijd ten noorden van Bremen woonde keek ik ook niet naar ganzen. Maar dit veranderde allemaal toen ik in Zyfflich kwam te wonen.
In Zyfflich kan je - in de winter - niet om ganzen heen. Er zitten er letterlijk duizenden op een steenworp afstand van mijn huis. Vanuit de voorkamer zie ik ze op nog geen 300 meter afstand in het weiland zitten. Met de telescoop kan ik ze allemaal afkijken. Ook vliegen er de hele dag groepjes over ons huis, dus als je achter het huis in de tuin bezig bent, de hele tijd krijg je ganzen-prikkels... En dan ga je vanzelf kijken en zoeken naar de leukere soorten. Vooral als je dan ook nog die soorten graag op je tuin/huis-lijst wil hebben.
**********
Hierdoorheen fietst natuurlijk een beetje mijn werk. Waar ik werk doen we o.a. fundamenteel onderzoek aan ganzen en daardoor ben ik ze wel veel en veel interessanter gaan vinden. Je gaat je zelf vragen stellen en ziet gedragingen in het veld die je anders misschien niet waren opgevallen. Dit zal er zeker ook aan hebben bijgedragen dat ik nu meer dan voorheen naar ganzen kijk.
**********
Maar belangrijk is dus dat er heel veel ganzen zijn als ik naar buiten ga. En dan ga je die vanzelf afkijken (bij gebrek aan iets anders misschien? Als er veel meeuwen zouden zitten of bijvoorbeeld piepers en leeuweriken, dan ging ik die waarschijnlijk fanatiek bekijken).
Dus op zondag 6 januari fiets ik speciaal een rondje op zoek naar ganzen. Het liefst grote groepen, want in die pap zitten de krenten. Na een - verder redelijk saai - rondje kom ik iets ten noorden van Kranenburg een enorme groep Kolganzen tegen. De groep zit verspreid over verschillende weilanden, die letterlijk zwart zien van de vogels. Ik schat dat het er ongeveer 4000 moeten zijn. Ik zet mijn telescoop neer en geduldig ga ik ze allemaal een voor een bekijken. Of, dat probeer ik. Na enige tijd kom ik een Roodhalsgans tegen. Altijd leuk, en mijn eerste voor dit jaar. Door de telescoop maak ik een bewijsplaatje.
Maar er moet meer mogelijk zijn in deze enorme groep, en dus zoek ik geconcentreerd verder. Ik kom een aantal Kolganzen met halsbanden tegen, totdat ik ineens een vogel met roze op de snavel zie: Kleine Rietgans! Heel erg leuk. De winter 2011/12 kwam ik deze soort hier geen enkele keer tegen, maar nu het 2013 is ineens wel. De vogel is opvallend onopvallend en zo nu en dan raak ik 'm compleet kwijt tussen de vele Kollen. Met enig gedoe lukt het me een bewijsplaatje te maken. Zelfs op deze foto valt de vogel niet heel erg op.
Dat het altijd nog beter kan bewijst Manuel Fiebrich op donderdag 10 januari. Hij werkt bij de NABU in Kranenburg en doet elke woensdag een 'Rastvögelzahlung'. Dus het tellen van alle pleisterende vogels in de wijde omgeving van Kranenburg. Tijdens deze telling ontdekt Manu, net ten noorden van Kranenburg, een Dwerggans en hij waarschuwt direct zijn collega's. Die laten meteen alles vallen, springen in de auto en ijlen zich naar de plek waar de Dwerggans zit. Helaas vliegt, net voordat ze ter plekke zijn, een deel van de groep op en lukt het niet de vogel terug te vinden. Ik krijg aan het begin van de middag een sms en bel daarna met 'birder' Daniel Doer. Een beetje treurig verteld hij me dat het niet gelukt is de vogel terug te vinden, hoewel de Dwerggans maar tussen zo'n 800 Kollen zou moeten zitten. Na een half uur moesten ze terug naar het werk.
Ik spreek af dat ik aan het einde van de middag nog ga zoeken, in het laatse uurtje licht van de dag. Wie weet kan ik de vogel vinden. En zo sta ik dan om een uur of vier naar een enorme groep ganzen te kijken. Het zijn er ondertussen veel meer dan 800 geworden, ik schat wel zo'n 2000. Ik begin dus maar weer geduldig de ganzen te bekijken. Een voor een kijk ik, zo goed als mogelijk is, de vogels af. En dan, na 10 minuten is het al raak: ik heb een fraaie Dwerggans in mijn telescoopbeeld! Het is vreemd hoe normaal dit er dan uitziet, alsof deze vogel hier altijd heeft gezeten, alsof het niet anders kan.
Ik bel direct Daniel. Die blijkt in een vergadering te zitten en kan niet meteen in de auto springen. Ik druk hem op het hart zo snel als mogelijk te komen. De vogel kan zomaar opvliegen, en dan kan ik 'm zo makkelijk weer kwijtraken. Om de vogel niet te verstoren hou ik ruime afstand en maak ik wat foto's en filmpjes met mijn camera. Deze foto's stellen niet veel voor, maar ik heb nu in ieder geval wat bewijsplaatjes.
Het duurt lang en nog langer en dan klinkt ergens een harde knal. Een deel van de groep vliegt op, en tot mijn grote schrik zit de Dwerggans bij deze groep. Ik zie ze redelijk ver achterin het weiland weer invallen. De vogel is in ieder geval niet weggevlogen, maar of ik 'm nu terug kan vinden? Om de groep nog beter te kunnen bekijken verplaats ik me een paar honderd meter. Daar sta ik nog maar net te zoeken als - bijna - de hele NABU ineens om me heen staat. Een paar fanatieke 'birders' kijken me wanhopig aan. Helaas moet ik ze teleurstellen, ik ben de vogel kwijt...
Veel tijd om te zoeken is er dan niet meer, en het lukt ons niet de vogel nog te vinden voor het donker. Jammer maar helaas, hadden ze maar allerter moeten reageren denk ik heel stiekem... maar desondanks baal ik toch, ik had het ze van harte gegund. Ik kan ondertussen toch wel een beetje merken dat de Duitse vogelaars er een beetje de pee inhebben dat ze een Nederlandse vogelaar 'nodig' hebben om deze vogel weer te vinden... Hopelijk blijft deze vogel langer dan 1 dag en krijgen ze 'm nog te zien. Ik ga dit weekend weer hard zoeken, wie weet wat voor krent ik dan kan vinden...
In Zyfflich kan je - in de winter - niet om ganzen heen. Er zitten er letterlijk duizenden op een steenworp afstand van mijn huis. Vanuit de voorkamer zie ik ze op nog geen 300 meter afstand in het weiland zitten. Met de telescoop kan ik ze allemaal afkijken. Ook vliegen er de hele dag groepjes over ons huis, dus als je achter het huis in de tuin bezig bent, de hele tijd krijg je ganzen-prikkels... En dan ga je vanzelf kijken en zoeken naar de leukere soorten. Vooral als je dan ook nog die soorten graag op je tuin/huis-lijst wil hebben.
**********
Hierdoorheen fietst natuurlijk een beetje mijn werk. Waar ik werk doen we o.a. fundamenteel onderzoek aan ganzen en daardoor ben ik ze wel veel en veel interessanter gaan vinden. Je gaat je zelf vragen stellen en ziet gedragingen in het veld die je anders misschien niet waren opgevallen. Dit zal er zeker ook aan hebben bijgedragen dat ik nu meer dan voorheen naar ganzen kijk.
**********
Maar belangrijk is dus dat er heel veel ganzen zijn als ik naar buiten ga. En dan ga je die vanzelf afkijken (bij gebrek aan iets anders misschien? Als er veel meeuwen zouden zitten of bijvoorbeeld piepers en leeuweriken, dan ging ik die waarschijnlijk fanatiek bekijken).
Dus op zondag 6 januari fiets ik speciaal een rondje op zoek naar ganzen. Het liefst grote groepen, want in die pap zitten de krenten. Na een - verder redelijk saai - rondje kom ik iets ten noorden van Kranenburg een enorme groep Kolganzen tegen. De groep zit verspreid over verschillende weilanden, die letterlijk zwart zien van de vogels. Ik schat dat het er ongeveer 4000 moeten zijn. Ik zet mijn telescoop neer en geduldig ga ik ze allemaal een voor een bekijken. Of, dat probeer ik. Na enige tijd kom ik een Roodhalsgans tegen. Altijd leuk, en mijn eerste voor dit jaar. Door de telescoop maak ik een bewijsplaatje.
Maar er moet meer mogelijk zijn in deze enorme groep, en dus zoek ik geconcentreerd verder. Ik kom een aantal Kolganzen met halsbanden tegen, totdat ik ineens een vogel met roze op de snavel zie: Kleine Rietgans! Heel erg leuk. De winter 2011/12 kwam ik deze soort hier geen enkele keer tegen, maar nu het 2013 is ineens wel. De vogel is opvallend onopvallend en zo nu en dan raak ik 'm compleet kwijt tussen de vele Kollen. Met enig gedoe lukt het me een bewijsplaatje te maken. Zelfs op deze foto valt de vogel niet heel erg op.
Tevreden fiets ik daarna naar huis. Ik kijk nog wat groepjes ganzen af, maar echt veel motivatie heb ik niet meer. De buit is binnen, althans zo voelt het een beetje. 'Kan het nog beter? ' vraag ik mezelf af...Dat het altijd nog beter kan bewijst Manuel Fiebrich op donderdag 10 januari. Hij werkt bij de NABU in Kranenburg en doet elke woensdag een 'Rastvögelzahlung'. Dus het tellen van alle pleisterende vogels in de wijde omgeving van Kranenburg. Tijdens deze telling ontdekt Manu, net ten noorden van Kranenburg, een Dwerggans en hij waarschuwt direct zijn collega's. Die laten meteen alles vallen, springen in de auto en ijlen zich naar de plek waar de Dwerggans zit. Helaas vliegt, net voordat ze ter plekke zijn, een deel van de groep op en lukt het niet de vogel terug te vinden. Ik krijg aan het begin van de middag een sms en bel daarna met 'birder' Daniel Doer. Een beetje treurig verteld hij me dat het niet gelukt is de vogel terug te vinden, hoewel de Dwerggans maar tussen zo'n 800 Kollen zou moeten zitten. Na een half uur moesten ze terug naar het werk.
Ik spreek af dat ik aan het einde van de middag nog ga zoeken, in het laatse uurtje licht van de dag. Wie weet kan ik de vogel vinden. En zo sta ik dan om een uur of vier naar een enorme groep ganzen te kijken. Het zijn er ondertussen veel meer dan 800 geworden, ik schat wel zo'n 2000. Ik begin dus maar weer geduldig de ganzen te bekijken. Een voor een kijk ik, zo goed als mogelijk is, de vogels af. En dan, na 10 minuten is het al raak: ik heb een fraaie Dwerggans in mijn telescoopbeeld! Het is vreemd hoe normaal dit er dan uitziet, alsof deze vogel hier altijd heeft gezeten, alsof het niet anders kan.
Ik bel direct Daniel. Die blijkt in een vergadering te zitten en kan niet meteen in de auto springen. Ik druk hem op het hart zo snel als mogelijk te komen. De vogel kan zomaar opvliegen, en dan kan ik 'm zo makkelijk weer kwijtraken. Om de vogel niet te verstoren hou ik ruime afstand en maak ik wat foto's en filmpjes met mijn camera. Deze foto's stellen niet veel voor, maar ik heb nu in ieder geval wat bewijsplaatjes.
Het duurt lang en nog langer en dan klinkt ergens een harde knal. Een deel van de groep vliegt op, en tot mijn grote schrik zit de Dwerggans bij deze groep. Ik zie ze redelijk ver achterin het weiland weer invallen. De vogel is in ieder geval niet weggevlogen, maar of ik 'm nu terug kan vinden? Om de groep nog beter te kunnen bekijken verplaats ik me een paar honderd meter. Daar sta ik nog maar net te zoeken als - bijna - de hele NABU ineens om me heen staat. Een paar fanatieke 'birders' kijken me wanhopig aan. Helaas moet ik ze teleurstellen, ik ben de vogel kwijt...
Veel tijd om te zoeken is er dan niet meer, en het lukt ons niet de vogel nog te vinden voor het donker. Jammer maar helaas, hadden ze maar allerter moeten reageren denk ik heel stiekem... maar desondanks baal ik toch, ik had het ze van harte gegund. Ik kan ondertussen toch wel een beetje merken dat de Duitse vogelaars er een beetje de pee inhebben dat ze een Nederlandse vogelaar 'nodig' hebben om deze vogel weer te vinden... Hopelijk blijft deze vogel langer dan 1 dag en krijgen ze 'm nog te zien. Ik ga dit weekend weer hard zoeken, wie weet wat voor krent ik dan kan vinden...
vrijdag 4 januari 2013
Zyfflicher Jahresübersicht 2012
Hier is dan het langverwachte Zyfflicher-vogel-jaaroverzicht. Dit is de tweede keer dat ik dit maak, en ik sta er werkelijk versteld van wat je hier in een jaar allemaal aan leuke soorten kan tegenkomen. Het geeft wel aan dat deze plek potentie heeft, en dat ik nog veel meer, en misschien ook nog wel leukere soorten, kan gaan tegen komen. Ik vogel fanatiek en ga echt doelgericht op zoek naar leuke soorten en dat merk je. Het lukt me nog steeds regelmatig vogels te gaan kijken, ondanks het feit dat ik een drukke baan heb, een grote tuin bezit die heel veel aandacht vraagt en ook nog vrij regelmatig voor mijn werk of vakantie in het buitenland (dus niet Nederland - Duitsland) ben. Die tuin is overigens wel een heerlijkheid. Het vraagt veel onderhoud en ik ben dan ook vaak in de tuin bezig. Maar het levert me ook heel veel leuke soorten op, soorten die ik anders misschien niet zou hebben gezien. Denk hierbij aan Lepelaar, Pestvogel en Dwerggans.
Ik probeer verder gewoon zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, buiten te zijn. Volgens mij kan je beter elke dag een paar veelbelovende plekken bezoeken, dan een enkele keer een hele dag je suf vogelen. ‘Stug blijven volhouden, dan blunder je vanzelf tegen leuke soorten aan’, aldus een bekende ontdekker van vele zeldzaamheden. Dit is ook de strategie van bijvoorbeeld Deception Tours. Het lukt me nog steeds een paar keer per week op de fiets een rondje om Zyfflich te maken. Mijn geluk is dat ik voor leuke waarnemingen niet ver weg hoef te gaan, als ik de oprit af fiets kan ik al beginnen met vogelen. Mijn favoriete gebieden liggen direct ten zuid-oosten van Zyfflich, met als belangrijkste gebied ‘De Kleyen’.
Deutche Zusammenfassung
Wie für 2011 gibt es auch in diesem Jahr wieder eine Jahresübersicht von Vögeln, die ich in und rund Zyfflich beobachtet habe – diesmal gibt es eine deutsche Zusammenfassung. Hier die Höhepunkte von 2012:
- überwinternder Raubwürger
- ein rastendes Weibchen Rotfußfalke
- ein Einflug von Tannenmeisen
- ein über Zyfflich fliegender Löffler
- an zwei Orten je ein rufender Wachtelkönig
- Seeadler, beobachtet von den Kleyen
- Im Sommer große Gruppen Großer Brachvögel abends über Zyfflich
- Am 19. und 20. Oktober starker Vogelzug über Zyfflich (Drosseln, Ringeltauben, Buchfinken und Lerchen)
- insgesamt vier Fischadler über Zyfflich
- vier Seidenschwänze in Zyfflich
- eine überfliegende Zwerggans
Januari
Het jaar begon rustig, op de 5e verbleef een Bergeend op ondergelopen weilanden bij Kranenburg. Een bijzondere verschijning, normaal gesproken zie je die hier nooit midden in de winter. Op de 8e ontdekte ik een Roodhalsgans bij Zyfflich. Op 13 en op 16 januari werd, in een klein boompje langs de Hafnerdiech (weg vanaf de Hauptstraße B9 naar Zyfflich) een Kleine Bonte Specht gezien. De Klapekster van Zyfflch (die voor het eerst werd gezien op 28 december 2011) was daar in januari ook nog regelmatig te vinden. Ik zag de vogel hier op 14, 15, 24, 27 en 29 januari. Op de 24e zag ik – kort nadat ik de Zyfflicher vogel had gezien - ook de vogel van het Kranenburgerbruch. Op de 15e lukte het onmogelijke, met heel veel geluk lukte het me een Klapekster (met telescoop vanuit de ‘opkamer’) vanuit huis te zien, nummer 112 op de tuinlijst…
Februari
De hele maand bleven zowel de Klapekster van Zyfflich en Kranenburg aanwezig, regelmatig zag ik deze vogels. Van 13 - 18 februari verbleven 5 Wilde Zwanen op een weiland net ten oosten van Zyfflich. Op de 16e zong dan eindelijk de eerst Merel zijn lied in onze tuin. Op de 19e werden de eerste grote groepen Kievieten (na de vorstperiode) weer gezien, en op de 21e zag ik de eerste Witte Kwikstaart van het jaar, bij Zyfflich. Tijdens een ganzentelling werd op 21 februari, bij Wyler, een Casarca met groene kleurring (inscriptie RW) gezien. Tot op heden is nog steeds niet duidelijk waar deze zijn ring gekregen heeft… Op 25 februari vloog een Grote Gele Kwikstaart over Zyfflich en zag ik de eerste Graspiepers en Wulpen van het jaar.
Maart
Aan het einde van de dag vlogen op de 2e grote groepen Vinken hoog over. Ik ontdekte ze bij toeval, in een uurtje tijd vlogen er minimaal 500 (in kleinere en grotere groepen) over. Helaas ontdekte ik dit te laat, hoeveel er de hele dag gevlogen hebben zal wel altijd onduidelijk blijven. Op dezelfde dag vlogen ook nog twee Ooievaars en een eenzame Kraanvogel over Zyfflich. Op de 4e vloog een Slechtvalk en op de 5e twee Rode Wouwen langs Zyfflich. En op 8 maart was het dan eindelijk zover, er vlogen ’s avonds roepende Smienten over het huis, een nieuwe tuinsoort… nummer 113!
Op 9 maart doken de eerste Roodborsttapuiten van het jaar (bij Zyfflich dan) op. Twee dagen later, op 11 maart, verbleven 6 Kemphanen op een ondergelopen weiland bij Kranenburg. Dezelfde avond sliep een Rode Wouw in een boom langs de Hauptstraße, vlak bij Wyler. De 13e was een goede dag voor Klapeksters, ik zag de vogel van Zyfflich voor het laatst (was hier aanwezig vanaf 28 december) en ik zag de vogel bij Kranenburg. En het lukte me eindelijk de vogel die aanwezig zou moeten zijn bij de weg met de mooie naam Dingdung (midden in de Duffelt), te zien te krijgen. Deze dag was ook goed voor Kraanvogels, ik zag een groep van ongeveer 25 vogels bij Niel en 17 vogels vlogen fraai en laag over Zyfflich. De eerste Tjiftjaf zong op 17 maart in de tuin en een dag later zag ik twee Slechtvalken (paar) bij het Kranenburgerbruch. Op deze dag zag ik ook daar voor het laatst de Klapekster die daar overwinterde. Ook op de 18e maart was een jagende Slechtvalk aanwezig bij de Dingdung. Deze vogel was fraai en fanatiek – zonder succes overigens – aan het jagen op Kieviten. De rest van de maand (en een stukje april) zoek ik naar leuke vogels op de Azoren.
April
Op de 5e zat de eerste Gele Kwikstaart van het jaar tussen ongeveer 30 Witte bij Zyfflich, in de Kleyen zong die dag de eerste Fitis en op ondergelopen weilanden bij Kranenburg pleisterden de eerste Witgat en (twee) Scholeksters van het jaar. Een Kraanvogel verbleef deze maand in de Kleyen, van 11 – 15 april was deze daar te vinden. De eerste Boerenzwaluwen vlogen op 13 april boven Zyfflich en op deze dag zat de eerste Tapuit van het jaar bij de Kleyen. Op 12 april zong de eerste Braamsluiper van het jaar bij Zyfflich en werden 4 mannen Beflijster bij de Kleyen gezien. Dit zou het begin inluiden van een heuse ‘influx’, op de 14e werd een vogel bij de Kleyen gezien en minimaal 3 vogels in de weilanden voor ons huis. De dag hierna, op de 15e, bleken op dezelfde plek de hele dag 5 vogels aanwezig te zijn. Ook kon de soort toen op de tuinlijst worden gezet, nummer 115. Een dag eerder, op de 13e april, vloog een Roek luid roepend over onze tuin, nieuw en nummer 114. Op deze dag zong ook de eerste Gekraagde Roodstaart bij Zyfflich, helaas was deze vogel niet vanuit de tuin te horen… Een vrouw Blauwe Kiekendief vloog op 15 april langs het Kranenburgerbruch. Voor de volledigheid noem ik nog de twee Zomertalingen en twee Zwarte Wouwen die ik op 21 april in de Emmericher Waard bij Emmerich aan de Rijn zag. De eerste Kleine Plevier van 2012 zag ik op de 23e bij Kranenburg en op deze dag knalde een Smelleken snoeihard door onze tuin. Een paar dagen later, op 29 april werden weer vele nieuw aangekomen soorten gezien: Wespendief, Boomvalk, Gierzwaluw, Paap en Boompieper. De maand werd afgesloten op de 30e, met een Zwarte Wouw bij Emmerich en een compacte groep van ongeveer 100 Gierzwaluwen die hoog en hard over Zyfflich naar het noorden vloog.
Mei
De maand begon heel goed, ’s avonds pleisterde een vrouw Roodpootvalk bij Zyfflich. Helaas was de vogel vertrokken voordat die digitaal kon worden vastgelegd. Op 5 mei was de Bird Race (zie verslag Bird Race 2012). Highlights op deze dag waren Velduil, Lepelaar, Bosruiter, Rode en Zwarte Wouw, Bruine Kiek, Kemphaan, Kwartel en Kortsnavelboomkruiper. Zacht geprevel achter in de tuin trok op 13 mei mijn aandacht. Na geduldig wachten liet een Kleine Karekiet zich zien, nieuw en nummer 116 op de tuinlijst. Deze vogel was een dag later nog aanwezig. Op natte weilanden, niet ver van Kranenburg, waren op 13, 16 en 17 mei twee Kleine Plevieren en een Groenpootruiter aanwezig. Of dit steeds dezelfde vogels zijn geweest is niet geheel duidelijk. Op 14 mei vloog een Zwarte Wouw over Zyfflich en op de 14e verbleven twee vogels bij Emmerich aan de Rijn. Op de 19e vlogen twee Zwarte Sterns en een Zwarte Wouw over de tuin. Een groep van 9 Ooievaars vloog op 27 mei over de tuin. In de nacht van 27 op 28 mei lukte het me om een Bosrietzanger op de tuinlijst te zetten. Een vogel die niet ver van Zyfflich zat te zingen, was overdag niet te horen vanwege de overige geluiden. ’s Nachts was het stil en kon ik de vogel, vanaf de oprit (met mijn handen achter de oren en mijn adem inhoudend), luid en duidelijk horen zingen (nr 117). Op 28 mei hoorde ik de eerste Kwartel bij Zyfflich. Nadien bleef ik regelmatig Kwartels horen, hoewel er duidelijk minder vogels aanwezig waren dan in 2011. De laatste vogel hoorde ik roepen op 10 juli. De misschien wel grootste verrassing van mei kwam aan het einde van de maand: een Kuifmees liet zich fraai bekijken in de grote den in de tuin van de buren (nr 118 op de tuinlijst).
Juni
Van de 3e tot en met de 10e was een vrouw Bruine Kiekendief te vinden in de Kleyen. Een hele onverwachte aanvulling op de tuinlijst was de Lepelaar die op 8 juni over Zyfflich vloog (nr 119). Op deze dag waren twee Zwarte Wouwen aanwezig bij Emmerich aan de Rijn en vloog hier een Zwarte Ooievaar over. Bijzonder leuk was de ontdekking van een Kwartelkoning die vlakbij Zyfflich zat te roepen. Deze vogel hoorde ik hier regelmatig (ook overdag) van 10 – 25 juni. Dankzij een snelle actie werd het perceel waar de vogel verbleef niet gemaaid en ik ga ervan uit dat hier succesvol gebroed is. Twee Kwako’s waren op 19 mei ’s nachts aanwezig bij Emmerich (ook op de 30e). Op de 25e bleek – naast de vogel van Zyfflich – nog een vogel te roepen in een fraai ongemaaid weiland bij Kranenburg. De eerste Witgat van het najaar verbleef op 27 juni bij Kranenburg. Op een heel erg natte maisakker bij Kranenburg alarmeerden (roepen en afleidingsgedrag) op 28 juni twee Kleine Plevieren. Jongen kon ik niet vinden. Hier verbleven ook een Witgat en een jonge Grote Gele Kwikstaart.
Juli
Vanaf de 5e ging ik op expeditie naar Arctisch Rusland, daarom maar weinig waarnemingen voor deze maand. Op de 4e vloog een Zwarte Wouw en een groep van 90 Wulpen over Zyfflich. Vooral de Wulpen zijn bijzonder, de vogels vlogen ’s avonds tegen het donker laag in noordelijke richting over. Waarschijnlijk om ergens bij het zandgat bij Leuth te gaan slapen. Op deze dag verbleven veel meeuwen op een paar natte weilanden langs de Hauptstraße B9. Ik telde maar liefst 250 Kokmeeuw en 150 Kleine Mantelmeeuwen.
Augustus

September
De maand begon goed met een Visarend en vrouw Bruine Kiekendief in de Kleyen. Op 1 en 2 september was hier een Koekoek aanwezig en op de laatste dag ook nog een IJsvogel. Een wel heel bizar fenomeen begon op de 2e september, Zwarte Mezen. Op deze dag deden 52 vogels de tuin aan. Dit bleef zo’n beetje de hele maand doorgaan: de 15e drie vogels, 16e ongeveer 34 vogels, de 22e vier, de 23e tien, en op de 28e en 30e beide dagen steeds twee vogels. Tijdens de invasie van Zwarte Mezen deed ook een – lang verwachte – nieuwe soort de tuin aan: Vuurgoudhaan. Voor de eerste keer zag ik deze op de 2e. De vogel bleef tot en met de 7e september in de tuin (nr 120 op de lijst). Op de 4e vlogen twee Witgat en op de 8e 30 Wulpen (midden op de dag!) over de tuin. Een man Bruine Kiekendief was op 9 september net ten noorden van Zyfflich aan het jagen. Op de 15e zag ik vanuit de Kleyen een verre onvolwassen Zeearend. Deze vogel vloog ergens boven de grens met Nederland en werd de dag na mijn waarneming bij Nijmegen gezien. 16 September vlogen drie Roeken, een Watersnip, drie Grote Lijsters en twee Visarenden over de tuin. ’s Morgens had ik toen al zes Grote Lijsters bij het Wylermeer gezien. Op 19 september zat – tijdens een hele heftige regenbui – plotseling een volwassen Slechtvalk midden op een akker bij Zyfflich. Op 22 en op 30 september vlogen Visarenden over de tuin. Een grote groep van 16 Blauwe Reigers vloog op 22 september hoog over Zyfflich , in westelijke richting. Een dag later vlogen 17 Vlaamse Gaaien in een losse groep, ook in westelijke richting, over Zyfflich. Groepen van 11 en 35 Witte Kwikstaarten zaten op 29 september op akkers bij Zyfflich, hiertussen zat ook nog een Gele Kwikstaart. De maand werd afgesloten met een Boomklever die op 30 september heel kort in de tuin zat.
Oktober
Op de eerste dag van deze maand vlogen de eerste Kolganzen van de winter over de tuin. Terwijl ik de hele dag buiten bezig ben komen in totaal 66 Zwarte Mezen en een Goudhaan door de tuin heen gevlogen. Ook vliegt er nog een Smelleken over. Op 6 oktober vliegen 21 Brandganzen hoog over de Kleyen, in westelijke richting. Een vrouw-type Blauwe Kiekendief is hier ook te vinden, en in een heg zitten 4 Zwarte Mezen, deze vliegen al snel door richting west. Vlak voor Zyfflich kom ik dan nog een groepje Zwarte Mezen, dit keer tien en ook deze keer vliegen ze door naar het westen. Bij het kleine kolkje, net voor Zyfflich langs de Hafnerdiech, zit op 7 oktober een IJsvogel. Vanuit de voortuin probeer ik deze vogel nog op de tuinlijst te krijgen, maar helaas lukt dat niet. Op de 7e zitten er in de tuin kort een Zwarte Mees en twee Goudhanen. Op 11 oktober zitten in een weiland, niet ver van Zyfflich minimaal 14 Grote Lijsters in een grote, losse groep. Midden in dit weiland, op zo’n apparaat om koeien van te laten drinken, zit een man Zwarte Roodstaart. Op 13 oktober blijken een aantal weilanden erg nat te zijn na de vele regen. Grote groepen leeuweriken en piepers hangen hier rond, in totaal tel ik ongeveer 100 Veldleeuwerik en 50 Graspiepers. Op de 14e vliegt er weer eens een Roek over de tuin en tel ik 30 Pimpelmezen, die samen met twee Zwarte Mezen, door onze tuin heen schuiven, richting west. Een dag later vliegt een Slechtvalk hard naar noord over de tuin.
Dan beginnen twee memorabele dagen, op 19 en 20 oktober is er enorm veel trek. Ik zit die dagen dan ook voor zonsopgang buiten op een tuinstoel, met koffie, verrekijker en opschrijfboekje. Ik kan die twee dagen veel noteren: 1500 Houtduiven, bijna 900 Veldleeuweriken, 150 Zanglijsters, meer dan 2000 Vinken en aardige aantallen Sijzen, Kepen, Koperwieken en Witte Kwikken. Ook kan ik een aantal nieuwe tuinsoorten bijschrijven: Goudplevier, Kleine Bonte Specht (kort in de tuin en daarna door naar zuid) en Grote Gele Kwik (nr 121 tot 123). Ook vliegt er deze dag een Beflijster over. In de middag van 20 oktober zit een tweede winter Pontische Meeuw in de Kleyen, vreemd genoeg mijn allereerste die ik hier zie. Op 21 oktober zit een groep van minimaal 22 Kepen op een akker vlakbij Zyfflich. Op deze dag vliegt ook nog een Slechtvalk over de tuin. Acht Zwarte Mezen en een Goudhaan doen kort de tuin aan, en tot mijn grote verrassing zit er – veel te kort - een roepende Kleine Barmsijs in de tuin van de buren. Aan het einde van de maand zitten er grote groepen Kramsvogels bij Zyfflich, de hele dag vliegen er vogels rond. Zo komen er op 22 en 24 oktober groepen van 75, 85 en 100 vogels over. De Kramsvogels verdwijnen echter snel en na de 24e kom ik geen grote groepen meer tegen. Wel vliegt er de 27e weer eens een Roek over de tuin. Op 30 oktober lukt het dan eindelijk: ik kan de Grote Zilverreiger op de tuinlijst bijschrijven. Een vogel vliegt recht over de tuin heen (nr 124). Tot mijn grote frustratie was het tot op deze dag nog niet gelukt deze soort op de tuinlijst te krijgen, ondanks vele malen scopen vanuit de opkamer en het feit dat er bijna altijd wel vogels op de weilanden rond Zyfflich te vinden zijn.
November
Deze maand begint rustig met op de 3e twee luid roepende Waterrallen bij de Kolkjes net ten noorden van Zyfflich, ook zit hier een Watersnip aan de waterkant. Op 9 november is het weer raak: als ik in de tuin werk hoor ik een bekende roep: Pestvogels! Vier vogels hangen ’s middags enige tijd rond in de tuin en directe omgeving. Na een klein uurtje zijn de vogels verdwenen, en ondanks mijn ‘apple on a stick truc’ kom ik zo ook niet meer tegen. Wel zit er op deze dag nog een Tjiftjaf in de tuin. Op de 10e en 11e zit er een Goudhaan en Tjiftjaf in de tuin en op de 11e vliegt er nog een vrouw-type Blauwe Kiekendief over. De week hierna ben ik aan het ganzenvangen in Hongarije en kan ik alleen nog maar twee Boomklevers noteren. Deze vogels zitten, op de 24e november, in een groep mezen die in een stel struiken en bomen langs de Hauptstraße B9 zitten.
December
Een wandeling in de sneeuw op de 8e leveren 2 man en 2 vrouw Goudvink op. De vogels zitten net ten noorden van Zyfflich. Het is pas mijn tweede keer dat ik Goudvinken bij Zyfflich tegen kom. Ook vliegen er op de 8e twee roepende Wulpen over de Kleyen en over de tuin. Op de 15e zit er in de Kleyen mijn eerste Roodhalsgans van deze winter, ook hangen daar 20 Kieviten en een Goudvink rond. Op de 27e kom ik dezelfde (of een andere?) Roodhalsgans weer tegen in de Kleyen. Het jaar sluit ik bijzonder goed af. Op 30 december werk ik ’s middags in de tuin. De hele tijd vliegen er groepjes Kolganzen over, zo normaal dat het bijna niet meer opvalt. Wat wel opvalt is dan ineens een andere roep: 3-tonig, hoger en scheller dan een Kolgans. ‘Dwerggans’, denk ik direct en kijk omhoog… en daar vliegt dan tussen de Kolganzen een kleinere gans: Dwerggans!! Het groepje vliegt naar het noorden en ik ga direct zoeken, helaas kom ik de vogel niet meer tegen. Met het toevoegen van deze bijzondere soort op de tuinlijst (nr 125) wordt het jaar qua vogels afgesloten.
Abonneren op:
Posts (Atom)




.jpg)


.jpg)
.jpg)
.jpg)















