Het is maandagavond en ik zit rustig in de tuin te genieten van een sublieme avond. Hoewel ik zit te lezen, scan ik regelmatig de hemel af. Ooit komt hier een Kleinste Jager, een Zwarte Ooievaar of Dwergarend overvliegen. Alles kan, (bijna) altijd en (bijna) overal...
Zo scan ik voor de zoveelste keer de lucht als ik, redelijk ver weg, een groepje vogels zie vliegen. Het zijn ongeveer 30 vogels die in een compacte groep hard naar het westen vliegen. Snel pak ik de kijker en ik kan, nog net voordat de vogels achter de bomen verdwijnen, het groepje bekijken.
Het zijn steltlopers, ongeveer het formaat van een Kievit. De vogels ogen redelijk dik en compact en meer kan ik er niet aan zien. Mijn hele gevoel en instinct roept: Goudplevieren! In de wintermaanden waren dit ook Goudplevieren geworden, maar nu twijfel ik. Als ik op verschillende sites kijk en op trektellen.nl dan zie ik dat er geen Goudplevieren in het binnenland op dit moment doortrekken. Hoopguit 1-2 vogels, maar dat is het dan wel. En, dan blijft natuurlijk de kans bestaan dat het Morinelplevieren waren. Misschien nog onwaarschijnlijker dan Goudplevieren, maar de kans is niet nul.
Dus ik ben kritisch en plak op dit groepje geen etiket. Een bekende Groningse vogelaar vertelde me eens een wijze les: 'het is de kunst vogels ongedetermineerd te laten, te vaak wil je overal een naam aanvast plakken'. Deze wijze les heb ik altijd onthouden en pas ik nu ook hier maar toe. Dit is dus een typisch geval van jammer...
woensdag 22 augustus 2012
zaterdag 18 augustus 2012
Noch mehr Nachrichten
Het is zaterdagavond, zo rond een uur of acht. Het is meer dan 30 graden warm en daarom zit ik heerlijk op het terras dit in te tikken. Boven mijn hoofd vliegen tientallen Huis- en Boerenzwaluwen zachtjes roepend hun rondjes. Het is rustig en stil in het dorp. Het is warm, eigenlijk kan ik goed tegen hitte en heb ik normaal hier ook niet zo'n groot probleem mee. Alleen hitte (en dan vooral 30+ hitte) slaat dood. Het licht is zo hard en het lijkt wel alsof iedereen (inclusief de vogels) nergens meer zin in heeft. 's Avonds en 's morgens is het beter, dat zijn de mooiere momenten van dit soort dagen. En natuurlijk 's nachts, tijdens dit soort dagen kan je buiten slapen, en wat is er mooier dan buiten slapen? Binnen slapen in ieder geval niet!
Echt heel erg hard of spectaculair vogelnieuws heb ik niet. Daarom maar een paar leuke dingen van de afgelopen tijd.
1. Ooievaars. Op een mooie ochtend maakte ik mijn vaste fietstochtje in de omgeving. Die kleine fietsrondjes zijn heerlijk. Eigenlijk hoef ik niets te zien, hoewel dat natuurlijk wel mag! Het gaat eigenlijk meer om het buiten zijn. Even ontsnappen uit de dagelijke drukte, even alleen en weg van de wereld zijn. Heel vaak zie ik niets bijzonders, maar deze keer was dat anders. Op een veld met vers gemaaid gras zijn twee tractoren druk bezig het gras te schudden. En op dat weiland lopen zo maar 35 Ooievaars. Een briljant gezicht, zoveel Ooievaars zie ik niet zo heel erg vaak bij elkaar, meestal zijn het kleine groepjes. De tractoren doen hun ding en die Ooievaars lopen er rustig bij. De tractor-bestuurders vinden het ook wel mooi en eentje steekt zijn duim omhoog als ik aan het fotograveren ben. Als ik een anderhalf uur later weer hier langsfiets (op weg naar huis) zijn alle Ooievaars weg (alleen de tractoren zijn nog hun ding aan het doen). Je blijft je verbazen, heeft de groep gewacht op voldoende termiek en is de hele groep toen naar het zuiden vertrokken? Dat moet toch eigenlijk wel, zo hoort het toch?
2. Plasjes. Ongeveer halverwege tussen Zyfflich en Kranenburg liggen de 'Plasjes'. Het stelt helemaal niets voor, het zijn een paar weilanden die iets lager liggen dan de omliggende weilanden en daarom blijft hier in het voorjaar vaak water staan. Soms, heel soms, zitten hier dan wel eens leuke steltlopers. Niet in grote aantallen maar toch. De plasjes drogen normaal zo rond half mei helemaal op en dan kom ik hier de rest van het jaar niet heel erg vaak meer. Ik hoorde van onze buren dat in de tijd dat ik op Kolguev er regelmatig heel veel regen was gevallen. Daarom besluit ik op een mooie avond toch maar weer eens bij de Plasjes langs te fietsen, je weet het maar nooit! Even later staar ik sprakeloos naar de Plasjes. Tot de rand aan toe gevuld met regenwater! Een heel klein eldorado ligt ineens aan mijn voeten! In totaal staan hier ongeveer 50 kieviten, er lopen Bosruiters, Witgatjes en Oeverlopers. Verder blijken er bijna 10 Watersnippen te zitten en komt uit het gras nog een Kleine Plevier tevoorschijn. Het stelt helemaal niets voor, maar voor hier is het meer dan super.
Ik besluit elke dag te gaan kijken en dat levert me leuke aantallen steltlopers op. Geen bijzonderheden (tot nu toe dan), maar zoals ik al eerder schreef, dat is niet het allerbelangrijkste. Het leukst is misschien nog wel de Wintertaling met de gele nasal saddle die ik afgelopen woensdag plotseling mijn beeld in zie zwemmen. Deze eend blijkt geringd te zijn bij in de Camarque, Frankrijk.
3. Boomklever. Op 11 augustus zit ik in de tuin als ik plotseling een Boomklever hoor roepen. Stomverbaasd kijk ik op en ga direct op zoek naar de vogel. De klever blijft veel kabaal maken maar eerst kan ik de vogel niet vinden, maar dan zie ik de vogel ineens in de berken van de buren zitten. De vogel maakt veel lawaai en vliegt dan over onze tuin weg naar het oosten. 'Leuk, leuk, leuk', bedenk ik me, 'mijn tweede ooit hier'. Mijn eerste zag ik op 10 september 2010. En gisteren had ik weer een roepende Boomklever, waarschijnlijk de vogel van de 11e.
4, Wulpen. De laatste twee weken vliegen 's avonds regelmatig grote groepen Wulpen over Zyfflich, soms tot wel 100 vogels. Voordat ik naar Kolguev vertrok had ik ook al een grote groep Wulpen (op 9 juli, 90 vogels naar noord). Ik denk dat deze vogels ergens slapen in de Ooipolder, in Nederland. Misschien in de Millinger Waard, maar ik denk eerder op de zandgaten in de omgeving van de Ooijse Graaf. Dat ze daar slapen is natuurlijk leuk, maar waar fourageren ze dan overdag? Na wat heen en weer gefiets ben ik er achter. De grootste groepen staan direct voor ons huis, en dan in de weilanden dicht tegen de Nederlandse grens. Waarom er dit jaar zo veel Wulpen zijn? Ik weet het niet en heb ook geen idee voor een mogelijke verklaring. Ook weet ik niet of er in Nederland, in de Ooipolder meer Wulpen zijn dan normaal. Ik weet wel dat ik in 2010 en 2011 niet eerder van dit soort grote groepen heb gezien.
Regelmatig krijg ik vragen als 'waarom vogel je nu zo veel in Duitsland?' en 'mis je het Nederlandse vogelen dan helemaal niet?' Ik ga mijn uiterste best doen, en eens proberen de antwoorden op deze - legitieme - vragen op te schrijven. Stay dus tuned!
Echt heel erg hard of spectaculair vogelnieuws heb ik niet. Daarom maar een paar leuke dingen van de afgelopen tijd.
1. Ooievaars. Op een mooie ochtend maakte ik mijn vaste fietstochtje in de omgeving. Die kleine fietsrondjes zijn heerlijk. Eigenlijk hoef ik niets te zien, hoewel dat natuurlijk wel mag! Het gaat eigenlijk meer om het buiten zijn. Even ontsnappen uit de dagelijke drukte, even alleen en weg van de wereld zijn. Heel vaak zie ik niets bijzonders, maar deze keer was dat anders. Op een veld met vers gemaaid gras zijn twee tractoren druk bezig het gras te schudden. En op dat weiland lopen zo maar 35 Ooievaars. Een briljant gezicht, zoveel Ooievaars zie ik niet zo heel erg vaak bij elkaar, meestal zijn het kleine groepjes. De tractoren doen hun ding en die Ooievaars lopen er rustig bij. De tractor-bestuurders vinden het ook wel mooi en eentje steekt zijn duim omhoog als ik aan het fotograveren ben. Als ik een anderhalf uur later weer hier langsfiets (op weg naar huis) zijn alle Ooievaars weg (alleen de tractoren zijn nog hun ding aan het doen). Je blijft je verbazen, heeft de groep gewacht op voldoende termiek en is de hele groep toen naar het zuiden vertrokken? Dat moet toch eigenlijk wel, zo hoort het toch?
2. Plasjes. Ongeveer halverwege tussen Zyfflich en Kranenburg liggen de 'Plasjes'. Het stelt helemaal niets voor, het zijn een paar weilanden die iets lager liggen dan de omliggende weilanden en daarom blijft hier in het voorjaar vaak water staan. Soms, heel soms, zitten hier dan wel eens leuke steltlopers. Niet in grote aantallen maar toch. De plasjes drogen normaal zo rond half mei helemaal op en dan kom ik hier de rest van het jaar niet heel erg vaak meer. Ik hoorde van onze buren dat in de tijd dat ik op Kolguev er regelmatig heel veel regen was gevallen. Daarom besluit ik op een mooie avond toch maar weer eens bij de Plasjes langs te fietsen, je weet het maar nooit! Even later staar ik sprakeloos naar de Plasjes. Tot de rand aan toe gevuld met regenwater! Een heel klein eldorado ligt ineens aan mijn voeten! In totaal staan hier ongeveer 50 kieviten, er lopen Bosruiters, Witgatjes en Oeverlopers. Verder blijken er bijna 10 Watersnippen te zitten en komt uit het gras nog een Kleine Plevier tevoorschijn. Het stelt helemaal niets voor, maar voor hier is het meer dan super.
Ik besluit elke dag te gaan kijken en dat levert me leuke aantallen steltlopers op. Geen bijzonderheden (tot nu toe dan), maar zoals ik al eerder schreef, dat is niet het allerbelangrijkste. Het leukst is misschien nog wel de Wintertaling met de gele nasal saddle die ik afgelopen woensdag plotseling mijn beeld in zie zwemmen. Deze eend blijkt geringd te zijn bij in de Camarque, Frankrijk.
3. Boomklever. Op 11 augustus zit ik in de tuin als ik plotseling een Boomklever hoor roepen. Stomverbaasd kijk ik op en ga direct op zoek naar de vogel. De klever blijft veel kabaal maken maar eerst kan ik de vogel niet vinden, maar dan zie ik de vogel ineens in de berken van de buren zitten. De vogel maakt veel lawaai en vliegt dan over onze tuin weg naar het oosten. 'Leuk, leuk, leuk', bedenk ik me, 'mijn tweede ooit hier'. Mijn eerste zag ik op 10 september 2010. En gisteren had ik weer een roepende Boomklever, waarschijnlijk de vogel van de 11e.
4, Wulpen. De laatste twee weken vliegen 's avonds regelmatig grote groepen Wulpen over Zyfflich, soms tot wel 100 vogels. Voordat ik naar Kolguev vertrok had ik ook al een grote groep Wulpen (op 9 juli, 90 vogels naar noord). Ik denk dat deze vogels ergens slapen in de Ooipolder, in Nederland. Misschien in de Millinger Waard, maar ik denk eerder op de zandgaten in de omgeving van de Ooijse Graaf. Dat ze daar slapen is natuurlijk leuk, maar waar fourageren ze dan overdag? Na wat heen en weer gefiets ben ik er achter. De grootste groepen staan direct voor ons huis, en dan in de weilanden dicht tegen de Nederlandse grens. Waarom er dit jaar zo veel Wulpen zijn? Ik weet het niet en heb ook geen idee voor een mogelijke verklaring. Ook weet ik niet of er in Nederland, in de Ooipolder meer Wulpen zijn dan normaal. Ik weet wel dat ik in 2010 en 2011 niet eerder van dit soort grote groepen heb gezien.
Regelmatig krijg ik vragen als 'waarom vogel je nu zo veel in Duitsland?' en 'mis je het Nederlandse vogelen dan helemaal niet?' Ik ga mijn uiterste best doen, en eens proberen de antwoorden op deze - legitieme - vragen op te schrijven. Stay dus tuned!
woensdag 15 augustus 2012
Dickschnabellumme !
Het is op het vliegveld van St Petersburg dat ik, na de avonturen op Kolguev, voor het eerst weer internet toegang heb. Ik bekijk de Dutch Birding site en zie het in een oogopslag: ik heb een wel hele goede soort gemist. Kortbekzeekoet... sprakeloos staar ik naar de foto's en lees het verslag van de ontdekking en de twitch. Wat een soort... 'De eerste twitchbare sinds de befaamde vogel van 1979', bedenk ik me. Normaal gesproken maak ik me niet heel erg druk als ik een soort tijdens een vakantie of expeditie mis, maar dit is toch andere koek. Deze komt nooit, nooit meer terug...
Bijna een week later op zaterdagmiddag speelt mijn telefoon zachtjes het bekende melodietje af. Ik bekijk de DB-mail en zie tot mijn grote schrik en verbazing dat de Kortbekzeekoet bij Den Helder zit. Mijn hersenen draaien direct op volle toeren en vele scenario's flitsen door mijn hoofd. Zou de vogel daar blijven? Is het daar hoog, of laag water? Kan ik daar nog snel heen rijden of is het te druk op de weg? En dan wat te doen met die Harald? Die zou vanavond langskomen om foto's van Kolguev uit te wisselen. Dat lijkt me nog het minst grote probleem: gewoon afbellen en zeggen dat hij een dag later welkom is.
Na kort beraad besluiten we Harald af te bellen en richting Den Helder te vertrekken. Het blijft een onheimlich gevoel en of ik er ooit aan zal wennen? Vanuit het buitenland halsoverdekop vertrekken naar een vogel. Ik heb ervaring, vanuit Bremen rijden naar een Oosterse Tortel of Taigastrandloper. Of vanaf een Duits waddeneiland naar Texel varen/rijden/varen voor een Kaspische Plevier. Of vanuit Estland 2700 km rijden voor een Dunbekmeeuw... En nu in dit geval een alk die ergens bij Den Helder op zee dobbert... 'Dit gaat nooit goedkomen', denk ik, 'die vogel blijft daar nooit hangen'. Met dit soort dodelijke gedachten rij ik bijna 150 minuten richting het noord-westen. Vooral de laatste 15 km zijn eng, zal het lukken, gaat het goedkomen?
In Huisduinen parkeer ik de auto bij het restaurant en ren ik de dijk op. Geen vogelaar te zien. Ik pak mijn spullen en loop een stuk in zuidelijke richting. Twee jonge dames zitten op de dijk en vragen me waar al die mannen met verrekijkers toch naar toe gaan. Ik roep kreten als 'Kortbekzeekoet', 'zeldzaam', 'geen tijd' en ren verder. Dank aan deze dames, blijkbaar loop ik goed. Dan zie ik ineens vogelaars op een strekdam staan en met de telescoop zie ik de koet zwemmen. Mijn hartslag daalt naar normalere waarden en ik kan weer rustig ademhalen, de buit is binnen!
We lopen daarna rustig naar de vogel en kunnen die wel heel erg goed bekijken. Het is geen lifer, maar een wel heel erg harde nieuwe NL soort. Maar vooral is het de volkomen onverwachte kans de vogel toch nog te zien te krijgen wat indruk maakt... Het is al een ongelooflijk toeval dat deze vogel hier in deze tijd van het jaar te zien is, het is nog veeeeel meer toeval dat die teruggevonden is geworden! Dank, heel veel dank aan de ontdekker in Huisduinen !!
Bijna een week later op zaterdagmiddag speelt mijn telefoon zachtjes het bekende melodietje af. Ik bekijk de DB-mail en zie tot mijn grote schrik en verbazing dat de Kortbekzeekoet bij Den Helder zit. Mijn hersenen draaien direct op volle toeren en vele scenario's flitsen door mijn hoofd. Zou de vogel daar blijven? Is het daar hoog, of laag water? Kan ik daar nog snel heen rijden of is het te druk op de weg? En dan wat te doen met die Harald? Die zou vanavond langskomen om foto's van Kolguev uit te wisselen. Dat lijkt me nog het minst grote probleem: gewoon afbellen en zeggen dat hij een dag later welkom is.
Na kort beraad besluiten we Harald af te bellen en richting Den Helder te vertrekken. Het blijft een onheimlich gevoel en of ik er ooit aan zal wennen? Vanuit het buitenland halsoverdekop vertrekken naar een vogel. Ik heb ervaring, vanuit Bremen rijden naar een Oosterse Tortel of Taigastrandloper. Of vanaf een Duits waddeneiland naar Texel varen/rijden/varen voor een Kaspische Plevier. Of vanuit Estland 2700 km rijden voor een Dunbekmeeuw... En nu in dit geval een alk die ergens bij Den Helder op zee dobbert... 'Dit gaat nooit goedkomen', denk ik, 'die vogel blijft daar nooit hangen'. Met dit soort dodelijke gedachten rij ik bijna 150 minuten richting het noord-westen. Vooral de laatste 15 km zijn eng, zal het lukken, gaat het goedkomen?
In Huisduinen parkeer ik de auto bij het restaurant en ren ik de dijk op. Geen vogelaar te zien. Ik pak mijn spullen en loop een stuk in zuidelijke richting. Twee jonge dames zitten op de dijk en vragen me waar al die mannen met verrekijkers toch naar toe gaan. Ik roep kreten als 'Kortbekzeekoet', 'zeldzaam', 'geen tijd' en ren verder. Dank aan deze dames, blijkbaar loop ik goed. Dan zie ik ineens vogelaars op een strekdam staan en met de telescoop zie ik de koet zwemmen. Mijn hartslag daalt naar normalere waarden en ik kan weer rustig ademhalen, de buit is binnen!
We lopen daarna rustig naar de vogel en kunnen die wel heel erg goed bekijken. Het is geen lifer, maar een wel heel erg harde nieuwe NL soort. Maar vooral is het de volkomen onverwachte kans de vogel toch nog te zien te krijgen wat indruk maakt... Het is al een ongelooflijk toeval dat deze vogel hier in deze tijd van het jaar te zien is, het is nog veeeeel meer toeval dat die teruggevonden is geworden! Dank, heel veel dank aan de ontdekker in Huisduinen !!
| foto gemaakt door Enno Ebels |
Kolguev II
Het is woensdagmorgen 11 juli, redelijk vroeg als wij (Nicole, Harald - een fanatieke Duitse ganzen teller - en ik) vertrekken naar het eiland Kolguev. De reis, die loopt via Dusseldorf - St. Petersburg - Naryan-Mar zal ik je verder besparen. Op donderdagmiddag 12 juli komen wij aan in Naryan-Mar, een klein dorp in de Pechora Delta. Naar dit dorp leiden geen wegen, in de zomer kan je alleen met de boot of met het vliegtuig. In de winter zijn er ijswegen en moet je wel met de auto naar Naryan-Mar kunnen rijden. Het zal vast mogelijk zijn, maar of dat echt heel makkelijk is, geen idee. Kan me niet voorstellen dat het eenvoudig is. Naryan-Mar ligt hoog in het noorden, boven de poolcircel en is vooral lelijk. Er wonen ongeveer 15.000 mensen.
Hieronder een kaart met in het rode vierkantje Kolguev. Naryan-Mar ligt dan ongeveer ergens bij de rechteronderhoek van het vierkantje. Vanuit Naryan-Mar is het ongeveer twee uur met een helicopter vliegen naar het basiskamp. In dit kamp zullen wij ongeveer 4 weken blijven en ons hoofddoel is het vangen van Brand- en Kolganzen. Aan de kust is nog een kamp (het Delta-camp). Hier verblijven een Duitse PhD student met haar student en een Russische PhD studente. De Duitsers doen hier onderzoek aan vooral Zilverplevieren, de Russin onderzoekt ganzen.
Kolguev zelf is bijna helemaal rond en is ongeveer 100 x 100 km groot. Helemaal in het zuiden is een klein dorpje, waar ongeveer 150 Nenets wonen. Deze leven vooral van Rendieren, in de herfst slachten ze een deel van de dieren en verkopen het vlees.
We hebben twee dagen in Naryan-Mar. De eerste dag regelen we verschillende belangrijke dingen (registratie, toestemming om in de kustzone te mogen verblijven, helicoptervlucht regelen en doen we inkopen). Daarna is er gelukkig tijd om vogels te kijken. Groot is onze verbazing als we direct aan de rand van het stadje een Zwarte Wouw zien vliegen. Later blijkt dit een enorme zeldzaamheid te zijn. Verder komen we veel Barmsijzen en Gele Kwikken tegen. In een bosachtig gebied vinden we dan nog o.a. een Bosgors en een Bruinkopmees. Op de rivier en in de haven zien we nog Middelste Jagers, twee Terek Ruiters, Temmincks Strandlopers en vele honderden Dwergmeeuwen. Ook zien we de eerste Heuglins Meeuwen. Het weer is verbazingwekkend goed, het is windstil, de zon schijnt en het is boven de 20 graden.
Op de derde dag is het dan zover, we gaan met de helicopter naar Kolguev! De oordoppen gaan in en met een grote helicopter vliegen we richting Kolguev. Eerst vliegen we over de Pechora Delta. Veel vogels zijn er niet te herkennen, maar zo nu en dan zie ik witte stippen die toch echt Kleine Zwanen blijken te zijn. Verder alleen maar leegte en uitgestrektheid.
Na ongeveer twee uur vliegen komen we aan bij het kamp. We maken dit jaar gebruik van een aantal barakken (Balok in het Russisch) die in de herfst gebruikt worden door Nenets. Hieronder een foto van het kamp, met links de hoofd balok. Die gebruiken we als keuken, als opslagruimte en hier zitten we 's avonds te eten. Als de helicopter eenmaal weg is gevlogen valt als eerste de enorme stilte en wijdheids op. Hier is niemand in een omtrek van 50 km. Op 50 km afstand is het Delta-kamp en nog verder weg zijn de nederzettingen van de Nenets.
Wij zijn in het kamp met z'n vijven; Nicole, Harald en ik en dan nog Alexander Kondratjev (de leider van het kamp en onderzoeker in St Petersburg en Magadan) en een Russische PhD studente, Julia (die onderzoek doet aan Pool- en Rode Vossen). Alexander en Julia zijn hier al vanaf begin juni, en wij zijn het derde team dat hen komt helpen (voor ons zijn al twee eerdere teams 2-4 weken in het kamp geweest).
Kolguev zelf is bijna helemaal rond en is ongeveer 100 x 100 km groot. Helemaal in het zuiden is een klein dorpje, waar ongeveer 150 Nenets wonen. Deze leven vooral van Rendieren, in de herfst slachten ze een deel van de dieren en verkopen het vlees.
We hebben twee dagen in Naryan-Mar. De eerste dag regelen we verschillende belangrijke dingen (registratie, toestemming om in de kustzone te mogen verblijven, helicoptervlucht regelen en doen we inkopen). Daarna is er gelukkig tijd om vogels te kijken. Groot is onze verbazing als we direct aan de rand van het stadje een Zwarte Wouw zien vliegen. Later blijkt dit een enorme zeldzaamheid te zijn. Verder komen we veel Barmsijzen en Gele Kwikken tegen. In een bosachtig gebied vinden we dan nog o.a. een Bosgors en een Bruinkopmees. Op de rivier en in de haven zien we nog Middelste Jagers, twee Terek Ruiters, Temmincks Strandlopers en vele honderden Dwergmeeuwen. Ook zien we de eerste Heuglins Meeuwen. Het weer is verbazingwekkend goed, het is windstil, de zon schijnt en het is boven de 20 graden.
Op de derde dag is het dan zover, we gaan met de helicopter naar Kolguev! De oordoppen gaan in en met een grote helicopter vliegen we richting Kolguev. Eerst vliegen we over de Pechora Delta. Veel vogels zijn er niet te herkennen, maar zo nu en dan zie ik witte stippen die toch echt Kleine Zwanen blijken te zijn. Verder alleen maar leegte en uitgestrektheid.
Na ongeveer twee uur vliegen komen we aan bij het kamp. We maken dit jaar gebruik van een aantal barakken (Balok in het Russisch) die in de herfst gebruikt worden door Nenets. Hieronder een foto van het kamp, met links de hoofd balok. Die gebruiken we als keuken, als opslagruimte en hier zitten we 's avonds te eten. Als de helicopter eenmaal weg is gevlogen valt als eerste de enorme stilte en wijdheids op. Hier is niemand in een omtrek van 50 km. Op 50 km afstand is het Delta-kamp en nog verder weg zijn de nederzettingen van de Nenets.
Wij zijn in het kamp met z'n vijven; Nicole, Harald en ik en dan nog Alexander Kondratjev (de leider van het kamp en onderzoeker in St Petersburg en Magadan) en een Russische PhD studente, Julia (die onderzoek doet aan Pool- en Rode Vossen). Alexander en Julia zijn hier al vanaf begin juni, en wij zijn het derde team dat hen komt helpen (voor ons zijn al twee eerdere teams 2-4 weken in het kamp geweest).
In het begin is er nog niet heel veel te doen. Het is wachten op de ganzen, die moeten gaan ruien en grote groepen gaan vormen. Tijdens het ruien kunnen de ganzen niet vliegen en kan je ze - met enig tactisch inzicht en heel hard rennen - vangen. Het is dus rustig en we gebruiken deze tijd voor een paar uitstapjes. Een hele grote wens van mij is een meerdaagse toch naar de kust, de Barentzzee. Ik ben reuze nieuwsgierig wat voor vogels ik daar kan tegenkomen en daarnaast wil ik heel erg graag in mijn blootje in zee zwemmen.
We pakken dus onze rugzakken in en wandelen de 23 km naar de kust. Het is weer is onvoorstelbaar mooi, heel veel zon en weinig wind. Het worden mede daardoor een aantal onvergeetelijke dagen. Camperen aan de Barentzzee, de zon die 's nachts de horizon raakt maar niet onder gaat. Het 'strand' dat vol ligt met boomstammen en andere rommel. Het idee dat er helemaal niemand is in een omtrek van vele, vele kilometers... dat maakt het allemaal nog veel mooier. Zwemmen is helaas niet echt een optie, de stroming is te sterk en ik durf het simpelweg niet aan om het water in te gaan. Het blijft dus bij pootjebaden.
En dan is het tijd om ganzen te gaan vangen. Op een winderige dag vertrekken Nicole, Harald, Alexander en ik om ongeveer 8 km verder de netten te gaan plaatsen voor een meerdaagse vangactie. Het plan is om een dag later tenten mee te nemen en dan een aantal dagen bij de vangplek te camperen. Op die manier kunnen wij ons volledig op het vangen storten en hoeven we niet elke dag de 8 km heen en weer te lopen. We pakken onze rugzakken vol met netten, stokken en andere catching-devices, lopen 8 km en richten in de loop van de middag en avond de vangplek in.
Als we dan 's avonds tegen een uur of negen teruglopen blijkt het noodlot te hebben toegeslagen. Bij het vullen van de kachel met diesel is het misgegaan en is onze hoofd-balok compleet afgebrand! Gelukkig is er met Julia niets aan de hand, afgezien van het feit dat ze ontroostbaar is. Met gevaar voor eigen leven heeft ze onze sateliettelefoon en nog 17 blikjes vlees en 22 blikjes groente weten te redden. Naast de gezondheid van Julia is het allerbelangrijkste, de telefoon, er nog. Helaas is de oplader verbrand maar gelukkig is de accu vol. In theorie kunnen we dus ongeveer 6 uur bellen en hebben we de mogelijkheid contact op te nemen met de rest van de wereld. Het andere geluk is dat er nog eten is. Het is niet veel, maar er is in ieder geval iets. Als er geen eten meer was geweest dan hadden we de 50 km naar het Delta kamp moeten lopen, een andere oplossing was er dan niet...
Na een onrustige nacht moeten we de volgende dag eerst de vangspullen gaan ophalen. Langer op Kolguev blijven is geen optie meer. 's Morgens zitten we dan heel stil met 5 man om een blikje vlees en een blikje doperwten. Dat is alles wat er is aan eten, we moeten zuinig zijn en kunnen ons niet meer eten veroorloven. De 8 km lopen naar de vangplek is niet echt een pretje, de maag is leeg en het moraal is laag. De 8 km terug zijn helemaal niet meer leuk, de maag is nog leger en de rugzak die ik draag is ongeveer 25 kg zwaar. Uitgeput komen we aan in het kamp, om weer met vijf man een blikje vlees en groente te moeten delen.
Gelukkig werkt onze telefoon nog en we kunnen een helicopter bestellen. Dit is natuurlijk Rusland en een bestelde helicopter komt niet direct. We moeten vijf dagen wachten voordat we worden opgehaald. Mede dankzij de vindingrijkheid van Alexander is het niet helemaal kommer en kwel. We verzamelen paddestoelen en eten paddestoelen-soep. 's Avonds drinken we thee (in een andere balok vonden we nog en hele grote zak met zwarte thee) met daarin een paar drupjes 96% alcohol (al onze wodka was natuurlijk ook verbrand...). Na een aantal dagen met veel wind en nog meer regen klaart het op en maken we nog een paar tripjes in de directe omgeving van het kamp.
Dus niet allemaal ellende, maar het is dan toch wel heel erg fijn als op we op de vijfde dag te horen krijgt dat de helicopter echt is vertrokken en onze kant opkomt. We eten dan nog een feestmaal (van de overgeblevn blikjes vlees en groente!) en wachten daarna op de helicopter. Met de helicopter pikken we nog het Delta-team op en daarna beleven we met z'n achten nog een paar mooie en gezellige dagen in Naryan-Mar. Veel eten, bier drinken en (voor sommigen te) veel wodka...
Hieronder nog een paar plaatjes van de verbrande balok en het verbrande en het niet-verbrande eten.
Natuurlijk kan ik niet om de vogels heen. Hieronder een selectie van foto's een aantal leuke soorten. Veel verschillende soorten kom je op Kolguev niet tegen. Naast Kol-, Brand en Rietganzen natuurlijk Kleine Zwanen (maar toch ook niet heel erg veel). Koningseiders, IJseenden en Toppers kom je heel veel tegen, en dan nog af en toe een Grote Zeeeend, Wintertaling en Pijlstaart. Daarnaast steltlopers als Bontjes, Kleine Strandlopers, Temmincks, Zilver- en Goudplevieren en Grauwe Franjepoten.
In en rond het kamp verbleven zangvogels als IJsgors, Tapuit, Witte Kwik en Graspieper (veel) en Fitis, Blauwborst, Roodkeelpieper, Sneeuwgors en Grote Barmsijs (schaars). Aan roofvogels heb ik Ruigpootbuizerden en Slechtvalken gezien. Helaas heb ik Giervalk gemist. Aan meeuwen kom je Heuglins Meeuwen (vrij regelmatig) en Grote Burrie (veel, o.a. broedvogel in het kamp) tegen. Roodkeelduikers zie je vooral langs de kust (broeden op meertjes langs de kust en fourageren op zee) en Parelduikers kom je overal in het binnenland tegen.
Middelste Jagers komen wel eens voor, maar heb ik niet gezien. Wel veel Kleine Jagers (met 1 donkere morph) en een mooie hoogtepunt vormde de Jan van Gent boven de Barentzzee. Zou hier zeldzaam zijn. Boven zee verder niet veel bijzonders, helaas geen alkachtigen. Op het strand nog wel Paarse Strandloper en hier werden ook nog Krombekstrandloper en Kemphanen gezien. Ook zagen we hier meerdere Bruinvissen, maar ondanks vele uren turen, zagen we geen Baluga's...
En zo kom ik dus op 1 augustus weer terug in Duitsland. Twee weken te vroeg, maar vol met onvergetelijke ervaringen en stoere verhalen!
Abonneren op:
Posts (Atom)














