maandag 19 december 2011

26 mal Runde Zyflich

Ongeveer een jaar geleden bedacht ik me dat het leuk zou zijn vogels te gaan tellen rond Zyfflich. Hier zat ik enige tijd over na te denken. Ik wilde iets doen wat ik het hele jaar door zou kunnen volhouden. Dat zou betekenen dat inventariseren - dat eigenlijk alleen maar in het voorjaar kan gebeuren - af zou vallen. Maar wat zou ik dan kunnen doen? Al snel viel de keuze op simpelweg alles tellen, en dat volgens de beproefde PTT methode. Dus op vast plekken elke keer vijf minuten alles tellen. En zo stapte ik op 18 december 2010 op de fiets en fietste een rondje om Zyfflich. Ik koos 11 telpunten uit, waar ik elke keer vijf minuten alle vogels telde. Het liefst zou ik elke week gaan tellen, maar uit praktische overwegingen beperk ik het tot eens per twee weken.  Het 'rondje Zyfflich', zoals we het thuis zijn gaan noemen, was geboren.

Ik heb nu precies een jaar mijn rondjes om Zyfflich gefietst. In totaal nu 26 keer, 1 keer is het niet gelukt mijn telling te doen (in juni vanwege de vakantie naar Estland). Maar voor de rest van het afgelopen jaar telde ik eens in de twee weken.Ik probeer normal gesproken een uur na zonsopgang te beginnen met tellen, maar een enkele keer lukte dat niet, dan telde ik 's avonds. In totaal turfde ik 24.615 vogels bij elkaar, verdeeld over 96 soorten. Twaalf soorten zag ik tijdens maar 1 telling, en maar drie soorten zag ik elke telling (Koolmees, Zwarte Kraai en Vink). Kolganzen telde ik het meest (logisch voor hier): 8514 vogels. Met op de tweede en derde plek respectievelijk Stormmeeuw (3121) en Spreeuw (2094).

Natuurlijk kan je met al de getallen die ik nu bij elkaar geteld heb niet heel erg veel. Ik werk nu al vele jaren in de fundamentele wetenschap en weet wat je met getallen en tellingen kan doen. En, misschien nog veel belangrijker, wat je met getallen niet kan doen. Wat je met deze getallen aan statistiek kan doen? Nou, niet zo heel erg veel, je ziet grove patronen, niet veel meer. Het is duidelijk dat 1 keer per twee weken te weinig is een goed beeld te krijgen van de vogels om Zyfflich. Ik probeer het tellen zo te plannen dat ik tel met redelijk weer (niet te veel regen en wind). Maar dat lukt niet altijd en ik heb er een paar tellingen tussen zitten die gedaan zijn met erg slecht weer. En dat zie je direct aan de aantallen getelde vogels, bij een aantal soorten heeft het weer dan een onevenredige grote invloed. Maar, er zijn ook leuke patronen te herkennen. Soorten die (bijna) elke keer worden geteld geven toch een redelijk beeld van de fluctuaties per seizoen. Hierbij kan je denken aan Zwarte Kraai, Houtduif, Vink en Spreeuw.Ook zijn de plaatjes van bijvoorbeeld zomergasten als Boerenzwaluw, Tjiftjaf of Grasmus erg fraai. En het aantal soorten per telling geeft ook een leuk beeld van het aantal soorten dat je rond Zyfflich kan verwachten. Ik zal de komende tijd wat meer soorten uitwerken en op dit podium wat meer laten zien. Verwacht er niet te veel van, maar dat het unieke data is, dat is zeker! Hieronder een voorbeeld van het gemiddelde aantal soorten per maand voor 2011.


Maar waar het eigenlijk op neerkomt, het is gewoon leuk om te doen. Elke keer is het weer spannend wat je tegen gaat komen en elke keer is het weer leuk de spreadsheet in te vullen. En dan kleine grafiekjes maken, indexen berekenen en wat eenvoudige statistische toetsten te doen. Meer is het niet, en meer hoeft het ook niet te zijn of te worden.

En zondag 18 oktober 2011was ik op de kop af dus 1 jaar aan het tellen. En toen ik thuiskwam hingen er slingers op de oprit en bleek er een mooie tekening op de tuindeur geplakt te zijn. En, ook niet onbelangrijk, de sekt stond klaar. Ik tel maar vrolijk verder en ben nu al nieuwsgierig naar wat ik over een jaar aan festiviteiten mag beleven.



donderdag 8 december 2011

Sehr, sehr viel !

Sinds ongeveer half oktober - het tijdstip dat het hier langzaam begint vol te stromen met ganzen - loopt hier een project om in het Nederlandse en het Duitse deel van de Duffel alle ganzen op dezelfde dag te tellen. Vreemd genoeg gebeurde dat tot nu toe nog niet. In de praktijk werden er vaak op verschillende dagen geteld en dit gaf geen goede en betrouwbaar idee van het aantal ganzen wat hier werkelijk aanwezig is. Als er bijvoorbeeld in Nederland gejaagd werd, dan zaten er in het Duitse deel van de Duffel veel meer ganzen dan normaal. En omgekeerd, als in de Duffel veel verstoring was, dan zaten een deel van de ganzen in Nederland. Daarom zijn SOVON en NABU dit project begonnen. Afgelopen dinsdag was weer een teldag en omdat er niemand beschikbaar was om te helpen met de telling in Duitsland heb ik dit op me genomen.


Samen met Nicole begon ik om ongeveer half 10 in het meest oostelijke deel van het telgebied. Een groot deel van de Duffel is erg onoverzichtelijk (veel heggen) en om alles te kunnen tellen is het dus noodzakelijk bijna alle weggetjes af te rijden. Op deze manier werk je dan heel gestaag het hele gebied door waarbij je zo tegen het einde van de middag gaat eindigen in de buurt van Zyfflich (dat ligt in het meest westelijke deel van de Duffel). Als we nog maar net zijn begonnen blijken er heel veel ganzen aanwezig te zijn, veel meer dan de telling van een week eerder. We komen grote tot zeer grote groepen tegen, wat te denken van een groep van bijna 10.000 Toendrarietganzen op een aantal akkers vlak langs de Rijn bij Emmerich. Alles goed te tellen kost veel tijd en het is zo tegen 14:00 uur als we aankomen bij Kranenburg. Hier zitten de weilanden weer tot de rand aan toe vol met ganzen, nu veel Kolganzen. We tellen de groepen systematisch per weiland en zo blijft de teller uiteindelijk staan op ongeveer 8.000 Kolganzen. Veel andere soorten zitten er hier niet tussen, een enkele Grauwe en Rietgans. Aan het einde van de middag (we hebben dan nog ongeveer anderhalf uur daglicht over) komen we aan in de omgeving van Zyfflich. Hier ook weer heel veel ganzen, in een straal van ongeveer 5 km om het dorp tellen we zo rond de 15.000 Kolganzen!


Het nadeel van ganzen tellen is dat je (door de tijdsdruk) niet echt de tijd hebt de groepen echt heel goed af te zoeken. Ik kan dan ook geen enkele Roodhals- en/of Kleine Rietgans vinden. Wel vinden we nog een vrouwtype Blauwe Kiek en de nodige Grote Zilvers. Maar daar blijft het dan ook bij, er zijn gewoon (in dat opzicht) te veel ganzen.


's Avonds tel ik alle getelde ganzen bij elkaar op en staat er in totaal 62.646 ganzen op het excel-werkblad... Een verbluffend aantal... Over ongeveer anderhalve week moet ik weer tellen. Ben wel heel nieuwsgierig of we dan nog hoger uikomen! Stay tuned!

Hier nog twee filmpjes die een goede indruk geven van een deel van de ganzen vlakbij Zyfflich:




donderdag 1 december 2011

Gänse und Mark

Terwijl er nog steeds bladeren aan de bomen hangen glijden we toch langzaam de winter in. Het is stil aan het worden en het is duidelijk, het 'zwemvliezen-seizoen' is aangebroken. Hier om Zyfflich is het dan allesbehalve stil, het geluid van heel erg veel (hoofdzakelijk) Kolganzen vult dan de lucht. Elke ochtend vliegen duizenden ganzen vanuit de slaapplaatsen in Nederland over ons huis de Duffel in. Regelmatig zitten ze tot vlak voor ons huis en het lukte me al vanuit de woonkamer bijzonderheden als Roodhalsgans en Kleine Rietgans te bespieden. Ook is het me al meerdere malen gelukt halsbanden vanuit de warme woonkamer af te lezen. Maar het allerleukste blijft toch nog steeds om vanaf de fiets de ganzen op te zoeken. Ver hoef je niet te gaan, een klein rondje om Zyfflich is genoeg om weilanden vol met ganzen te zien te krijgen. De komende tijd zal het hier dus regelmatig over ganzen gaan.

Het afgelopen weekend verbleef een goede vriend, Mark Zekhuis, hier. Hij bleef bij ons slapen na de SOVON-dag. 's Avonds hebben we veel bier gedronken en over ons onvoorstelbare mooie werk, politiek, vrouwen & relaties en natuurlijk vogels gesproken. Zondag was een dag om te vogelen. Na uitgeslapen te hebben en warme Duitse broodjes gingen we op pad. Natuurlijk was de hoofdmoot ganzen, ganzen en nog eens ganzen. Heel veel Kollen, een handvol Rieten en dat was het dan wel. Verder nog een Klapekster, een man Blauwe Kiek en in het Reichswald Kruisbekken (en helaas geen Taigaboomkruipers, het lukte de expert [Mark dus] niet er eentje te vinden).

Maar eigenlijk zijn die vogels maar bijzaak op zo'n dag. We zien elkaar niet zo heel erg vaak (eigenlijk veel te weinig) en het is heerlijk dan samen op stap te zijn. Eigenlijk is dat veel belangrijker dan vogels...

zondag 20 november 2011

Portugal II

Dus Portugal. Twee weken naar het zuiden, niet alleen vanwege de zon maar ook omdat ik nog omkom in vakantie dagen. Ik moest dus een tijdje niet werken om van al die dagen af te komen. Er zijn ergere dingen, klopt.

We verbleven in het zuiden, de Algarve ten oosten van Faro, in een mooi huis vlak aan zee. Vogelen was daar leuk, veel overwinterende soorten zoals Zwartkoppen, Roodborsttapuiten en heel veel Tjiftjaffen en Zwarte Roodstaarten. Dan ook nog overal leuke soorten als Grauwe Gorzen, Kuifleeuweriken, Klapeksters, Rotszwaluwen en  Europese Kanaries. Daarnaast temperaturen van ergens tussen de 20 tot 25 graden. Daarom dus twee mooie weken. Het is altijd een beetje spannend uit Nederland (of Duitsland in mijn geval) weg te gaan, je weet maar nooit wat voor klapper er nog gevonden gaat worden. Maar gelukkig bleef het heel rustig.

Een paar hoogtepunten? In willekeurige volgorde de volgende:
  • Grote en Kleine Trappen in Castro Verde. Dit steppengebied is indrukwekkend, vanwege het landschap en ook vanwege de vogeldichtheden. Overal Kuif en Kalanderleeuweriken. Veel (Zuidelijke) Klapeksters, Kieviten en Goudplevieren. De Grote Trappen waren belachelijk eenvoudig te vinden, een kwestie van onder olijfbomen kijken. De vogels eten in deze tijd van het jaar olijven (geen slechte smaak!) en zijn in gebieden met olijfbomen heel makkelijk te vinden. Kleine Trappen zijn algemener maar veel moeilijker te vinden. Uiteindelijk vonden we een groep van ongeveer 65 vogels.
  • Zwarte Roodstaarten. Klinkt vreemd, maar bleek toch bijzonder. Overal zitten ze, duizenden moeten er daar overwinteren. Na de Tjiftjaf de meest algemene vogel.
  • Grote Jagers. Boven de zee overwinteren er daar tientallen. Zet je scoop ergens neer, kijk van links naar rechts over de zee en je ziet minimaal 7-8 Jagers rondhangen. Had dit totaal niet verwacht en vond het meer dan indrukwekkend.
  • De zoutpannen en het inter-getijde gebied vanaf de Spaanse grens tot Faro. Veel stelten, Flamingo’s en bijzonderheden als Dunbekmeeuwen. Makkelijk vogelen, overal paadjes waardoor je heel eenvoudig heel dicht bij de vogels kan komen (die bovendien absoluut niet schuw zijn).
  • Gezamenlijk jagen van twee Slechtvalken op een pieper (Gras?) boven zee. Nog niet eerder mogen meemaken, twee Slechtvalken die zo mooi samenwerken, de pieper maakte geen schijn van kans. De enige mogelijkheid die hij zag was zich in zee te laten vallen, om daar in no-time te worden opgevreten door Kleine Mantelmeeuwen. Triest maar zeer fraai.

Het absolute hoogtepunt voor mij was Cape St. Vincent. Dit is het uiterste puntje van zuid-west Portugal (en Europa). We arriveerden hier ’s morgens voor de grote drukte (zo rond half negen) en ik wist eerst niet zo goed wat ik allemaal mocht verwachten. Nou, dat was veel bleek al snel. Nadat ik nog maar heel even had rondgelopen bleek het er te wemelen van de Zwarte Roodstaarten en Roodborsttapuiten. Op de steile kliffen verbleef een Alpenheggenmus (dit is een bekende overwinteringsplek voor deze soort) en  hingen meerdere Blauwe Rotslijsters rond. Boven de vuurtoren zweefden twee Slechtvalken. Daarnaast bleken er Jan van Genten in een constante stroom vanuit het noorden om de kaap naar het oosten te vliegen. Duizenden vlogen er op zeer korte afstand langs. Daartussen keilden heel veel Vale Pijlen met een enkele Kuhls en een fraaie Grote Pijl.Op dit alles kijk je dan vanaf ongeveer 70 m hoog neer. 


Maar dat was nog niet alles, ik zag een groepje zangvogeltjes de oceaan  op vliegen. Eerst dacht ik nog 'wat grappig, waar gaan die nu naar toe?' Maar al snel bleek dat het ene na het andere groepje Putters en Europese Kanaries vrolijk babbelend de zee opvlogen. Ik heb ze niet geteld maar het moeten er honderden zijn geweest (vogels natuurlijk, niet groepjes). Daartussen vlogen steeds kleinere en grotere groepjes Graspiepers, Veld - en Kuifleeuweriken, Vinken, Grauwe Gorzen en zelfs een eenzame Keep. Dat was misschien wel het meest indrukwekkendste; je staat op die hoge klif, aan het einde van de wereld met om je heen alleen maar Oceaan. En realiseert je dan dat al die kleine vogeltjes, zonder ook maar een moment te aarzelen, de vaste wal verlaten en de grote Atlantische Oceaan opvliegen. Vol goede moed, 'alles zal wel goed komen', dat stralen ze uit. Ik heb verschillende groepjes kunnen volgen tot ik ze in de scoop niet meer kon zien, en ze vliegen echt de zee op.  Je realiseert je dat deze dappere vogeltjes minimaal 400 km moeten vliegen voordat ze het vasteland van Marokko bereiken. Als ze dat al ooit bereiken. Met onzag en vol verbazing stond ik ernaar te kijken. En dat terwijl om me heen de toeristen foto's stonden te nemen van de vuurtoren, de kliffen en vooral elkaar. Hadden geen enkele idee (en benul) van wat er om hen heen allemaal afspeelde. 

Het moet toch een vrij normaal fenomeen zijn daar, die trek de Oceaan op. Kan me niet goed voorstellen dat ik getuige ben geweest van een eenmalig verschijnsel. 






maandag 14 november 2011

Portugal I

Ter geruststelling en om enige mails met vragen te beantwoorden. Nee, ik ben niet gestopt met dit blog en ja, ik ga zeker door met het schrijven van dit blog. De reden dat er al enige tijd niets is verschenen is dat ik op vakantie ben in Portugal. We zitten hier in een mooi huis direct aan de kust in de Algarve. Het weer is goed (20 - 25 graden) en (belangrijker) de vogels ook. Het is natuurlijk qua vogels niet echt de top tijd en het blijft een beetje sprokkelen maar toch loop ik regelmatig tegen leuke soorten en waarnemingen aan.

Donderdag heel laat kom ik weer terug in Duitsland en dan zal ik mijn uiterste best doen zo snel als mogelijk een indruk te geven van mijn indrukken. Want die heb ik meer dan genoeg!





dinsdag 1 november 2011

Schachwürger !

Het is maandag zo tegen de middag en ik vermaak me prima op mijn werk. Het is rustig en iedereen doet zijn of haar ding. Ik ben aan het worstelen met een Access query als ik rechts onder op mijn rechterbeeldscherm (heb een linker en een rechter beeldscherm) een bericht zie verschijnen met als titel Langstaartklauwier. Plotseling gaat mijn hartslag een tikje omhoog en voel ik een kriebel langs mijn rug glijden. ‘Het zal toch niet waar zijn’, denk ik. Snel open ik het bericht en het blijkt waar te zijn, een (vermoedelijke) Langstaartklauwier op de Oude Vuilnisbelt bij Den Helder. Voordat ik het bericht helemaal bekeken heb is ergens in mijn hersenen het besluit al genomen: hier moet ik heen. Volgens mij inschattingen is deze vogel de vierde of vijfde voor Europa en is dit echt een mega en harder dan hard. Dit zijn de soorten die je niet mag en moet missen. Voordat ik weg kan moet ik echter nog wel wat dingen regelen, zoals mijn – net gepromoveerde – carpool-vriend afzeggen. Die moet zelf maar kijken hoe hij thuis komt (wat overigens geen enkel probleem opleverde blijkt later). En dan liggen er nog twee pakjes in de auto die ‘unbedingt’ vandaag met de Duitse post wegmoeten. Dat is een groter probleem. Daarvoor moet ik eerst naar Duitsland rijden, en het naar de post brengen. Ik zit een tijdje te twijfelen en te dubben, maar kom tot de conclusie dat er geen andere optie is, ik zal eerst naar Kranenburg moeten. Vreemd genoeg maak ik me hierover niet echt veel zorgen, deze klauwier zal niet verdwijnen van de plek waar hij nu zit, het is net na 12 uur en het zonnig weer met geen wolkje aan de hemel. Het zal dus niet al heel vroeg donker worden en ik verwacht dan ook dat ik tijd genoeg heb via een Duits postagentschap naar de Langstaartklauwier te rijden.

Snel pak ik mijn spullen en kort daarna rij ik de verkeerde kant op. Verder weg van Den Helder en richting Duitsland. Het grote voordeel van overdag deze route te rijden is het feit dat er niet veel verkeer is. Ik ben in no-time de grens over en sta al heel snel bij het agentschap van de Duitse post… dat dicht blijkt te zijn. Daar sta ik dan met mijn twee pakjes! En dat terwijl ik eigenlijk in Den Helder wil en moet zijn. Ik besluit naar het biologisch station te rijden waar mijn lief werkt. Met Daniel – een hardcore Duitse twitcher – regel ik dat hij de pakjes aan het einde van de middag naar de post zal brengen. Hij weet hoe het voelt zo’n megasoort te willen twitchen en wil me dan ook graag helpen.

Dus zo rond half twee kan ik dan eindelijk in de goede richting vertrekken. Volgens Tomtom is het een goede tweeënhalf uur rijden en zal ik rond vier uur kunnen beginnen aan de 800 meter lange wandeling naar de Oude Vuilnisbelt. Het eerste deel tot Alkmaar verloopt voorspoedig, maar daarna begint de ellende. Ik zit achter een hele grote vrachtauto die heel langzaam rijdt. Ik wil zo graag veel sneller vooruitkomen maar dat gaat eenvoudig niet en ik zit me dan ook meer en meer op te winden. Na een voor mijn gevoel eindeloze periode kan ik dan eindelijk afslaan en met een wat hoger tempo via Grote Keeten richting de klauwier rijden. Het is iets voor vieren als ik daar aankom en mijn auto op de grote parkeerplaats kan parkeren. Ik pak mijn spullen en begin met grote stappen aan de 800 meters. Ondertussen kom ik regelmatig collega vogelaars tegen die rustig terug wandelen. ‘Komt goed’ is steevast de boodschap die ik meekrijg. Die 800 meters blijken wel hele lange meters te zijn, voor mijn gevoel is het veel verder. Half rennend leg ik de laatste 100-en meters af en dan kan ik aanschuiven bij de grote groep. Eindelijk ben ik op de plek van de vogel! Ik heb geen scoop bij me en kan gelukkig even bij iemand kijken: bingo! Het is gelukt en langzaam zakt de ergste stress weg.

De vogel is geweldig en het voelt bijzonder ‘m in de ogen te mogen kijken. Het is geen lifer voor me, ik zag deze soort al eerder in India maar het blijft en is meer dan speciaal. De vogel mag dan leuk zijn, de mensen die komen kijken zijn dat ook. Ik kom overal bekenden tegen en het is daar boven op het duin gezellig. De Schaakklauwier (= de vertaalde Duitse naam) laat zich prima bekijken en geeft een mooie show weg. Ergens na vijven besluit ik dat het mooi geweest is en loop ik samen met twee goede bekenden terug naar de parkeerplaats. Regelmatig komen we nog vogelaars tegen die half wandelend en half rennend, voor het echt donker is, de vogel nog proberen te zien te krijgen. Zo iets tegen zessen rij ik weg en kom ik na een ontspannen autoritje tegen achten weer thuis. Eerst koffie en daarna aan de wijn. Een heerlijke, wonderbaarlijke dag is bijna ten einde!

vrijdag 21 oktober 2011

Hans

Het is vrijdagmiddag en de zon schijnt. Er staat niet veel wind en het lijkt alsof alles perfect is. Ik pak mijn spullen, slinger mezelf op de fiets en ga de wijde wereld in. Ik fiets door een sprookjeswereld, kom een prachtige ringtail Blauwe Kiek tegen, zie een verre Visarend vliegen en geniet een tijdje van een grote groep veldleeuweriken en piepers. Het is half oktober en alles is mogelijk. In Engeland zit een Roodkeelnachtegaal en een Scarlet Tanager, in Nederland zit een Blauwstaart mooi te zijn. Alles kan in deze tijd van het jaar, overal. Bij elke melding van Rare Bird Alerts kijk ik hoopvol, zou er een volgende mega gevonden zijn, nu in Nederland?

Alles lijkt perfect en toch is het dat niet. Ik fiets rond en registreer alles op de automatische piloot, het is alsof ik er niet echt bij ben. Het komt door de pijn die ik voel, de pijn omdat Hans ter Haar er niet meer is. Ik kende hem al een hele tijd en heb hem heel goed leren kennen in de zes jaren dat ik in Almere woonde. We kwamen elkaar heel vaak tegen rond de OVP en in oktober ging ik regelmatig mee met 'zijn' Deception Tours. Ook bezochten we bijna elk weekend de Trintelhaven, halverwege de dijk Enkhuizen – Lelystad. Het was altijd een beetje een wedstrijd wie daar het eerste aanwezig was en als eerste de bosjes kon kloppen. Nooit zal ik vergeten hoe we samen bij de Trintelhaven stonden te genieten van de groepjes Kleine Alken die langsvlogen tijdens die beroemde novemberdag in 2005. Als twee kleine jongens stonden we daar, alleen maar te genieten. Zwijgend, woorden waren niet nodig. 

Deze en nog veel meer herinneringen heb ik aan Hans. En nu is hij er niet meer en dat is niet eerlijk. Het is nog niet te bevatten dat ik hem niet meer tegen zal komen. Een klein deeltje van mezelf is verloren gegaan. Dag Hans, rust zacht…

zondag 16 oktober 2011

Greifvögel

Een tijdje geleden schreef ik over het uitblijven van roofvogeltrek over Zyfflich. Ik kreeg heel langzaam het idee dat de vogels Zyfflich links of rechts lieten liggen en een andere route volgden. Waar dan precies was me niet duidelijk, in ieder geval niet over ons dorp. Nou, dat idee heb ik sinds dit weekend niet helemaal meer.

Eerst zie ik vrijdagmiddag een juveniele Slechtvalk rondjes draaien boven het dorp, deze vogel vliegt daarna in westelijke richting weg. Dan zie ik vrijdagmiddag net ten zuiden van ons dorp een man Blauwe Kiek hard in zuidelijke richting langsvliegen. Het is vrijdagmiddag aan het einde van de dag, als ik in de tuin zit en geniet van een kop koffie en ineens een Buizerd zie overglijden, en dan nog een en nog een… Vol verbazing zit ik te kijken, wat is hier aan de hand? Ik tel de vogels en na een half uur heb ik 16 Buizerds op de teller staan. Allemaal in een klein half uurtje en nog net voor het donker gaat worden. Dat het goed weer is voor trekkende vogels was me al duidelijk, maar dat ik ‘veel’ roofvogels boven en rond Zyfflich kon verwachten totaal niet… Met hoge verwachtingen voor de zaterdag kruip ik vrijdagavond laat in bed.

Zaterdagochtend zit ik vroeg buiten. Het is nog net boven het vriespunt en ik kruip in een slaapzak met een warme kruik. Zo heb ik het heerlijk warm en als er dan nog koffie gebracht wordt kan de morgen al niet meer stuk. Het vliegt goed, groepjes piepers, kwikken, leeuweriken en spreeuwen komen regelmatig over. Ook leuk zijn de groepen Houtduiven, Kolganzen en Kauwen die overvliegen en ik zie heel laag – bijna tussen de huizen door - een ringtail Blauwe Kiek voorbij sneaken. Het echte Grote Feest begint als ik om iets over 10 uur de was ophang, een Rode Wouw vliegt laag over het dorp. Daarna komt de eerste Buizerd over en dat gaat zo een hele tijd door. Ik heb nog andere dingen te doen en heb niet de tijd om de hele dag omhoog te kijken, dus tussen de bedrijven door probeer ik zo goed als het gaat de aantallen roofvogels bij te houden. Dat lukt redelijk en aan het einde van de dag staat de teller op 61 Buizerds, een ringtail Blauwe Kiek, 9 Sperwers en 3 Rode Wouwen. Niet slecht voor een tuin in Zyfflich!


Zondagochtend zit ik weer voor dag en dauw buiten in mijn heerlijke blauwe slaapzak. Een warme kruik en koffie maken het compleet. Het vliegt duidelijk minder dan de dag ervoor maar het is nog steeds leuk. Opvallend zijn de groepjes Sijzen die ik nu wel hoor en die ik op zaterdag niet had. Om 10 uur moet ik op stap voor de ganzentelling van oktober. Ik moet een niet zo heel erg groot gebied rond Zyfflich tellen en omdat er nog niet zo heel veel ganzen zijn hoop ik redelijk op tijd weer terug te zijn. Ik rij net ten oosten van de Kleyen als ik net achter de auto een Kiekedief de weg zie overvliegen. Ik stamp op de rem en het blijkt een ringtail Blauwe te zijn. De kiek knalt hard door en is in no-time uit beeld verdwenen. Even later, in de buurt van Zyfflich, zie ik Zwarte Kraaien hard achter iets aanvliegen. Ik rem hard en als ik kijk zie ik de vogels niet meer. Met gezwinde spoed rij ik dan snel naar de plek waar de vogels voor mijn gevoel moeten rondhangen en dat gevoel blijkt te kloppen. Een handjevol Zwarte Kraaien maken twee ringtails Blauwe Kieken het leven zuur. Deze trekken zich van dit geplaag weinig aan en hangen een beetje rond. Heel langzaam verplaatsen ze zich op deze manier in zuidelijke richting en verdwijnen dan uit beeld. Ganzen kom ik weinig tegen (250 Kolganzen telde ik) maar in de Kleyen zie ik weer een ringtail Blauwe Kiekendief! Het kan de vogel zijn die ik eerder heb gezien maar het kan ook niet. Deze Kiekendief vliegt niet door maar is rustig aan het jagen. Zes (of toch vijf?) Blauwe Kieken in drie dagen rond Zyfflich… Het is duidelijk dat deze soort in deze periode doortrekt!


Als we weer thuiskomen, zet ik mezelf op een stoel midden in de tuin. De rest van de dag probeer ik zo veel mogelijk omhoog te kijken. Het vliegt duidelijk minder dan de zaterdag, de tellers blijven staan op 28 Buizerds, 8 Sperwers een Havik en een Rode Wouw. Na ongeveer half drie ik de koek duidelijk op, er vliegt niets meer. Maar toch heb ik nog een mooie bonus. Aan de voorkant van ons huis hebben we een wijdse blik op het Reichswald en de Duivelsberg. Je kunt kilometers ver over de weilanden kijken en regelmatig scoop ik vanuit de voorste kamer om te kijken of ik nog iets leuks zie (leverde al Blauwe Kiek, Roodhalsgans en Kleine Rietgans op…). Als ik dan over de velden kijk zie ik een Rode Wouw rondhangen. De vogel lijkt niet verder te vliegen en draait loom wat rondjes en gaat zo nu en dan in het gras zitten. Mijn 14e die ik dit jaar hier zie…

Zyfflich en roofvogeltrek gaat dus wel samen! Maar blijkbaar moet er echt goede trek zijn wil je er echt iets van meekrijgen. Daarbij komt dat ik dit weekend niet hele dagen de tijd had omhoog te kijken en dat – hoewel ik een heel groot deel van de hemel kan zien – het tellen vanuit de tuin niet optimaal is. Het is beter ergens buiten het dorp te staan waar je een ruimere blik hebt. Hoe dan ook, ik ben in ieder geval erg blij met mijn ‘Weekend-totaalscore’ van 89 Buizerds, 17 Sperwers, zes Blauwe Kieken, vijf Rode Wouwen en een Havik en Slechtvalk.

vrijdag 14 oktober 2011

Zug !

Als ik donderdagmorgen opsta hoor ik de Kolganzen al over het huis vliegen. Sinds een week of twee zijn die weer terug in de Duffelt. Het is woensdagavond droog geworden, na bijna een etmaal lang continue regen, en het lijkt erop dat de migratie nu echt op gang is gekomen. Met een mooi windje in de rug en helder weer migreer je toch als gans het liefst. Terwijl het langzaam licht aan het worden is blijkt het met die helderheid flink tegen te vallen, het zit potdicht van de mist. Heel erg dik is die echter niet, ik kan zo nu en dan de blauwe hemel zien. Dus eerst maar eens rustig ontbijten en als dan tegen 10 uur de mist echt verdwenen is stap ik op de fiets.

Het blijkt buiten heerlijk te zijn en het is alsof ik door een sprookje fiets. Hier en daar hangen nog flarden mist en de zon schijnt volop. Het is duidelijk een ganzen-dag, groepen Kolganzen vliegen de hele tijd hoog over, bijna allemaal in en westelijke richting. Dit zal zo tot aan het begin van de middag doorgaan, dan droogt de stroom ganzen langzaam op. Het is duidelijk dat het een hele dag alleen maar geregend heeft. Alle Buizerds en Torenvalken die ik tegenkom zitten op paaltjes of in topjes van bomen met gespreide en afhangende vleugels. Blijkbaar zijn ze nog kletsnat en proberen ze nu een beetje droog te worden. Ondertussen blijft het goed vliegen, Vinken, Keepen en Veldleeuweriken vliegen in mooie groepjes over en ik hoor ook een aantal Kepen en Boomleeuweriken. Het is ondertussen bijna warm geworden en het is heerlijk om zo op pad te zijn. Ik fiets en fiets en ik geniet met volle teugen. Zo tegen een uur of twaalf blijkt het warm genoeg te zijn voor trek van roofvogels en zie ik verschillende groepjes Buizerden wel heel erg hoog opschroeven om daarna langzaam af te glijden in zuidwestelijke richting.



Na een heerlijke fietstocht zonder verder hele bijzondere bijzonderheden zit ik de rest van de dag in de tuin omhoog te kijken. Het blijkt goed te gaan met roofvogels en ik zie de een na de andere Buizerd en Sperwer overkomen. Een mooie bonus is de Rode Wouw die om vier uur laag over de tuin vliegt. Helaas is de vogel net te snel om goed op de foto te worden gezet. Als ik het nakijk zie ik tot mijn verrassing dat dit alweer mijn negende is die ik dit jaar hier zie. Voorwaar een mooi aantal!
 

woensdag 5 oktober 2011

Texel

In het najaar gaan Nicole en ik altijd een weekend naar een Waddeneiland. De laatste jaren is dat regelmatig een Duits Waddeneiland. Omdat die misschien nog net iets mooier zijn dan de Nederlandse en omdat het daar zo heerlijk rustig vogelen is. Je komt op die Duitse eilanden geen vogelaars tegen, die lijken daar niet te bestaan. Ook wel eens een beetje frustrerend, je weet dat er allemaal goede en leuke soorten op het eiland moeten zitten, maar vind die maar eens in je eentje.

Dit jaar kozen we voor de gemakkelijke weg; Texel. Geen gedoe met veerboten die anderhalf uur varen op de meest onregelmatige tijden en gesleep met rugzakken, statieven en telescopen. Nee, heel eenvoudig met de auto naar Texel, erg luxe voor ons. We hadden dit weekend al lang geleden geboekt en toen had ik nog geen idee van het Dutch Birding Weekend. Totdat ik daar een week of twee-drie geleden achterkwam, wij verbleven in hetzelfde weekend op Texel als dat het DB-weekend zou plaatsvinden. Dat kon dus nog wel eens iets leuks gaan opleveren en dan is het niet verkeerd al op de goed plek te zijn.


Een echt hard-core birding weekend zou het niet worden, en is het ook niet geworden. Heb natuurlijk wel de Daurische Klauwier meegenomen, heb nog een fraaie Sperwergrasmus gezien maar voor de rest heb ik al het vogelgeweld en de vogelaars een beetje gemeden. Heb een ‘eigen’ Blako gevonden, had een mooie overvliegende en luid roepende Roodkeelpieper en tijdens de lange strandwandelingen een aantal Kleine Jagers (waarvan eentje langere tijd jagend achter een Grote Stern aan boven het strand…!). Voor de rest genoten van het heerlijke weer en de ruimte en de rust. Op de laatste dag kwam ik in de lege, wijdse wereld achter de Mokbaai nog twee tamme IJsgorzen tegen.


En dan gisteren, dinsdag eindelijk weer tijd voor een rondje in de omgeving van Zyfflich. Back to basic zou je kunnen zeggen. In de afgelopen week zijn veel akkers met maïs geoogst en zitten overal op deze akkers groepjes Nijlganzen en Grauwe Ganzen te fourageren op de oogstresten. Ook zijn de Kolganzen terug. Vorige week woensdag had ik mijn eerste vogels van dit najaar, overvliegend over Zyfflich, maar nu kwam ik her en der overvliegende groepjes tegen. De grote meute is er nog niet, maar dat zal waarschijnlijk niet lang meer duren. Ik kwam op mijn rondje niet heel veel bijzonders tegen, maar ik had dan ook niet veel tijd. De zon gaat steeds vroeger onder en daarom had ik maar iets meer dan een uur de tijd voordat de zon onder zou gaan… maar desondanks kwam ik nog wel iets leuks tegen: mijn eerste Casarca in deze wereld. Zittend op een maïsakker tussen Nijlganzen en Grauwe Ganzen. Dubieus gezelschap, dat wel. Maar daarom niet minder leuk. Ik zag de vogel op de weg naar de Kleyen en toen ik een goed drie kwartier later weer langs de akker terug richting Zyfflich fietste was de vogel al weer weg. Dat pleit toch voor een wilde afkomst?


dinsdag 27 september 2011

Steppeweihe

Zoals ik in mijn vorige blog schreef, het is Harvey van Diek gelukt een aantal mooie foto's van de Kleyense Steppenkiek te maken. Als je de vogel zo ziet lijkt de determinatie een eitje...

Meer foto's gemaakt door Harvey kan je vinden op zijn - zeer fraaie - website: www.harveyvandiek.nl/



donderdag 22 september 2011

Verzweiflung

Maandagmiddag komt de melding van een Steppekiekendief in de Ooipolder. De zoveelste van dit najaar, het is alsof de koek niet op kan. Eerst heb ik plannen de vogel te gaan bekijken maar als blijkt dat deze niet meer gezien is kies ik toch voor een bezoek aan de Kleyen.

Met de wind en de zon in de rug fiets ik die kant op. Als ik op de plek aankom waar ik een heel groot deel van de Kleyen kan overzien kijk ik even snel met mijn verrekijker. Direct vliegt er een kleine kiek door mijn beeld, de vogel maakt een draai en ik zie een lichte stuitvlek: ringtail! Ik zie dan de rossige onderdelen en alles slaat bij mij op tilt. Dit moet een Steppekiek zijn, dat kan niet anders. Ik probeer zo snel als ik kan mijn spullen uit te pakken en mijn statief neer te zetten. Ik moet die vogel beter bekijken, voordat die uit beeld is. Terwijl ik alles neerzet en met mijn fiets klungel komt er een auto aan, ik sta midden op de weg. Zuchtend pak ik alles op en zet het aan de kant van de weg weer neer... ondertussen kan ik alleen maar aan die kiek denken.

Ik heb eindelijk mijn scoop opgezet en mijn fiets aan de kant gezet (voor mijn gevoel duurde dit uren, in werkelijkheid misschien 100 seconden) en ik scoop over de velden: niets... Vertwijfeling en wanhoop nemen toe... ik moet die vogel te zien krijgen, het moet!! Ik scoop en scoop en dan ineens zie ik de kiek. Deze vliegt recht op me af en dan maakt de vogel vlak voor me een draai. Snel probeer ik alle kenmerken te zien. Ik meen geen boa te zien en ook geen witte handpennen. ‘Is dit dan toch een Grauwe Kiek?’ denk ik. Ik pak mijn vogelgids erbij en kijk het nog eens na. Omdat ik toch echt meen dat de boa en de zwarte halsvlek niet aanwezig zijn en omdat ik voorzichtig wil zijn (niet direct het zeldzaamste wil claimen) concludeer ik dat het wel een Grauwe Kiek moet zijn. Ik wacht tot het helemaal donker is geworden maar de kiek laat zich niet meer zien.

’s Avonds zit ik toch nog de hele tijd met gemengde gevoelens thuis. Ik kijk verschillende boeken na en wandel over het internet. Ik kom dan nogmaals tot de conclusie dat het een Grauwe Kiek moet zijn geweest, hoewel het ergens diep in me toch blijft knagen.

De volgende dag heb ik overdag geen tijd naar de Kleyen te gaan. Tot aan het einde van de middag zit ik bij een symposium. Pas om vijf uur (voor mijn doen erg laat) kan ik met mijn carpoolmaat koers zetten naar huis. We zijn nog geen 10 minuten onderweg of de telefoon gaat: Daniel Doer van de NABU in Kranenburg (Naturschutzbund Deutchland) heeft een Steppekiekendief gezien in de Kleyen! Hij heeft het voordeel dat hij het gebied mag betreden (een deel heeft een beschermde status) en heeft daardoor de vogel een paar keer goed kunnen zien, zowel zittend als vliegend. Dit kan niet anders dan ‘mijn’ vogel zijn, dus het was geen Grauwe maar toch een Steppe!

Natuurlijk baal ik van mijn fout, ik had de vogel toch goed moeten determineren? Maar ik ben toch ook blij dat het een Steppekiek blijkt te zijn en dat Daniel de vogel heeft teruggevonden. Met deze tegenstrijdige gevoelens worstel ik terwijl we naar Duitsland rijden. Thuis aangekomen pak ik direct mijn spullen en fiets zo snel als ik kan naar de Kleyen. Ik kom aan op mijn vaste stekkie, zet mijn telescoop neer en scan de weilanden. En dan blijkt direct aan de overkant van het weiland waar ik vlak voor sta – helemaal niet ver weg – een Steppekiek op een paal te zitten. Onmiskenbaar, precies zoals ik ze ondertussen zo goed ken van de foto’s. Ik pak mijn camera en wil een digiplaatje maken, maar de vogel blijkt gevlogen. Terwijl ik de omgeving weer scan zie ik de vogel van me af vliegen. De vogel vliegt over een heg en is uit beeld. Kort daarna komt de vogel weer in beeld en vliegt een rondje om daarna weer over dezelfde heg te verdwijnen. We wachten tot het bijna donker is geworden maar zien de kiek niet meer.

Op woensdag heeft een PhD van onze werkgroep haar promotie en ben ik de hele dag onder de pannen. Geen tijd om naar buiten te gaan. Gelukkig gaan een aantal Nederlandse vogelaars op zoek naar de vogel en – tot mijn grote opluchting – lukt het Harvey van Diek een aantal mooie foto’s te maken. Op donderdag ga ik dan zelf nog zoeken (en een drietal Nederlanders) maar de kiek wordt niet meer gezien. Of dit nu dezelfde vogel is als die van Persingen is een goede vraag. Persingen is hemelsbreed ongeveer 7 km van de Kleyen en het zou dus best mogelijk kunnen zijn dat het hier om dezelfde vogel gaat. Hopelijk kunnen foto’s hier duidelijkheid scheppen.

Vanzelfsprekend baal ik ervan dat ik deze Steppekiek eerst verkeerd determineerde. ‘Dat had ik toch goed moeten doen’ denk ik dan steeds, ‘dit is toch wel een beetje dom’. Aan de andere kant is het goed dat ik mezelf niet gek heb laten maken en er niet klakkeloos een Steppe van heb gemaakt. Ik twijfelde oprecht en ben van het meest ‘normale’ uitgegaan: Grauwe Kiek. En ook ben ik heel erg blij dat Daniel de vogel goed gezien heeft en de vogel juist determineerde. Maar nog veel blijer ben ik met het feit dat er een Steppekiek in de Kleyen heeft gezeten. Die voorspelling is uitgekomen, nu mijn andere voorspellingen nog – moet ik ze alleen wel goed op naam brengen ;-)

maandag 19 september 2011

Schwarzstirnwürger

Het is zondagmiddag zo rond drie uur als ik mijn mail check. Tot mijn grote verbazing heb ik een berichtje dat een Kleine Klapekster is gezien op Salmorth (een soort schiereiland direct aan de Rijn, tegenover Spijk en Lobith). In het berichtje staat een link naar een site waarop vogelwaarnemingen uit de zeer wijde omgeving staan. Een zeer onoverzichtelijke en gebruiksonvriendelijke site. Althans voor mij als verwende Waarneming.nl en Bird-alerts gebruiker. Bij de waarneming staat een mooie foto van een overduidelijke Kleine Klapekster en de mededeling van de vogel om 7:50 uur is gezien. Dat is allemaal duidelijk, maar dan gaat het feest beginnen. Waar is deze vogel in hemelsnaam gezien?? De beschrijving van de plek is voor mij erg onduidelijk, en maakt me een beetje wanhopig. Hoe kom ik er nu achter waar deze vogel gezien is en zit de vogel er op dit moment nog? Ik google, ik bel met mensen die het ook niet weten en krijg dan via een Duitse vogelaar een summiere plekomschrijving. Een beetje gefrustreerd besluit ik maar naar Salmorth te rijden en daar te gaan zoeken.

Aangekomen op de plek waar de vogel misschien zou moeten zitten zakt de moed me diep in de schoenen. Dut is toch geen plek voor een Kleine Klap? Over een weggetje langs de dijk lopen gezinnetjes en laten mensen hun hond uit. Ik scoop de uiterwaarden af, maar zie niets bijzonders. Ik loop wat heen en weer en weet het even niet meer. Na een goed half uur besluit ik dat het genoeg is geweest. Maar dan, op het moment dat ik naar de auto terug loop, stopt er een auto met daarin een vogelaar. “De vogel zit er nog!” roept hij me toe en hij legt me uit waar ik de vogel kan vinden. Het blijkt dat ik ongeveer 3 kilometer verkeerd zit en nog een stuk het schiereiland moet oprijden. Dat rijden gaat op deze zondagmiddag in een iets hoger tempo dan normaal en al snel zie ik twee auto’s met daarbij twee vogelaars staan. Snel parkeer ik de auto en seconden later heb ik een mooie adulte Kleine Klapekster in beeld!

Een Nederlandse en twee Duitse vogelaars

De vogel zit op redelijke afstand, maar laat zich toch prima bekijken. Ik probeer een gesprek aan te knopen met de twee Duitse vogelaars maar dat lukt niet zo goed. Ze zijn erg zwijgzaam en zitten niet bepaald op hun praatstoelen. Na een tijdje geef ik het maar op en zo staan we met z’n allen heel stil te genieten van deze bijzonderheid. Het grappige is dat direct achter de vogel Nederlands grondgebied te zien is. Het is geweldig deze vogel te zien, maar toch zou ik er heel wat voor over hebben als hij anderhalve kilometer naar het noorden zou opschuiven, Nederland in dus.

Früh aufstehen

Waar zal ik beginnen? Het handigste is gewoon bij het begin, dus in chronologische volgorde.

Afgelopen vrijdag had ik een dag vrij en het werd, precies zoals ik gehoopt had, heel erg mooi weer. Ik was, zoals gewoonlijk, heel vroeg uit de veren en terwijl de mist langzaam optrok zat ik al op de fiets. Het was een geweldige ochtend en ik fietste met mijn allerbeste humeur vanaf Zyfflich naar Kranenburg en vanaf daar verder naar het oosten, dromend van de meest spectaculaire soorten. Regelmatig kwam ik Tapuiten tegen en ik stopte om de haverklap om de velden af te scopen.



Ergens ten oosten van Kranenburg zag ik in de verte een grotere vogel in het prikkeldraad hangen. Hoewel het ten strengste verboden is hier in Duitsland (of eigenlijk in de Duffelt) de weilanden te betreden ben ik er toch heengelopen. En daar trof ik een jonge Buizerd aan die in het draad hing. Het zag er allemaal triest uit, veel te triest voor zo’n mooie dag. Wat een ellende manier om aan je einde te komen. Een beetje ontdaan fietste ik verder en met een enorme ‘omweg’, die verder niet heel veel bijzonders opleverde behalve een paar doortrekkende Bruine Kieken en een man Gekraagde Roodstaart ergens midden in de weilanden, kwam ik uit in de Kleyen. Hier bleken nog steeds veel Buizerds aanwezig en zat ik een hele tijd te genieten van de rust en het heerlijke gevoel dat zo’n mooie ochtend kan opleveren.



Zaterdag was ik bijna de hele dag in de tuin aan het werk. Natuurlijk met een oog, het andere keek voordurend omhoog. Naast een overvliegende Bruine Kiek en een aantal Sperwers leverde dit omhoog staren niet veel op. Aan het einde van de avond natuurlijk nog naar de Kleyen gegaan. De eerste vogel die ik daar zie was een leuke: een jonge Rode Wouw. De vogel zat rustig op een paal, niet eens zo heel erg ver weg. Net op het moment dat ik een foto wilde gaan maken besloot een Buizerd een muis te vangen en besloot de wouw dat hij recht had op de muis. Een wilde achtervolging volgde, spectaculair maar ver weg. Te ver voor mooie randje-randje foto’s… Ik verloor de vogel even uit het oog maar zag ‘m later weer zitten op een paal, nu echter veel en veel verder weg. In de Kleyen miegelde het van de vogels, overal Buizerds en veel Kieviten. Ook liepen er een handvol Ooievaars, 12 Wulpen, en telde ik negen Grote Zilverreigers en zo rond de 10 Tapuiten. Met een bijzonder voldaan gevoel fietste ik net voor zonsondergang naar huis, met bijzonder hoge verwachtingen voor de zondag.



Op de zondagmorgen bleek de Rode Wouw niet meer aanwezig te zijn (misschien is het de vogel die op dit moment bij de Bruuk nabij Groesbeek zit). Ook waren er 10 Wulpen weggevlogen, er liepen er nu nog maar twee. Terwijl ik zo stond te genieten en te scopen vlogen de Kieviten op en bleken er drie Kemphanen tussen te vliegen. Voor hier een enorm leuke soort, die worden niet heel erg vaak gezien. De Kemphanen draaiden een rondje en vielen ver achterin het gebied weer in. De groep Grote Zilverreigers groeit met de dag, nu liepen er 12 vogels en net voor ik weg ging, vloog er nog een vogel vanuit het noorden het gebied in en werd nummer 13 van de groep. Buizerds blijven in grote getale aanwezig en er jaagden nu twee vrouwtjes Bruine Kieken. Hoewel ik nog steeds heel erg hoop op een Zwarte Ooievaar, Steppekiek of nog erger fietste ik ook nu weer met een zeer voldaan gevoel naar huis. De Kleyen blijft leuk en heel erg spannend!


donderdag 15 september 2011

Siebenundzwanzig

Nu het weer enige dagen mooi weer is en het niet zo veel regent zijn de boeren hier druk aan het maaien. Overal zie je tractoren in een onvoorstelbaar hoog tempo de weilanden maaien. Het gras ligt een dag te drogen en dan worden er al pakjes van gemaakt die ook al in no-time verdwenen zijn. Wat achter blijft zijn kale, lichtgroene vlaktes.

Niet veel aan te beleven zou je denken. Maar toch is er heel veel te beleven. Muizen, dat is het toverwoord. Die kale, lichtgroene vlaktes zitten vol met muizen. En op die muizen komen vogels op af, vogels die de muizen op willen eten. In de Kleyen kon ik daar vanavond wel heel erg van genieten. Op een paar gemaaide weilanden zaten in totaal 27 Buizerds, ongeveer 17 Blauwe Reigers, 6 Torenvalken, 5 Ooievaars en 7 Grote Zilverreigers. En dat alles zat gebroederlijk door elkaar en had maar 1 doel voor ogen: zoveel mogelijk muizen op te eten.


Ik heb er een hele tijd naar staan kijken en het was volop genieten. In de (nog) niet gemaaide weilanden er omheen zaten veel Tapuiten, Paapjes en Robotaps. Tevens zaten ook hier nog her en der Buizerds zodat ik, na een paar keer nauwkeurig tellen,  in totaal op 35 vogels uitkwam.  Ook komen er langzamerhand steeds meer Graspiepers, ik had al een mooie groep van ongeveer 45 vogels. En als mooie 'bonus' vloog er zo nu en dan een vrouw Bruine Kiek over het kale en lichtgroene veld. Ik zal morgen zeker nog eens gaan kijken, wie weet...



maandag 12 september 2011

111

Het is me weer gelukt, ik heb een nieuwe tuinsoort aan mijn lijst mogen toevoegen. Zondagmorgen kwam ik terug na een inspirerend rondje Zyfflich (daarover hieronder meer) en op het laatste stuk, vlak voor ik thuis ben, scan ik de weilanden. Tot mijn grote vreugde zaten hier een handvol Roodborsttapuiten, een paar Tapuiten en vijf Paapjes op het prikkeldraad en in de struiken. Robotap en Tapuit staan al op de tuinlijst, maar Paap zou nieuw zijn. Maar dan moet ik die natuurlijk wel vanuit de tuin zien. Als je weet dat je een nieuwe soort vanuit je tuin zou kunnen zien telt het natuurlijk niet. Supersnel pak ik al mijn spullen in waarna ik als een dolle naar huis fiets en op de oprit mijn telescoop neer zet. Al bij de eerste blik zie ik een Paap in het gras zitten. 'Hebbes' denk ik, 'nummer honderdenelf is binnen!'

Er blijven overigens veel Papen en Tapuiten aanwezig in de omgeving van Zyfflich. Of het nu steeds nieuwe vogels zijn of dat het steeds dezelfde vogels zijn is me niet duidelijk. Lijkt me lastig om achter te komen, hoewel ik nu op een klein graslandje al een paar dagen steeds een onvolwassen Tapuit tegen kom. Het is verleidelijk te denken dat dit steeds dezelfde vogel is.

Dan roofvogels. Afgelopen zondag had ik in de omgeving van Zyfflich in een uur tijd (van 10 - 11 uur) vier overvliegende Bruine Kiekendieven. De vogels vlogen niet al te hoog en vlogen strak door naar het zuid-westen. 's Middags, na de regen die van ongeveer 4 - 5 uur viel, kwam ik net buiten Zyfflich nog een vijfde vogel tegen (een vrouw) die zeiknat op een paal zichzelf zat schoon te poetsen. Het leuke is dat op dezelfde dag op de telpost 'Maldens Vlak' (op hemelsbreed 8 kilometer in zuidwestelijke richting) 19 Bruine Kieken werden gezien. Blijkbaar heb ik een aantal van deze vogels ook gezien. Op de telpost 'Eltenberg' (hemelsbreed bijna 14 kilometer in noord-oostelijke richting) hebben ze zondag 'maar' 5 Bruine Kieken gezien.

Nu vraag ik me al een tijdje af welke route de roofvogels volgen die vanaf de Eltenberg naar het Maldense Vlak vliegen. Doen ze dat überhaupt wel? Eigenlijk zie ik over Zyfflich relatief gezien weinig roofvogels, voor mijn gevoel zouden dat er meer moeten zijn. Ik heb wel veel Sperwers overvliegend (op een goede dag had ik vorig jaar wel eens 15 vogels per dag), ik heb de indruk dat die de bebouwing in westelijke richting volgen. Maar grote aantallen Buizerds en Wespendieven, dat niet.

Zyfflich is een langgerekt dorp dat in een west-oostelijke richting op een oude rivierduin ligt. Misschien volgen roofvogels deze west-oost lijn en vliegen ze niet over het dorp (hoewel het dorp nog geen 500 m breed is). Of volgen ze een oostelijke of juist iets meer westelijk route? Of zitten ze zo enorm hoog dat ik ze gewoon niet zie, zelfs niet nu ik een bril draag? Een van de kiekendieven van zondagmorgen vloog keurig langs de noordkant van het dorp en ging niet over het dorp heen. Voor een laagvliegende vogel misschien logisch, maar voor een wat hoger vliegende vogel toch niet?

Ik heb eens ergens gelezen dat er vanaf Millingen aan de Rijn een trekbaan loopt richting de Duivelsberg. Maar als dat zo is dan zou een deel van de vogels toch echt over Zyfflich moeten vliegen. Ik loop nu met vage plannen rond eens westelijk en oostelijk van Zyfflich te gaan posten, misschien schept dat duidelijkheid. En - zoals gewoonlijk - voor tips en ideeën hou ik me zeer aanbevolen!!


Ligging twee genoemde telposten en Zyfflich


dinsdag 6 september 2011

Beobachtungen

Bij gebrek aan echte aansprekende 'avonturen' maar even een overzicht van de leukere waarnemingen van de afgelopen week.

Eerst even de rupsen van de Koninginnenpage. Die zijn nog steeds in de tuin aanwezig en eten hun buikjes voller en voller. Het zal niet lang meer duren voordat ze zich gaan verpoppen. Ook een leuke vlinder was het Landkaartje, die zat het afgelopen weekend ineens in onze tuin. Vorig jaar al eens een paar keer gezien maar dit jaar ontbrak deze soort nog steeds.

Goed, dan nu de vogels. Om te beginnen Paapjes en Tapuiten. Ik heb de indruk dat die de laatste dagen overal zitten. Zet je scoop op een willekeurige plek neer en zoek systematisch alle paaltjes, struikjes en heggen af en je ziet er altijd wel een paar. Ik probeer tijdens mijn vaste rondje Zyfflich dit steeds te doen. Het lijkt me leuk om straks een overzicht te hebben van het aantal vogels die ik steeds gezien heb. Naast al de Papen en Tapuiten kwam ik nog een groep van zes Grote Zilverreigers tegen die op een vers gemaaid weiland druk aan het muizen jagen waren. Een mooie groep voor hier, de grootste die ik tot nu toe in dit gebied gezien heb. Wat losse waarnemingen zijn onder andere een paar doortrekkende Bruine Kieken, een late Gierzwaluw, een fraaie IJsvogel en ik zag ook mijn eerste Grote Gele Kwik ooit (in de omgeving van Zyfflich bedoel ik). Daarnaast zag en hoorde ik regelmatig overvliegende Gele Kwikken en Boompiepers. Normaal kom ik die hier bijna nooit tegen.

Tot slot nog even de jonge Grauwe Klauwier. Voor het laatst heb ik deze vogel gezien op de 30e augustus. Uiteindelijk heeft de vogel bijna 14 dagen in hetzelfde stuk heg gezeten.    

maandag 29 augustus 2011

Schwalbenschwanz-Raupe!

Net voor het weekend werkt mijn lief in de tuin. Plotseling hoor ik een enorme gil en ik ren de bijna 40 meter naar het achterste deel van de tuin in de verwachting dat ze minimaal een gat in haar hoofd heeft gehakt. Met een enorme grijns op haar gezicht wijst ze naar een Dille plant. 'We hebben rupsen van de Koninginnenpage!' roept ze. Ik kijk en zie op de plant twee kleurige rupsen. Omdat we meer Dille in de tuin hebben staan zoeken we die snel op en het blijkt dat we in totaal 5 Koninginnenpage rupsen in onze tuin hebben. De rupsen zien er geweldig uit en eten met veel smaak onze Dille op. Niet dat we daar een probleem mee hebben, integendeel kan ik zeggen.

Tot nu toe heb ik vier keer een Koninginnenpage in de tuin gehad, drie keer voor korter dan 10 seconden en eenmaal zat een vlinder te rusten in onze tuin. En nu hebben we rupsen! Dit moet een tweede generatie zijn die ergens in de tuin gaat overwinteren.

Dan natuurlijk nog vogelnieuws. Leuk zijn de Paapjes die je hier nu overal in de omgeving tegenkomt. Als je consequent alle weidepaaltjes en heggen afzoekt kom je er veel tegen, hoofdzakelijk in groepjes Roodborsttapuiten. Ook kwam ik de afgelopen week nog een paar Tapuiten tegen. Overigens is het grappig dat ik meerdere overvliegende Gele Kwikken en Boompiepers had. Een beeld dat je terugziet als je ziet wat wordt gezien op de verschillende trektelposten. In de Kleyen zijn nog steeds redelijk veel Torenvalken, Buizerden en Blauwe Reigers tegen die fanatiek op muizen jagen. Leuk waren de drie Grote Zilverreigers die hier ook op muizen aan het jagen waren.

En de jonge Grauwe Klauwier? Die was vanmiddag nog steeds aanwezig en is nu al 13 dagen te vinden in een stuk heg van hooguit 100 meter lengte. Wel heel erg plaatsgetrouw kan je dat noemen.


dinsdag 23 augustus 2011

Endlich Herbst!

Na een hele dag met heel veel regen klaart het zo tegen een uur of vier op. De zon gaat schijnen en direct is het broeierig warm. Zodra ik thuis ben gekomen stap ik op de fiets om Nicole tegemoed te fietsen. Kan ik onderweg nog mooi een beetje vogelen.

Het is duidelijk te zien dat er in de loop van de dag heel veel regen is gevallen, in veel weilanden en akkers staan grote plassen water. Vlak voor Kranenburg is een weiland wat in het voorjaar regelmatig erg nat is en tot mijn grote blijdschap is dat nu ook het geval. Er fourageren twee Groenpoten en een Witgat. Natuurlijk stelt dat weinig voor, maar ik ben er heel erg blij mee. Groenpoten zie ik hier bijna nooit.

Ik neem voor alles veel tijd en scoop regelmatig de omgeving af. In het begin valt het me niet zo heel erg op, maar na een tijdje blijken overal op paaltjes en struiken groepjes Roodborsttapuiten te zitten. Als ik een aantal van die groepjes geduldig en secuur afscoop kom ik nog een flink aantal Paapjes tegen. Ook vind ik nog twee jonge Tapuiten, mijn eersten hier dit najaar. Het is fijn te merken dat ook hier de komkommertijd voorbij is en het weer echt spannender en onvoorspelbaarder begint te worden.

De jonge Grauwe Klauwier is ondertussen niet weg te slaan uit zijn favoriet heg. De vogel fotograferen is bijna onmogelijk, dichtbij komen lukt niet omdat ik dan door een akker moet en dat moet je hier niet doen. Akkers en weilanden betreden zonder eerst om toestemming te vragen is hier een doodzonde. Daarom nog maar een bewijsplaatje, genomen van ver.


maandag 22 augustus 2011

Herr Buschmann

De cursus 'Heuschrecken bestimmen' werd gegeven in het Naturkundemuseum bij het natuurgebied Heiliges Meer. Hier worden veel cursussen gegeven, zoals het determineren van amfibieën, grassen, libellen en dus ook sprinkhanen. In dit natuurgebied monitoren ze al meer dan 150 jaar onder andere vogels, insecten, planten, amfibieën en de waterkwaliteit. Er bestaat dus een ongelooflijke schat aan gegevens en heel veel studenten Biologie komen hier onderzoek doen. Het gebied bestaat uit heide en schrale graslanden en er zijn nog twee grote en een aantal kleinere meren.

De cursus begon op vrijdag om 2 uur met het voorstellen van onze cursusleider, de heer Buschmann. Al meer dan 40 jaar bioloog en dat duidelijk van de oude stempel. Tot mijn grote verbazing stond er een overhead projector waar onze cursusleider de ene na de andere folie op legde. De uitleg was gedegen, maar wel een beetje achterhaald. Zo werden gegevens uit 1997 getoond, terwijl al lang vele nieuwere gegevens voorhanden zijn. 'Maar dat zoekt u zelf maar uit, ik doe niet aan het internet', verklaarde de heer Buschmann. Het was mij niet duidelijk of onze cursusleider nu Dr, Prof of Drs was, maar ik noemde hem in gedachten al snel professor dokter Buschmann. Eigenlijk was de hele cursus bijzonder formeel, iedereen werd consequent met u aangesproken en niemand haalde het in zijn of haar hoofd onze cursusleider te tutoyeren. Aan het einde van elke cursusdeel klopte mijn medecursisten met de knokkels op de tafel, een soort van applaudisseren dat ik nog niet eerder heb mogen meemaken. Na een korte maar gedegen inleiding gingen we al snel het veld in en werden in een rap tempo de ene na de andere sprinkhaan gevangen met de klescher (Duits voor het vangnet).

Aan het einde van de middag was er een overheerlijk warme maaltijd en daarna mochten we weer terug naar het leslokaal. Iedereen kreeg een sprinkhaan die in alcohol geconserveerd was en mocht die gaan determineren met behulp van een binoculair en een determinatiesleutel. Heerlijk pietepeuterig werk en dan ook nog in het Duits. Wat te denken van begrippen als Hinterschenkel, Fuhlerglieder en Seitenkielen. Probeer die maar eens te vinden bij een sprinkhaan! En toch lukte mij dat wonderwel en zo determineerde ik mijn eerste, niet levende sprinkhaan ooit. Natuurlijk was er 's avonds, toen de les was afgelopen, bier en werd het nog flink laat.

De volgende dag volgde nog meer theorie en 's morgens en 's middag zochten we nog sprinkhanen in verschillende uithoeken van het natuurgebied. Ik vond het wel vermakelijk, de hele tijd met je netje rondlopen en dan sprinkhanen vangen. Herr Buschmann vertoonde 's avonds dia's van heel veel verschillende sprinkhaansoorten en liet met behulp van een CD zingende sprinkhanen horen. En daarna was er weer bier en werd het weer zeer gezellig en heel erg laat. Mijn medecursisten bestond uit een bijzonder divers gezelschap: biologie studentes, een huisvrouw met kind en een paar medewerkers van ecologische adviesbureaus. Een leuk gezelschap en mij werd het al snel duidelijk, met het determineren van sprinkhanen maak je vrienden. Iedereen was bijzonder aardig en het was leuk met de verschillende deelnemers te kletsen en ervaringen uit te delen. Niemand vond het overigens vreemd dat er een Nederlandse vogelaar op een Duitse Heuschrecken cursus was afgekomen. Er gebeuren vreemdere dingen, hier kijkt een gemiddelde Duitse sprinkhaanliefhebber blijkbaar niet van op.

Zondag is er dan nog een korte excursie naar een bos waar heel erg veel Boskrekels voorkomen. Daarna toonde de heer Buschmann nog (inter)nationale sprinkhanen-literatuur en dan is het cursus weekend zo tegen half twee ten einde. Was de cursus nu de moeite waard en ben je nu een sprinkhaan kenner geworden? Dit vraagt u zich nu misschien af. Om met het eerste te beginnen, de cursus was zeker de moeite waard, vooral de excentrieke heer Buschmann en de manier waarop hij ons les gaf. Een sprinkhaankenner ben ik niet geworden maar ik weet er nu wel iets meer van af. En het lukt me nu zeker een sprinkhaan met behulp van een determinatiesleutel en een binoculair te determineren. Niet dat je dat nu vaak zal doen, het lijkt mij leuk soorten te herkennen in het veld. En of ik dat nu zo goed kan en geleerd heb? De toekomst zal het leren, ik zal zeker zo nu en dan iets meer aandacht geven aan het getrjirp om me heen.

Op de valreep nog even wat vogelnieuws: de jonge Grauwe Klauwier is op maandagavond nog steeds aanwezig op zijn ondertussen vaste stek en in de Kleyen was een juveniele Blauwe Kiekendief druk aan het jagen op muizen. Met niet heel veel succes overigens.


zondag 21 augustus 2011

Heuschrecke!

Dit keer geen vogels maar sprinkhanen. Een beetje onverwacht misschien maar ik kan het uitleggen. Mijn vriendin wil meer van sprinkhanen leren en had zich opgegeven voor een cursus 'Heuschrecken bestimmen'. Mij leek dit ook wel leuk dus ik ben meegegaan en zat het hele weekend op mijn knieën in het gras of te turen in een binoculair. Het was een weekend vol avontuur en ik zal later zeer uitgebreid verslag doen (met verrassende foto's!) over Prof. Dr. Buschmann, Sumpfschrecken, Nachtigall-Grashüpfers en Keschers.

donderdag 18 augustus 2011

Zwei

Hoe moet je het noemen? Frustratie, een domper, tegenvaller, deceptie, een koude douche of een enorme teleurstelling. ‘Wat nu weer?’ vraag je jezelf misschien af.

Stel je voor, ik kom thuis na een hele dag hard gewerkt te hebben en ondertussen tegen het mooie weer aangekeken te hebben. Op ons sublieme buiten terras met een werelds uitzicht over Bennekom en Wageningen-Hoog, koffie gedronken, van de lunch genoten en thee gedronken. Steeds scheen de zon en was het heerlijk weer. Thuis gekomen direct mijn spulletjes gepakt en als een dolle richting de Grauwe Klauwier gefietst. Uit de verte - ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen - al even met de verrekijker gekeken en ik op exacte dezelfde plek als gisteren zag ik de bekende lichte vlek in een vlier zitten. 'Yes, die zit er nog!' was mijn gedachte. Als ik verder fiets ontwaar ik een tweede lichte vlek… en wat denk je, die ene Grauwe Klauwier heeft tot mijn grote verrassing gezelschap gekregen van een tweede. Twee juveniele vogels zaten zeer fraai vlak naast elkaar in de brede heg. Ze waren zeer actief aan het foerageren en doken regelmatig in het korte gras. Alles zag er zeer relaxed en steady uit. Ik besloot om een plan te bedenken en te kijken of ik de vogels zou kunnen fotograferen. En, je gelooft het niet, net toen ik wilde beginnen met het maken van de meest mooie Grauwe Klauwieren-foto's die er ooit in de Duffelt gemaakt zijn, begon het te druppelen. En al die druppels werden een heuse onweersbui die op het moment dat ik dit schrijf nog steeds vrolijk verder rommelt. Soms, heel soms, zou ik willen dat ik een andere hobbie (of noem je dit gedoe een passie?) heb. Iets met damstenen en een zacht tikkende klok ofzo.

Ik kan toch met leuk nieuws afsluiten; via het werk van mijn vriendin (NABU Kranenburg) begreep ik dat in mei, niet ver van de plek waar mijn vogels zitten, eenmalig een paartje Grauwe Klauwieren is gezien. Het lijkt er een beetje op dat dit jaar, niet ver van Zyfflich heel stilletjes Grauwe Klauwieren hebben gebroed!