woensdag 11 maart 2015

Zweistellige Zahlen

Het voorjaar gaat beginnen, eindelijk! Na al die grauwe en grijze dagen (afgelopen weekend las ik dat van de 65 dagen die 2015 toen telde er 45 zonder zon waren geweest - bij ons in de omgeving wel te verstaan) gaat de zon echt schijnen en klimmen we in de dubbele cijfers.

Je merkt het direct aan bijna alle vogels. Alles begint te zingen en op zoek te gaan naar eventuele broedplekjes (zoals de Nijlganzen hieronder). De Kollen zijn bijna allemaal verdwenen, hoewel ik de 9e maart nog ruim 1000 in de directe omgeving wist te tellen. Heel erg langzaam komen de 'zomergasten' weer terug in de Duffelt. Zo zag ik Grutto, Tureluur en de eerste Bergeend.


In Fryslan, daar zijn veel muizen, maar bij ons heb je die ook. Onze tuin zit stampvol, vooral in de boomgaard zie je overal gaatjes in de grond. Het weiland direct naast ons is ook al vergeven van de muizen. Bijna elke avond zie ik daar nu deBlauwe Reiger lopen. Voor mijn gevoel is het steeds dezelfde, maar of dat klopt?? Hoe dan ook, ik volg hem (haar?) een tijdje en in no-time heeft die een stuk of wat muizen te pakken. Met huid en haar gaan die naar binnen. Zal toch een vreemd iets zijn, het ene moment van je leven kruip je door het gras, het andere moment glij je door een lange hals een maag binnen. Hoe wrang kan het zijn? Ik ga aan de rand van het weiland zitten en de reiger trekt zich niets van me aan. Die heeft alleen oog voor al die lekkere hapjes die daar rondkruipen. Het levert een paar leuke foto's op van deze heel erg bijzonder efficiënte muizenvangers.








 Als ik op een mooie morgen door de boomgaard loop zie ik plotseling in de nestkast van de Steenuilen iets pluizigs liggen. Ik haal er snel een ladder bij en dan blijkt mijn vermoeden te kloppen: een dood muisje! Elke avond en nacht roepen de Steenuilen, maar tot op heden had ik geen enkele indicatie dat ze ook echt de kasten bezochten. Helemaal zeker weten doe ik het natuurlijk niet, maar volgens mij is dit gedaan door een Steenuil. De volgende dag blijkt de muis verdwenen te zijn... Het blijft allemaal heel erg spannend !!




Nog even voor de liefhebbers een update van de tuinlijst. Nieuw zijn Wilde Eend, Goudplevier (een mooie groep van ongeveer 22 vogels richting oost) en een Klapekster. Deze vliegt mooi golvend over de tuin in oostelijke richting, mij in een staat van verbijstering en euforie achterlatend. In de directe omgeving werden de afgelopen winters regelmatig Klapeksters gezien, maar deze winter werd er nog geen enkele gezien. Een heerlijke en totaal onverwachte toevoeging aan de lijst.

vrijdag 20 februari 2015

Ich gehe Dingdungen

Het leuke van een verhuizing is dat je een nieuwe local patch kan gaan zoeken. Nu ben ik maar iets meer dan 4 kilometer verhuisd, dat is dus niet heel erg veel. Maar het is genoeg om voor een nieuwe local patch. Want nu ligt plotseling een nieuw gebied, met voor mijn gevoel voldoende vogel-potentie, binnen fiets bereik. Dit gebied lag eigenlijk al binnen fiets bereik vanaf het oude huis, maar nu ligt het letterlijk om de hoek. En dat is toch (voor mij dan) het kenmerk van een local patch; een gebied dat zo dicht bij ligt dat je het elke dag met weinig inspanning en tijd kunt bezoeken. 

Ik had al een local patch. Over dit gebied (de Kleyen) heb ik tijden geleden al eens iets geschreven. Ook een gebied met potentie. Wel hard werken, heel veel bezoeken leveren (qua zeldzaamheden) weinig tot niets op. Maar af en toe is het raak. Zo zag ik hier Groenlandse Kolgans, Roodhalsganzen, Velduil, Roodpootvalk, Steppenkiekendief, Beflijsters, Zeearenden en erg regelmatig Rode en Zwarte Wouwen. Maar daar zijn dan ook wel heel erg veel bezoeken voor nodig.

Het leuke van het local patch vogelen is dat je een gebied heel erg goed leert kennen. Je weet precies waar je wat zou kunnen verwachten. Welke weilanden zijn nat na langdurige regen, waar zitten in het najaar altijd Paapjes en Tapuiten. Vanuit welke plekken kan je het beste ganzen bekijken, en ga zo maar door. Hierdoor weet je ook het meeste uit je bezoeken aan je local patch te halen. Maar daar zijn dan (althans bij mijn local patches) ook wel veel bezoeken voor nodig, heel vaak ga je op stap en komt met weinig tot niets thuis. Maar door vaak te gaan maak je de kans dat je iets leuks gaat vinden groter. En dan is mijn theorie dat je beter vaker en kortere bezoeken kan brengen aan je patch dan af en toe een heel lang bezoek. Maar dat is meer gut-feeling dan dat ik het echt kan onderbouwen. Als je hier aan gaat rekenen komt er misschien wel heel iets anders uit.



Maar goed, mijn nieuwe – tweede – local patch. Deze ligt op een steenworp afstand van waar ik nu woon en dit is voor mijn gevoel een goede plek. Een mooie afwisseling van kleine weggetjes, veel heggen, overhoekjes, lege schuurtjes met rommel en daarnaast een heel kaal en open gedeelte. Grootschalige akkers en weilanden met grote solitaire bomen. Op dit moment overwinteren hier twee (man en vrouw) Blauwe Kieken, zitten hier ontelbaar veel Kramsvogels en de afgelopen winters (maar deze dan weer niet) verbleef hier steeds een Klapekster. In het voorjaar zitten de heggen vol met Grasmussen, Geelgorzen en Spotvogels en hier komen nog veel Gekraagde Roodstaarten voor. Vanuit het kalere deel kan je onnoemlijk ver kijken, je ziet de Elterberg en het Reichswald liggen. Het is dus een plek waar je roofvogeltrek kan verwachten. Of dat echt zo is zal de toekomst me leren. Oh ja, de weg waarlangs dit gebied gedeeltelijk ligt heeft de curieuze naam Dingdung. Ik ga nu dus - naast Kleyen – regelmatig even ‘Dingdungen’!



Nog heel snel wat recent vogelnieuws. De tuinlijst is weer iets langer geworden met Sijs, Grote Lijster en Kraanvogel (afgelopen zaterdag drie exemplaren naar oost). En afgelopen dinsdag zat er in het weiland naast het huis 1285 Kramsvogels en een (echt, hoe goed ik ook zocht, het bleef er maar 1) Koperwiek.




dinsdag 10 februari 2015

Es geht gut

Vanmorgen vroeg stapte ik de garage uit en hoorde een luide sissende, krijsende roep: Kerkuil. Nieuw voor de Antoniushof (zo heet de boerderij) tuinlijst. Dit was soort nummer 51, de laatste toevoegingen waren de afgelopen dagen Ooievaar, Keep en Slechtvalk.

Met uilen gaat het sowieso goed, elke avond en ochtend hoor ik meerdere Rans- en Steenuilen roepen. Hoewel aan de rand van onze tuin acht oeroude knotwilgen staan, is het voor mij nog steeds onduidelijk of Steenuilen ook echt in de tuin broeden. Daarom hebben we in januari in drie fruitbomen nestkasten geplaatst. Drie omdat Steenuilen blijkbaar gebruik maken van meerdere kasten. Eentje om te broeden en andere om te slapen. Dus drie van die pijpen gekocht en opgehangen. Het zal wel een kwestie van geduld worden, men wist mij te vertellen dat het lang kan duren voordat uilen van een kast gebruik gaan maken. Nou ja, maakt niet uit. We zien wel hoe het gaat lopen.


Twee van de drie nestkasten.

Waar het ook goed mee gaat zijn de Kramsvogels. In deze winter waren die er gewoon niet. Je zag af en toe een paar vogels vliegen en dat was het dan wel. Tot voor een paar weken. Op een ochtend zag ik ineens een groep Krammen overvliegen, en daarna nog eentje en nog eentje. ‘Hier is iets aan de hand’ dacht ik en dat was het ook. De hele ochtend vlogen ze laag over, in brede losse groepen tot wel 500 vogels. En nu zit het helemaal vol met Kramsvogels. Overal kom je ze tegen, in groepen tot wel 1500 vogels.

Wat je in deze tijd van het jaar ook tegenkomt (maar dan in veel grotere groepen) zijn ganzen. Bij ons zijn dat hoofdzakelijk Kolganzen met af en toe behoorlijke aantallen Rietganzen. Kenmerkend voor de tweede helft van de winter is de toename van het aantal Brandganzen. Eergisteren telde ik op ongeveer 3500 ganzen zo’n 30 Brandjes. Lijkt weinig, maar voor hier is dat een behoorlijk aantal. Voor velen is het geestdodend en oersaai: ganzen afkijken. Hoewel ik voor mijn broodwinning onderzoek doe aan ganzen en zwanen blijft het me boeien. Bij een grote groep ganzen staan en dan heel rustig alles afscopen. Zoeken naar die ene Roodhals, Kleine Riet of Dwerggans. Roodhalzen kom ik vrij regelmatig tegen, net als Kleine Rieten. Dwergganzen zijn mega, tot nu toe lukte het me nog maar twee keer eentje hier te vinden. En Rotganzen? Die zijn echt über-mega, die vond ik nog maar een keer. 

Ik heb het geluk dat ik maar een minuutje hoef te fietsen voor duizenden ganzen. Dus zodra ik een beetje tijd heb probeer ik wat groepen af te kijken. Deels voor halsbanden, maar eigenlijk nog meer voor de zeldzaamheden. Het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan… Eergisteren weer een leuke score, twee verschillende Kleine Rieten. Voor de liefhebber hieronder een zoekplaatje, waar zit die bijzonderheid?


dinsdag 3 februari 2015

Umzug bedeutet neue Gartenliste...

Eerst even dit: dankzij een aantal vogelaars die ik gisteren tegenkwam in Groningen (Grijze Junco) en me duidelijk maakten dat ze mijn verhaaltjes echt misten kwam de inspiratie en het vuurtje terug. 'It giet oan' zeg ik dan als rasechte Fries. Dank Rene, Holmert, Jan, Jan en Wienand voor jullie inspirerende woorden!


De oude tuinlijst (de eerste vogelsoorten zijn gezien op de dag van onze verhuizing, 27 april 2010) was in de loop van de jaren gestaag gegroeid. Natuurlijk kwamen er de laatste tijd niet veel soorten meer bij. Maar de soorten die ik kon bijschrijven waren niet mis. Wat te denken van Ortolaan en Duinpieper (beide laag roepend over de tuin). Of de Bladkoning die op 16 en 17 oktober 2013 in de tuin bivakkeerde. De laatste toevoeging aan de lijst is een redelijk algemene soort geworden, in de laatste week kwam heel kort een man Goudvink de tuin bezoeken. Deze soort had ik al veel eerder verwacht (komt redelijk veel in de directe omgeving voor), maar tot op dat moment had ik de soort nog niet mogen bijschrijven. Tot die laatste week.

 De tuinlijst is dus op 135 soorten geëindigd. Volgens mij niet verkeerd voor een tuin diep in het binnenland. Natuurlijk was de oude tuin groot en keken we aan de voorkant vrij uit over de velden. De groepen ganzen liepen letterlijk in het weiland aan de overkant van de straat. Maar toch, je moet eerst al die soorten maar eens zien in de kijker te krijgen.

De tuinlijst

Welke soorten heb ik dan gemist in die viereneenhalf jaar? Opvallenste is wel Spotvogel en Bonte Vlieg. Beide soorten die toch redelijk algemeen bij ons in de omgeving voorkomen. Maar nooit is het me gelukt die te horen of te zien te krijgen. Ook een opvallende misser is Kwartelkoning. Die zat een voorjaar niet ver van ons huis een heel voorjaar snoeihard te roepen. Maar hoe ik mijn best ook deed, het lukte me niet de vogel vanuit de tuin te horen. Zelfs de wekker zetten en midden in de nacht gaan luisteren hielp niks, tot mijn grote frustratie.

De laatste soortjes

Hoewel het nieuwe huis subliem is, een droom die is uitgekomen en ga zo maar door, deed het me toch pijn de tuinlijst te moeten afsluiten. Die lijst hoort bij het huis en ik ben er altijd erg trots op geweest. Dus dat het leuk was er een streep onder te moeten zetten. Nou nee, niet echt. 

Bladkoning in de tuin op 16 en 17 oktober 2013

Maar goed, een nieuwe tuin, dat dan weer wel. Wat gaat die me opleveren, wat is de potentie? Ik denk veel. De tuin is groot, meer dan een halve hectare. Aan een kant loopt een mooie oude brede meidoornhaag. Aan de andere zijde kijk je uit over weilanden met daarlangs ook mooie, oude brede heggen. Achterin de tuin is een hoogstamboomgaard met veel oude fruitbomen. De tuin ligt op het zuiden en ik kan (mede omdat de boerderij op een kleine terp ligt) ver, echt ver kijken. Ook naar het noorden heb ik vrij uitzicht. Voor mijn gevoel zit het wel goed, en het gaat vanzelf blijken of ik met dit gevoel goed zit. Het begin is er, een paar dagen nadat we de sleutels kregen (vanaf dat moment mocht ik van mezelf beginnen met tellen) vloog er een mooie adulte man Blauwe Kiekendief langs. En afgelopen weekend zaten er kort 3 vrouw Goudvink in de heg.

Ik heb zin mijn avonturen in Niel en omgeving op te gaan schrijven. En als ik niet weer tegen een writers-block aanloop, ga je dit allemaal meebeleven! Stay tuned !