Midden in de nacht gaat de wekker, om precies te zijn 3:45 uur. De laatste keer inventariseren in de Emmericher Ward. Met een dubbel gevoel sta ik op, aan de ene kant heb ik veel zin om – het is het laatste bezoek – nog een keer te gaan inventariseren, wie weet waar ik tegenaan loop. Aan de andere kant is het echt heel erg vroeg. En dat nu al voor de tweede keer deze week, afgelopen donderdag stond de wekker nog vroeger vanwege het vogels ringen op de Hoge Veluwe. Toch kost het me niet heel veel moeite mezelf uit het bed te krijgen. Alles gaat ’s morgens vroeg op de automatische piloot: koffie maken, muesli naar binnen slobberen en alle noodzakelijke spullen bij elkaar zoeken (gelukkig ligt het grootste deel al klaar). Binnen een half uur zit ik in de auto en ben op weg.
Het is zo tegen vijf uur als ik in mijn waadbroek me door bijna twee meter hoge vegetatie probeer te worstelen. Brandnetels en al die andere meuk valt nog wel mee, daar kan je tussendoor lopen. Het zijn de kleine Bramen scheuten die je nekken, deze groeien laag bij de grond, die zie je niet en daar blijf je achter hangen. Helemaal idioot kan je er van worden. Ik worstel verder en verder. Gelukkig heb ik een hark (de Kartier-hark noem ik 'm) meegenomen, daarmee kan ik de planten makkelijker aan de kant duwen. Verder heb ik dikke werkhandschoenen aangedaan, maakt het ook allemaal iets praktischer. Dodelijk vermoeiend is het, en dat om zes uur in de ochtend. Er zingt overigens niet veel, het is bewolkt en zo nu en dan regent het een beetje. Niet het weer voor een mooi voorjaarsconcert van allemaal vrolijke vogeltjes! Daarbij is het bijna half juni, vele gevederde vrienden zingen niet meer en hebben het te druk met het voeden van de kindertjes. Grasmussen, een paar Bosrietzangers en een enkele Fitis, daar blijft het bij.
Als ik bij de plas aankom worstel ik mezelf uit de meuk en loop ik naar de oever. Het is heerlijk weer normaal te kunnen lopen, wat een bevrijding! Terwijl ik nog een beetje in de begroeing sta scan ik de plas. Mijn eerste indruk is dat er niet veel zit, wat Bergeenden, een paar Wilde Eenden en Blauwe Reigers. Ik loop langs de oever en zie dan in de verte allemaal Blauwe Reigers opvliegen. Terwijl ik die sta te bekijken valt me een donkere reiger op: Puperreiger!! Een goede kandidaat voor ‘de soort van de dag’ is voor zeven uur al binnen… De vogel draait voor me langs en verdwijnt over de wilgen en is weg. ‘Niet slecht, een nieuwe Duitsland soort voor mij’ bedenk ik me. Purperreiger is in Duitsland niet makkelijk te doen, het is een zeer lokale broedvogel in het zuiden van Duitsland, dus een groot deel van de Duitse vogelaars zijn afhankelijk van doortrekkende vogels die ergens wat langer blijven hangen.
Even een intermezzo. Denk nu niet dat ik een Duitse lijst heb en denk zeker niet dat ik me daar fanatiek mee bezig hou. Ergens in mijn achterhoofd weet ik ongeveer wat ik in dit land gezien heb en wat niet. Maar ik heb geen idee hoeveel soorten ik heb gezien en ben al helemaal niet fanatiek bezig met wat voor Duitse lijst dan ook. Daarvoor heb ik toch te weinig binding met dit land.
Maar goed, Puperreiger dus. Vergelijk het maar met Koereiger in Nederland, dan heb je een idee. Ik loop verder en plotseling vliegt vlak voor me de Zwarte Wouw tussen de wilgen door de plas op. Ik had dit al een beetje verwacht en kijk of ik een nest of zoiets kan vinden. Ik zoek en plotseling zie ik in een populier, op een meter of 15, een nest. Het is niet al te groot en het is voor een deel bekleed met vuilnis (plastic enzo). Een nest van Zwarte Wouw is niet al te groot en vaak bekleed met vuilnis. Dit moet het nest zijn. Ik probeer te kijken of ik de partner op het nest zie zitten. Maar het ziet er leeg uit, ook zie ik geen jongen. De opgevlogen Wouw draait ondertussen zijn rondjes niet ver bij me vandaan. Ik besluit niet te lang te blijven rondhangen en verder te lopen, ik wil verder niets verstoren.
De rest van de ronde is niet spectaculair; het is winderig en zo nu en dan valt er regen. Drie Ooievaars en en Havik met een dikke krop zijn nog de leukste dingen die ik tegenkom. De Slechtvalk zit op zijn vaste stek bovenin de hoogspanningsmast en voor de rest is het stil, je zou het bijna saai kunnen noemen.
Om een uur of half tien ben ik klaar en loop ik terug naar de auto. Ik constateer dat ik het nest vanuit de verte goed kan bekijken en besluit nog een keer terug te gaan als het mooi weer is. Scoop mee en dan met een bak koffie het nest een tijd in de gaten houden. Gewoon voor de leuk maar ook om te kijken of het echt gebruikt wordt (of niet).
Nog heel kort over Kwartels. Volgens mij is het hier een goed Kwartel-jaar. De afgelopen week nog een paar keer op stap geweest, met overal wel roepende vogels. Geen aantallen als in de vorige post maar dat was misschien ook wel een uitzondering omdat het weer die avond zo goed was. De afgelopen week was het bijna elke avond niet heel erg warm en stond er veel wind. Hopelijk gaat deze week eindelijk die ellendige wind eens liggen en kan ik nog een keer een goede ronde maken.
Foto’s van vandaag komen later, ga nu eerst even de ogen sluiten.