zondag 19 juni 2011

Ein großer Wachtel-Berg!

Het is vrijdagavond zo tegen een uur of zes als ik naar buiten stap. Ik ga op het terras op de grond zitten om mijn schoenen aan te doen en op hetzelfde moment beginnen de druppels om me heen neer te vallen. Regen! ‘Dit kan toch niet waar zijn’, denk ik. Moedeloos laat ik mijn hoofd hangen. De hele godganse dag is het droog en schijnt zelfs de zon, en op het moment dat ik naar buiten wil, regen. Een beetje boos zit ik een tijdje op de grond terwijl het licht regent. Had de buienradar het dan toch mis? De lucht ziet er donker uit, maar ook niet heel erg donker. Ik besluit gewoon op stap te gaan, ik heb geen zin me door een beetje water te laten tegenhouden. Ik wil nog een keer twee van de gebiedjes die ik help inventariseren bezoeken. Kijken of ergens nog Kieviten met jongen te vinden zijn.

Ik stap dus op de fiets en fiets met goede moed de wijde Düffel in. Echt hele spectaculaire dingen verwacht ik niet tegen te komen, maar maakt dat wat uit? Het is al heerlijk er even uit te zijn, te genieten van de rust en de waanzinnig mooie luchten. De regen druppelt ondertussen rustig verder, maar echt nat worden doe ik niet. Ik fiets naar het eerste kartiergebied, dat net ten zuiden van Mehr ligt. Hoewel er op vogelgebied niet zo heel erg veel te beleven valt vermaak ik me prima. Het blijkt namelijk een prima avond te zijn voor Kwartels. Terwijl ik mijn route fiets hoor ik de ene na de andere vogel roepen. Ik zet ze allemaal keurig op mijn kaart, hoewel dat niet altijd meevalt. Het is lastig te bepalen waarvandaan de vogels precies roepen. Maar ik doe mijn uiterste best en kom veel vogels tegen. Aan het einde van de avond blijk ik zo rond de 20 roepende vogels te hebben ingetekend. Het moet een topje van een enorme Kwartel-berg zijn. Als de regen een beetje te heftig aan het worden is en ik op een gegeven moment ergens sta te schuilen, hoor ik eerst geen vogel, en dan na een minuut of vijf ineens drie roepen. Ik denk dat in elk veld wel een Kwartel zijn of haar ding zit te doen, dat kan bijna niet anders.

Voor de rest kom ik niet veel bijzonders tegen, totdat ik bij een groot veld met koolzaad kom. Hier blijkt dat een enorme groep Kneuen, Groenlingen en Putters zich goed zit te doen aan het zaad. De vogels tellen blijkt bijna onmogelijk, ze zitten gewoon overal. Ik kom in ieder geval uit op zo’n 75 Groenlingen en evenveel Kneuen en Putters en dat zal zeker een minimum schatting zijn. Grappig en leuk om in de gaten te blijven houden.

maandag 13 juni 2011

Purpurreiher

Midden in de nacht gaat de wekker, om precies te zijn 3:45 uur. De laatste keer inventariseren in de Emmericher Ward. Met een dubbel gevoel sta ik op, aan de ene kant heb ik veel zin om – het is het laatste bezoek – nog een keer te gaan inventariseren, wie weet waar ik tegenaan loop. Aan de andere kant is het echt heel erg vroeg. En dat nu al voor de tweede keer deze week, afgelopen donderdag stond de wekker nog vroeger vanwege het vogels ringen op de Hoge Veluwe. Toch kost het me niet heel veel moeite mezelf uit het bed te krijgen. Alles gaat ’s morgens vroeg op de automatische piloot: koffie maken, muesli naar binnen slobberen en alle noodzakelijke spullen bij elkaar zoeken (gelukkig ligt het grootste deel al klaar). Binnen een half uur zit ik in de auto en ben op weg.

Het is zo tegen vijf uur als ik in mijn waadbroek me door bijna twee meter hoge vegetatie probeer te worstelen. Brandnetels en al die andere meuk valt nog wel mee, daar kan je tussendoor lopen. Het zijn de kleine Bramen scheuten die je nekken, deze groeien laag bij de grond, die zie je niet en daar blijf je achter hangen. Helemaal idioot kan je er van worden. Ik worstel verder en verder. Gelukkig heb ik een hark (de Kartier-hark noem ik 'm) meegenomen, daarmee kan ik de planten makkelijker aan de kant duwen. Verder heb ik dikke werkhandschoenen aangedaan, maakt het ook allemaal iets praktischer. Dodelijk vermoeiend is het, en dat om zes uur in de ochtend. Er zingt overigens niet veel, het is bewolkt en zo nu en dan regent het een beetje. Niet het weer voor een mooi voorjaarsconcert van allemaal vrolijke vogeltjes! Daarbij is het bijna half juni, vele gevederde vrienden zingen niet meer en hebben het te druk met het voeden van de kindertjes. Grasmussen, een paar Bosrietzangers en een enkele Fitis, daar blijft het bij.

Als ik bij de plas aankom worstel ik mezelf uit de meuk en loop ik naar de oever. Het is heerlijk weer normaal te kunnen lopen, wat een bevrijding! Terwijl ik nog een beetje in de begroeing sta scan ik de plas. Mijn eerste indruk is dat er niet veel zit, wat Bergeenden, een paar Wilde Eenden en Blauwe Reigers. Ik loop langs de oever en zie dan in de verte allemaal Blauwe Reigers opvliegen. Terwijl ik die sta te bekijken valt me een donkere reiger op: Puperreiger!! Een goede kandidaat voor ‘de soort van de dag’ is voor zeven uur al binnen… De vogel draait voor me langs en verdwijnt over de wilgen en is weg. ‘Niet slecht, een nieuwe Duitsland soort voor mij’ bedenk ik me. Purperreiger is in Duitsland niet makkelijk te doen, het is een zeer lokale broedvogel in het zuiden van Duitsland, dus een groot deel van de Duitse vogelaars zijn afhankelijk van doortrekkende vogels die ergens wat langer blijven hangen.

Even een intermezzo. Denk nu niet dat ik een Duitse lijst heb en denk zeker niet dat ik me daar fanatiek mee bezig hou. Ergens in mijn achterhoofd weet ik ongeveer wat ik in dit land gezien heb en wat niet. Maar ik heb geen idee hoeveel soorten ik heb gezien en ben al helemaal niet fanatiek bezig met wat voor Duitse lijst dan ook. Daarvoor heb ik toch te weinig binding met dit land.

Maar goed, Puperreiger dus. Vergelijk het maar met Koereiger in Nederland, dan heb je een idee. Ik loop verder en plotseling vliegt vlak voor me de Zwarte Wouw tussen de wilgen door de plas op. Ik had dit al een beetje verwacht en kijk of ik een nest of zoiets kan vinden. Ik zoek en plotseling zie ik in een populier, op een meter of 15, een nest. Het is niet al te groot en het is voor een deel bekleed met vuilnis (plastic enzo). Een nest van Zwarte Wouw is niet al te groot en vaak bekleed met vuilnis. Dit moet het nest zijn. Ik probeer te kijken of ik de partner op het nest zie zitten. Maar het ziet er leeg uit, ook zie ik geen jongen. De opgevlogen Wouw draait ondertussen zijn rondjes niet ver bij me vandaan. Ik besluit niet te lang te blijven rondhangen en verder te lopen, ik wil verder niets verstoren.

De rest van de ronde is niet spectaculair; het is winderig en zo nu en dan valt er regen. Drie Ooievaars en en Havik met een dikke krop zijn nog de leukste dingen die ik tegenkom. De Slechtvalk zit op zijn vaste stek bovenin de hoogspanningsmast en voor de rest is het stil, je zou het bijna saai kunnen noemen.

Om een uur of half tien ben ik klaar en loop ik terug naar de auto. Ik constateer dat ik het nest vanuit de verte goed kan bekijken en besluit nog een keer terug te gaan als het mooi weer is. Scoop mee en dan met een bak koffie het nest een tijd in de gaten houden. Gewoon voor de leuk maar ook om te kijken of het echt gebruikt wordt (of niet).

Nog heel kort over Kwartels. Volgens mij is het hier een goed Kwartel-jaar. De afgelopen week nog een paar keer op stap geweest, met overal wel roepende vogels. Geen aantallen als in de vorige post maar dat was misschien ook wel een uitzondering omdat het weer die avond zo goed was. De afgelopen week was het bijna elke avond niet heel erg warm en stond er veel wind. Hopelijk gaat deze week eindelijk die ellendige wind eens liggen en kan ik nog een keer een goede ronde maken.

Foto’s van vandaag komen later, ga nu eerst even de ogen sluiten.

maandag 6 juni 2011

Wachtel - Wachtelkönig 15 - 0

Zondagavond is het windstil en is de temperatuur nog zo rond de 20 graden. Een perfecte avond om rond Zyfflich een rondje te fietsen. Omdat ik wil kijken of ik Kwartelkoningen kan vinden stap ik zo rond half 11 op de fiets. De Klangentrappe (mp3 speler) gaat mee.

Ik ben nog maar net het dorp uitgefietst of ik hoor al een Kwartel roepen. Dit gaat zo de hele fietstocht verder. Het lijkt wel alsof in elk weiland waar nog gras staat (een deel van de weilanden zijn nog akelig kaal omdat ze de afgelopen tijd gemaaid zijn) een Kwartel zit te roepen. Ik hoef maar een kwartiertje te fietsen om minimaal 15 vogels te tellen. Leuk is dat. Ik zal deze week op een mooie avond eens iets verder fietsen en dan eens kijken hoeveel vogels ik tegen kom.

Kwartelkoningen hoef ik niet te tellen, die zijn er niet of houden zich stil. Op elke geschikte plek speel ik het geluid af maar het blijft - op Kwartels na - stil. Jammer is dat. Ik zal deze week op een mooie avond eens iets verder fietsen en dan eens kijken of ik dan ergens het crex-crex zal horen.

zondag 5 juni 2011

Kartieren macht Spass!

Zaterdag 4 juni, 03:45 uur. De wekker loopt af (of eigenlijk loopt mijn mobiel af) en met een hele diepe zucht probeer ik mezelf uit bed te krijgen. Ook dit jaar help ik weer bij het inventariseren van een aantal gebieden in de omgeving en dat is de reden waarom mijn telefoon op zo’n onzalig tijdstip staat. Vandaag is een mooi buitendijks gebied, direct aan de Rijn bij Emmerich gelegen, aan de beurt.

Het is precies 4 uur als ik de tuindeur openmaak en even de tuin in loop. In het oosten is het al een beetje licht aan het worden. In Estland noemt men de nachten rond de kortste nacht ‘witte nachten’, en ik bedenk me dat dit ook wel hier van toepassing is. Er klinkt een oorverdovend koor van Merels en Zanglijsters. Leuk is de Gekraagde Roodstaart die hier tussen door zit te zingen. Niet heel erg luid maar wel onmiskenbaar. Ik ga weer naar binnen, maak koffie en zoek mijn spullen bij elkaar. Bij die spullen hoort vandaag ook een waadbroek. In het gebied (dat de Emmericher Ward heet) zijn maar twee of drie kleine paden. Je loopt dus voor een deel dwars door de meuk en die meuk bestaan uit enorme brandnetelvelden. Niet dat het gebied nu alleen uit brandnetelvelden bestaat maar zo nu en dan moet je er dwars doorheen. En om in een normale broek door bijna 180 centimeters hoge brandnetels te lopen, dat gaat gewoon niet. En dat is dan nog maar een deel van het gevaar. Het andere deel komt door de stieren. De Ward bestaat deels uit extensief beheerde weilanden. Extensief, maar wel met koeien en dus ook stieren. Nu zijn Hollandse stieren al geen pretje… maar wat te denken van Duitse…

Goed, genoeg over al die gevaren. Terug naar de vogels. Het eerste gedeelte van de vroege morgen verloopt ontspannen. De stieren weet ik te ontwijken door mijn route zo te lopen dat ik niet door de weilanden die ze onveilig maken heen hoef. Qua vogels is het onderhoudend, veel Geelgorzen, Roodborsttapuiten, Grasmussen en Bosrietzangers. Op diverse plekken zitten in ruige overhoekjes Sprinkhaanzangers te zingen.

Na het weilandse deel loop ik door naar de oever van de Rijn. Het water staat heel erg laag, lager dan ik ooit heb meegemaakt. Direct aan de Rijn ligt een kleine plas met hier omheen de genoemde brandnetels. Tevens staan hier veel wilgen en is er een soort ooibos. Als ik bijna bij de plas ben zie ik een Ooievaar staan. En nog één en dan nog één. Dat gaat zo door tot ik in totaal 19 Ooievaars tel. De plas is door de droogte voor een belangrijk deel drooggevallen en op een kiezelbank staan al die Ooievaars bij elkaar. Ze trekken zich van mijn gegluur weinig aan en blijven rustig staan. Ik had in het gebied al eens eerder overvliegende Ooievaars gehad (niet ver hier vandaan is een broedpaar) maar 19 vogels… daar kijk ik toch wel even van op. Ik laat de vogels maar rustig staan en pas als ik een heel eind verder ben zie ik een paar Ooievaars langs me vliegen. Blijkbaar zijn ze opgevlogen (misschien geschrokken van iets?). Niet alle vogels blijven bij elkaar, een deel vliegt stroomafwaarts en een deel stroomopwaarts.



Tijdens het bekijken van de Ooievaars had ik een andere leuke soort ook al weer gezien. In het gebied verblijven al het hele voorjaar twee Zwarte Wouwen. Of ze er nu echt broeden of alleen maar blijven om te overzomeren is me nog steeds niet duidelijk. Echte indicaties dat ze broeden heb ik nog niet gezien. Ik heb geen nest gezien (hoewel de vogels wel de hele tijd in hetzelfde deel van het plasje rondhangen). Ook heb ik geen nestbouw, balts of het aanslepen van prooi gezien. Maar hoe dan ook, het blijft leuk! Ook de Slechtvalk die altijd bovenin de loeihoge hoogspanningsmast zit, zit weer op z’n vaste plek. In het meest westelijke deel van het gebied hoor ik dan nog twee Wielewalen roepen. Ook leuk, die komen hier maar weinig voor!


Na heel veel geploeter door die immense velden met brandnetels ben ik zo tegen 10 uur bijna klaar. Ik zit aan de rand van de plas in mijn vieze waadbroek die van binnen nat is van het zweet. Het is warm en ik ben moe. Een Zwarte Wouw draait loom zijn of haar rondjes boven de plas. Ik drink mijn koffie en geniet met volle teugen als plotseling een roofvogel boven de andere kant van de plas verschijnt. De vogel vliegt recht op me af en al vanaf het eerste begin is het duidelijk, dit is geen Buizerd maar een Wespendief. En zo vliegt er dan als een mooie bonus een adulte Wespendief vlak over me heen.

Moe, plakkerig van het zweet en met jeukende hooikoorts-ogen rij ik een half uurtje later naar huis. Heerlijk is dat, zo veel te vroeg opstaan!