donderdag 13 december 2012

Amsel ??

Vrijdagmorgen om een uur of acht doe ik onze rolluiken (het is en blijf Duitsland ;-) ) omhoog. Wat ik al verwachte is waarheid geworden: de hele wereld is wit. En is nog steeds witter aan het worden, het sneeuwt nog steeds. Ik maak snel koffie en ga dan voorzichtig de witte wereld in. Sinds een paar dagen heb ik het vogel-voeder-huis weer buiten gezet, en ik moet het ontbijt klaarzetten voor mijn gevederde vrienden.  Ik snij een paar appels in stukken (voor de Merels), ik strooi een mix van verschillende zaden op wat plekken die ik sneeuwvrij heb gemaakt (voor de mussen en Vinken) en hang nog wat vetbollen op (voor de mezen). De vogels zitten ongeduldig in de heg te wachten, en ik ben nog maar net binnen of ze storten zich letterlijk op al die heerlijkheden die er voor hen liggen en hangen.

De hele dag valt de sneeuw en de hele dag is de voederplek op het terras heel druk bezocht. Vanwege de sneeuw ben ik niet gaan werken en ik heb de tijd de hele dag van de vogels te genieten. Na enige tijd valt me dan een vrouw Merel op. De vogel is duidelijk groter dan de andere Merels, staat veel rechterop (als een Kramsvogel), heeft een forse snavel en iets lichte onderdelen. Ik kijk er naar en concludeer ‘vrouw Merel’. De vogel verdwijnt af en toe maar komt toch steeds weer terug. En elke keer valt deze Merel weer op. De vogel valt zelfs zoveel op dat ik het boek Thrushes van Clement erbij pak. En dat ik de Bijbel van Nils erbij pak. Is het dan heel misschien toch niet een …, of een …. ? Maar helaas, het is en blijft een vrouw Merel… maar dan – in mijn ogen - toch wel een beetje vreemde… Hier een paar foto’s van de vogel…


 
Zaterdag is een sublieme dag, een dik pak sneeuw, blauwe lucht en koud. Het ultieme winterweer. Een lange wandeling om Zyfflich is wonderschoon en levert zowaar 2 man en 2 vrouw Goudvink op. Pas de tweede keer dat ik die hier mag bewonderen.
Zondagmorgen gaat om acht uur ’s morgens de bel: een camera-ploeg van de Duitse tv staat op de stoep. Voor een programma (dat over de schoonheid van de winter gaat) willen ze opnames maken van ganzen in de sneeuw. En zo staan Nicole en ik even later, in een ijskoude wind, met natte sneeuw en onder donkere wolken bij een akker met daarop een enorme groep van enige duizenden ganzen. Het filmen is leuk (ik ga altijd graag en met veel plezier op de film/tv – en heb dat ondertussen voor mijn werk al regelmatig gedaan) en het camerateam is meer dan tevreden. Mijn Duits is charmant, ik ben spontaan en mezelf en dus gedraag ik me voorbeeldig. Op Nieuwjaarsdag komt de uitzending (om 18:10 uur) op de tv, in heel Duitsland. Dat is dan wel een debuut….


woensdag 5 december 2012

Ungarn II

Een hele week Hongarije, en dat om ganzen te vangen. Kolganzen, die zenders moeten krijgen zodat we ze kunnen volgen. Het is namelijk helemaal nog niet duidelijk waar de Kolganzen die in voor- en najaar in Hongarije pleisteren hun broedgebieden hebben. En ook niet waar ze hun ‘stopover sites’ hebben. Kolganzen komen vanaf begin november aan in Hongarije, maar het is niet duidelijk waar ze daarvoor uithangen.  Misschien in de Oekraïne, of in Kazachstan? Het is niet bekend. Ook is niet precies bekend waar ze in de winter (tweede helft december t/m half februari) zitten. In ieder geval niet in Hongarije, maar waar dan wel? Om daar achter te kunnen komen hebben we dus een aantal zenders waarmee we een aantal sterke mannelijke Kollen mee uit willen rusten.  Met deze satelliet zenders kunnen we de vogels gaan volgen en zo antwoord krijgen op onze vragen.

Over het vangen van de vogels straks meer, eerst iets over al die andere leuke soorten die ik tegenkwam. Ik had al eens op het internet rondgekeken maar kon weinig vinden over wat ik aan vogels zou kunnen tegenkomen eind november / begin december. Dus een beetje op de bonnefooi naar Hongarije (qua vogels dan). En wat ik tegenkwam viel helemaal niets tegen. Natuurlijk is het in het voorjaar en zomer beter voor vogels en misschien ook wel leuker. Maar ik heb me meer dan vermaakt.

Eerst even een kaart van Hongarije, wij zaten dus aan de westkant van het land en dan aan de zuidkant van het Balatonmeer. Hier zitten in het najaar heel veel Kolganzen en daar wilden wij een paar handenvol van vangen. Hier opsomming maken van de highlights tijdens deze trip:

1. Keizerarend. Ik kwam al snel achter dat adulte vogels in Hongarije overwinteren. Maar of ik ze dan ook echt zou tegenkomen, dat had ik niet verwacht. Op de eerste dag in Hongarije waren we ten zuiden van het Balatonmeer op zoek naar geschikte plekken om ganzen te vangen.  Via een ongelooflijke modderige pad kwamen we met onze 4wheel-drive uit op een plek waar zeker 20.000 Kolganzen op akkers zaten. Plotseling was er totale paniek en vlogen er twee adulte Keizerarenden voor onze neuzen langs. Onze Hongaarse gids (die onderzoek doet aan deze arenden) reageerde laconiek, voor hem was dit geen verrassing. Maar voor mij wel, en deze twee lifers gaven een geweldige show weg. Het feest werd compleet toen er op deze plek ook nog Blauwe en Bruine  Kieken, Slechtvalken en een Sakervalk bleek rond te vliegen. Deze laatste valk werd kort, maar overtuigend gezien.



Twee dagen later, toen we op deze plek ganzen probeerden te vangen, waren de twee arenden nog steeds aanwezig. Een van de vogels zat toen lange tijd in een hoge den, niet heel erg ver weg en liet zich goed bekijken.

2. Dwerggans. Elke dag komen langs de zuidoever van het Balatonmeer vele duizenden ganzen drinken, rusten en poetsen. Deze vogels komen in grote groepen aanvliegen en vallen dan spectaculair van grote hoogte in op het meer.  Terwijl ik zo’n groep aan het bekijken was zag ik plotseling een Dwerggans zwemmen. Heel erg leuk, temeer omdat dit een vogel moet zijn die van de Russische broedgebieden afkomstig is, een echte dus! Ook zat hier op de laatste dag dat wij in Hongarije waren een Brandgans, daar een zeldzame soort.



3. Reuzenzwartkopmeeuw. Dit was misschien wel de allergrootste verrassing. Van onze gids begreep ik dat sinds september een 1e winter RZKmeeuw op het Balatonmeer aanwezig is. De vogel werd regelmatig gezien op een plek hemelsbreed 10 km van de plek waar wij ganzen probeerden te vangen. Tijdens een eerste bezoek aan deze plek werd de vogel niet gezien (wel een Grote Mantelmeeuw en een Zilvermeeuw, ook zeldzaam hier), maar twee dagen later kwam het goed. Tussen de vele Pontische Meeuwen zat een heuse Reuzenzwartkopmeeuw op een zandplaat. Helaas werkte de vogel niet mee, en vloog hij op voordat ik er een foto van had kunnen maken…




4. Grote Zee-eend. Opnieuw een leuke onverwachte soort. Tijdens het wachten op het moment dat ganzen onze vangsectie in zouden lopen scande ik regelmatig het meer af. Opeens vlogen er 7 zwarte eenden mijn beeld in. De vogels lieten zich mooi bekijken en het was al snel duidelijk: Grote Zee-eenden! Van onze gids leerde ik dat deze soort regelmatig op het meer aanwezig is, maar dat ze vaak midden op het meer zitten en daardoor moeilijk te zien te krijgen zijn. Ik had dus veel geluk!

5. Kleine Zwaan. Ook bleek er op het meer, vlakbij onze vangplek, een Kleine Zwaan te zitten. Deze vogel was hier al een week of twee aanwezig. Kleine Zwaan is in Hongarije ook een zeldzaamheid, eens in de 2-3 jaar worden er vogels gezien.

6. En Dwergaalscholver. Deze soort is enorm toegenomen en kom je dus overal tegen. Maar, ze blijven toch elke keer weer geweldig!

En dan het vangen, de reden waarom we naar Hongarije waren gekomen. We vangen de ganzen met kanon-netten, op exact dezelfde manier waarop wij al jaren Kleine Zwanen vangen. In het kort werkt het als volgt: een groot net (15 x 30 m) wordt door mortieren (met buskruit) over de vogels heen geschoten (zie onderste foto). De vogels moeten dus redelijk dicht bij het net staan. Het vergt veel geduld en kennis om dat laatste voor elkaar te krijgen. Je moet weten waar de vogels graag willen zitten en fourageren en daarop zien in te spelen. Het net lijkt zo groot, maar is zo klein als je bedenkt waar de ganzen allemaal wel niet kunnen gaan zitten. Kleine Zwanen kan je nog voorzichtig richting de plek waar je ze wil vangen drijven, bij ganzen is dat onmogelijk. Het is dus deels een kwestie van kennis en tactiek maar ook je hebt ook zeker een dosis nodig. 




Het is ons helaas niet gelukt ganzen te vangen, twee keer hadden we ganzen tot ongeveer 3 meter voor het net, en beide keren vlogen de vogels om onduidelijke redenen op. Maar we hebben nu een aantal goede vangplekken gevonden, veel geleerd en toestemming kunnen regelen om op deze plekken te mogen vangen. Deze trip was dus een zeer goede investering. In februari gaan we terug naar Hongarije en dan vangen we heel eenvoudig onze Kollen !

maandag 26 november 2012

Ungarn I

Vandaag de 26e november ga ik een week weg. Een week Hongarije, proberen Kolganzen te vangen. Deze ganzen krijgen dan satelietzenders. Allemaal reuze spannend, gaat het allemaal lukken?

En wat krijg ik daar verder aan moois te zien? Veel ganzen denk ik, maar wat nog meer? Als ik internetverbinding heb zal ik mijn uiterste best doen en iets op mijn blog zetten. Als dat niet lukt (of ik heb simpelweg geen tijd), de 3e december ben ik weer hier. Dan laat ik zeker iets van me horen!

zaterdag 10 november 2012

Stock-Äpfel

Het is vrijdagmiddag als ik de tuin instap. Terwijl ik naar achter loop hoor ik plotseling een bekend roepje: Pestvogels! Ik zie eerst een vogel over de tuin vliegen en daarna al snel nog drie vogels. Vier vogels zijn uit de berk opgevlogen en vliegen weg in westelijke richting. 'Wow' denk ik, 'dit is gaaf, voor de tweede keer Pestvogels in de tuin!' De eerst keer was op 31 oktober 2010, dus ongeveer twee jaar geleden. Toen zaten drie vogels heel kort in de tuin.

Ik zoek mijn vogelspullen bij elkaar en fietst het dorp in. Ik ben nog maar net de oprit uit, of ik zie Pestvogels vliegen, vier vogels vliegen roepend over. Ik fiets er hard achteraan en de vogels gaan voor de kerk in een boom zitten. Ik pak direct mijn camera en het lukt me van een vogel een slechte foto te maken. Daarna vliegen de vogels al roepend weg in westelijke richting. Ik fiets dus weer terug naar ons huis en zie de vogels in de tuin zitten. Als ik de tuin inloop zijn de vogels al weer verdwenen. Ik fiets het dorp door maar zie de Pestvogels niet meer...



Wat ik wel zie... als ik een rondje om de kerk fiets hoor ik plotseling een roepje dat wel iets op de roep van een Pestvogel lijkt, Ik stop en kijk om me heen. Ik zie geen Pestvogel, maar zie wel een Boomkruiper in een grote eik zitten. Ik kijk direct en zie dat de vogel spierwit van onderen is. Regelmatig klinkt de srie-srie roep. Ook lijkt de vogel wel iets groter dan een gewone Boomkruiper. Ik probeer nog meer kenmerken te zien, maar dan komt er een auto aan. Ik sta met mijn fiets midden op de weg en moet aan de kant. Terwijl ik met veel gedoe aan de kant probeer te gaan vliegt de Boomkruiper de boom uit en verdwijnt in boom die nog vol in het blad staat. Ik zie niets en probeer de vogel te zoeken. Ik zoek een hele tijd, maar ik zie en hoor helemaal niets meer. Misschien toch doorgevlogen?

Ik baal ervan, dit was een hele goede kandidaat Kortsnavelboomkruiper... Maar ik heb echt te weinig aan de vogel gezien, hier kan ik niets mee.Ik moet het maar in de gaten blijven houden, hopelijk kom ik deze vogel nog een keer tegen, en dan natuurlijk het liefst in de tuin!

Omdat ik natuurlijk heel graag nog een Pestvogels in de tuin wil hebben, (en dan direct ook beter fotografeerbaar dan tot nu toe), timmer ik op zaterdagmorgen een heuse Apelstok in elkaar (de kerstboom moet dit jaar maar ergens anders mee neergezet worden...). Speciaal voor de Pestvogels, die zich echter de hele zaterdag niet meer laten zien... Maar we blijven goede hoop houden, het zou mij verbazen als er deze winter niet nog een keer Pestvogels in onze tuin opduiken!



donderdag 25 oktober 2012

Zug !

Het is vrijdagmorgen net voor acht uur. Gespannen open ik de tuindeuren en kijk naar de – nog een beetje donkere – hemel. Direct is het duidelijk dat het goed is, het vliegt! Ik hang mijn verrekijker om, ga in de tuinstoel zitten en pak mijn koffie. Ik kan direct beginnen met noteren, de een na de andere groep Leeuweriken, Vinken, Houtduiven en lijsters vliegen over.
 
En zo zit ik op het terras en geniet van alles wat overvliegt. Driftig noteer ik alles in mijn boekje, ondertussen hopend op leuke, spannende soorten.  En dat lukt al vrij vlot. Opeens zie ik in de verte een kleine vogel in golvende vlucht aan komen vliegen. De vogel vliegt over me heen en gaat in de berk in de voortuin van de buren zitten: Kleine Bonte Specht. Nieuw op de tuinlijst!

Even later in de ochtend zie ik nog drie Kieviten vliegen met daarbij een andere steltloper: Goudplevier. Ook al een nieuwe op de tuinlijst! ’s Morgens vliegt het strak door, de hele tijd komen er trekkende groepjes over. Alles vliegt in zuid-westelijke richting. In de loop van de middag kakt het allemaal een beetje in, maar toch vliegt het nog steeds goed. Wat niet goed vliegt zijn roofvogels.  Ik zie in totaal een stuk of zes Sperwers, maar daar blijft het dan ook bij. Ik zie geen enkele Buizerd. En dat terwijl bij de Elterberg veel worden gezien. Blijkbaar nemen die toch een net andere route en komen die niet over Zyfflich.

De hele dag noteer ik alle groepjes en losse vogels en als ik ’s avonds alles optel heb ik een – voor Zifflichiaanse begrippen – indrukwekkende lijst. Bijna 1500 Vinken en Houtduiven vlogen over. Ik heb in totaal 665 Veldleeuweriken opgeschreven en daarnaast nog leuke soorten als Sijs, Barmsijs spec, Kepen en een handvol Witte Kwikken.  Ook komen er steeds Pimpel- en Koolmezen door de tuin heen.

Een dag later zit ik weer in de tuin. En weer vliegt het goed, wel iets minder dan de vrijdag, maar dat mag de pret niet drukken. Als ik nog maar net buiten zit, zo rond acht uur, vliegt de eerste leuke soort al over: Beflijster! Even later vliegt er de eerste nieuwe tuinsoort van de dag over: Grote Gele Kwik. Daar zat ik al heel erg lang op te wachten. Maar waar ik nog veel langer op zat te wachten (en eigenlijk een grote schaamsoort is), zijn de twee Grote Zilverreigers die later in de morgen overvliegen. Overal om Zyfflich heen zie ik deze soort, maar ik zag ze nog nooit vanuit de tuin. Gelukkig is dat nu anders, een hele zorg minder!

Het vliegt op deze zaterdag dus wel iets minder. Ook is het soortenspectrum anders dan vrijdag. Zo zie ik bijvoorbeeld geen groepen Houtduiven meer, en tel ik nu veel meer Zanglijsters dan Koperwieken.  Pimpel- en Koolmezen zijn er nog steeds, maar vandaag zijn er ook weer Zwarte Mezen. En er zit kort een Goudhaan in de beroemde den. Al deze soorten blijven niet lang in de tuin, alles vliegt snel door naar het westen. Met roofvogels is het weer heel matig, in totaal vliegen er 6 Sperwers over, maar weer geen enkele Buizerd.

Op zondag is het dan armoede troef. Er vliegt bijna niets meer, de stroom vogels lijkt wel helemaal opgedroogd. Het blijft lang mistig n een enkele keer komen er nog een paar Vinken over, maar daar blijft het dan ook bij. Helemaal aan het einde van de middag, als het eindelijk helderder is geworden vliegen er Buizerden over. Tien vogels vliegen in korte tijd over richting zuid. Een beetje met pijn in het hart sta ik daar naar te kijken, wat jammer dat het niet de hele dag helder is geweest. Wie weet wat ik dan allemaal over had zien komen…

donderdag 4 oktober 2012

Die Kiefer


Het is een probleem, er is te veel vogelnieuws en veel te weinig tijd. Tijd die hard nodig is om alles op te schrijven wat ik allemaal buiten mee maak.
Daarom beperk ik me noodgedwongen maar even tot het – in mijn ogen dan – belangrijkste vogelnieuws: Zwarte Mezen. De grote Den die in de tuin van de buren staat blijft nog steeds Zwarte Mezen aantrekken. Ze komen op deze boom af alsof hier een mezen-magneet in zit. Regelmatig hoor ik ze roepen en ik probeer zo goed mogelijk bij te houden hoeveel vogels langskomen. Dat is niet altijd eenvoudig, het lukt me niet altijd om buiten naast de Den te gaan zitten. Maar afgelopen maandag zat ik noodgedwongen een dag thuis. Vanuit de openslaande deuren naar het terras kon ik de hele dag de Den in de gaten houden.

En dat leverde best iets op. In totaal 66 vogels zaten korte of langere tijd in de Den. Ik zal zeker vogels gemist hebben, het lukte me niet de hele dag van zonsopgang tot zonsondergang deze boom in de gaten te houden. Maar voor een heel groot deel van de dag lukte dat wel en het bleek dat er nog met de regelmaat van de klok kleine groepjes Zwarte Mezen doortrekken. Dat ze echt doortrekken blijkt wel uit het feit dat ik vanuit het noord-oosten een groepje kleinere vogels zag aan komen vliegen. Het groepje vloog best hoog en viel toen als kleine kogeltjes letterlijk in de Den. Zo zit er niets, en zo zitten er ineens zes vogels luid te roepen. Alle vogels blijven in het algemeen niet langer dan een paar minuten en vliegen dan weer verder naar het westen.

Ik heb het idee dat er op deze manier, bijna onopgemerkt, heel veel Zwarte Mezen Nederland inschuiven. Ik ga het in de gaten blijven houden en jullie weer spoedig op de hoogte brengen als er nieuws is!

donderdag 20 september 2012

Greifvögel

Het is zaterdag 15 september als ik besluit nog even snel een rondje om Zyfflich te gaan doen. De hele morgen was ik in de tuin bezig en dat leverde al redelijk wat overvliegende Buizerds op. Aan het begin van de middag hou ik het dan niet meer uit, ik moet mijn kriebels achterna en even eruit. Wie weet wat er allemaal te vinden is...

En zo sta ik dan korte tijd later over de Kleyen uit te kijken. In eerste instantie lijkt dat niet veel op te leveren. Een paar Papen, een hele verre en onduidelijke Tapuit, wat Buizerds en Torenvalken en daarmee is de koek wel op. Ik 'werk' de Kleyen af zoals ik het altijd doe. Vanaf mijn vaste uitkijkpunt scoop ik eerst alle paaltjes en heggen af. Een paar keer en dat dan heel systematisch, elke paal, elke heg en vrijstaande boom bekijk ik nauwgezet. Daarna scoop ik de bomen en heggen die verder weg staan af. Dit doe ik ook een paar keer. Tussendoor kijk ik regelmatig met de verrekijker de horizon af. Wie weet vliegt er ver weg een Wouw of Visarend.

Zo sta ik voor de zoveelste keer de horizon af te turen als ik ineens een grote zware vogel zie vliegen. Direct gaan de alarmbellen rinkelen, dit is iets leuks! De vogel vliegt heel laag en verdwijnt regelmatig achter de bomen. Het duurt even voordat ik 'm met de scoop goed te zien krijg maar dan is het ook kinderlijk eenvoudig: Zeearend! De compleet bruine vogel vliegt laag en hard strak door naar het oosten. Ik probeer in te schatten waar de vogel zich ongeveer zou moeten bevinden maar dat valt nog niet mee. Het is zo moeilijk afstanden te schatten, zeker door de telescoop. Voor mijn gevoel ergens boven de grens, ten noorden van Niel, gaat de vogel cirkelen. Hij draait een paar rondjes en daarbij kan ik goed zien dat het een onvolwassen exemplaar is. Na een paar rondjes glijdt de vogel terug naar het westen en verdwijnt dan uit beeld.

Ik fiets even later opgetogen naar huis. Toch goed dat ik gegaan ben, en toch goed dat ik alles zo (misschien wel overdreven) nauwgezet afkijk. Als ik dat niet had gedaan had ik zeker deze Zeearend gemist. 's Avonds hou ik het internet in de gaten, zou de arend nog ergens anders gezien zijn? Dit is niet het geval, maar de volgende dag is dat heel anders. De vogel, blijkt 's avonds, is in totaal door vier verschillende vogelaars gezien! Vanuit de Bemmelse Polder is de vogel naar het westen gevlogen en het laatst bij de Oosterhoutse Waard gezien. Vanuit deze laatste plek is de vogel in zuidwestelijke richting weggevlogen en daarna niet meer gezien.

Een paar dagen later, woensdag 19 september bezoek ik weer de Kleyen. Het weer is fantastisch, dramatische luchten, felle regenbuien en daartussen door zon. Het is super-spannend buiten te zijn, overal kan ik het geluk tegenkomen, overal kunnen leuke vogels zitten. Dat zie je bijvoorbeeld aan de Ooijse Graaf, alle bijzondere ringvangsten daar geven aan hoe goed het hier eigenlijk wel niet is. Het is een kwestie van veel naar buiten gaan en scherp blijven.

de pot vogel-goud ligt ergens in de Kleyen...
Zo dus ook op deze woensdag, aan het einde van de middag. Tijdens een felle regenbui sta ik te schuilen als er plotseling een Slechtvalk op de akker blijkt te zitten. De adulte vogel zit redelijk ver weg, maar laat zich toch nog verrassend goed op de foto zetten. In de stromende regen, wat dan wel weer een bijzonder plaatje oplevert!






dinsdag 11 september 2012

Ruhe...

Even een kort verhaal over de Zwarte Mezen. Na de befaamde dag met al die Zwarte Mezen (zie vorige blog), is het eigenlijk een beetje stilgevallen. Een hele week werken en in het weekend de nodige verplichtingen zorgen ervoor dat ik weinig tijd heb gehad in de gaten te houden of er nog mezen doortrekken. Het kan niet anders dan dat ik vogels gemist heb. Zondagmorgen had ik even iets meer tijd, en toen zaten er toch weer 10+ Zwarte Mezen in de befaamde den...

Het komende weekend heb ik meer tijd, eens kijken wat ik dan allemaal ga meemaken. Voor de rest is het rustig in en rond Zyfflich. De eerste Paapjes en Tapuiten druppelen binnen, en maandagavond vloog de eerste overtrekkende Bruine Kiekendief van dit najaar langs het dorp. Nieuwsgierig hoe (en of) het verder gaat met de Zwarte Mezen, blijf dit blog in de gaten houden!

zondag 2 september 2012

Tannenmeisen und ... :-)

Nog even een update hoe het verder gegaan is met de Zwarte Mezen. Om ongeveer half vijf vielen nog een stuk of 10 vogels in. Deze verdwenen min of meer onopgemerkt, zodat ik ze niet goed heb kunnen tellen.

Toen we aan het begin van de avond, zo rond half zeven, buiten zaten te eten was het beeld een beetje chaotisch. Regelmatig zaten in de bekende den meer of minder Zwarte Mezen. Deze vlogen nu echter niet weg maar vlogen zo'n beetje in alle richtingen. Ik had de indruk dat de mezen nu niet meer doorvlogen maar meer in tuinen rondhingen. Een heel ander beeld dan eerder op deze dag en dat geeft volgens mij aan dat de eerdere Zwarte Mezen ook echt zijn weggevlogen.

Het grappige is dat ik tijdens het eten plotseling een nieuwe tuinsoort hoor roepen: Vuurgoudhaan! De vogel roept de hele tijd en is zo nu en dan zelfs aan het zingen. Helaas zit de vogel midden in de den (natuurlijk, waar anders?) en laat zich bijna niet bekijken. Ik loop de hele tijd heen en weer, maar pas na geruime tijd krijg ik de vogel in beeld. Al snel is duidelijk waarom de Vugo zich zo moeilijk laat vinden. De vogel is helemaal niet beweeglijk en zit de hele tijd midden in de den, dicht tegen de stam. Ik ben dolgelukkig met deze nieuwe tuinsoort, de 120e! Het lukt me, met veel geluk, een recordshot te maken. Veel stelt het niet voor, maar de vogel staat er in ieder geval een beetje herkenbaar op.

De Vuurgoudhaan werd in ieder geval een keer door een Tjiftjaf de den uitgepest maar keerde toch weer terug. Tot het donker zat de vogel nog regelmatig in de den te roepen, misschien overnacht de vogel hier wel. Of het opduiken van deze vogel nu iets te maken heeft met al die Zwarte Mezen? Het is wel heel verleidelijk te denken van wel...


Tannenmeisen...

De afgelopen week sprak ik met een collega van me over mijn blog. 'Zit je nu nooit verlegen om verhalen?', vroeg ze me. Ik vertelde haar dat dit nooit het geval is. Als ik ga vogelen, kom ik altijd iets leuks tegen, of er gebeurt iets speciaals. Een hele enkele keer is er niets om over te schrijven, en dat is zo uniek dat je daarover dan wel weer iets kan schrijven. 'De verhalen komen vanzelf naar me toe', vertelde ik haar. En dat is echt zo, ik doe niet mijn best iets te beleven of ga niet speciaal op stap om over iets te kunnen schrijven. Ik maak allemaal hele leuke dingen mee en het schrijven daarover gaan als vanzelf. Zonder erbij na te denken vloeien mijn gedachten op 'papier'. En, dat is misschien wel te merken aan de kwaliteit van mijn verhalen, maar dat terzijde...

Zo ook vandaag. Na mijn 43e rondje Zyfflich (twee maandelijkse telling van vijf minuten op 11 punten rondom Zyfflich) kom ik thuis. Ik check even waarneming.nl en lees een bijdrage over 13 Zwarte Mezen die in de buurt van Loosdrecht zijn gezien. De vogels werden in een boompje in een polder gezien en de waarnemer vroeg zich af of dit de voorbode van een influx zou kunnen zijn. Ik lees het en vergeet het eigenlijk direct weer. Ik heb andere dingen te doen. Tijdens mijn rondje merk ik dat mijn fietsband langzaam aan het leeglopen is. Het is dus tijd om deze band te gaan plakken.

Zo ben ik dan even later druk bezig de band te plakken. Iedereen weet hoe dit gaat; band eruit, band oppompen, binnenband in een emmer water, etc. Zo ben ik dus bezig als ik plotseling Zwarte Mezen hoor. En dan, vanuit het niets, zitten er in de grote Den die bij de buren in de tuin staat, twee Zwarte Mezen. Alles valt op dat moment op z'n plek: Zwarte Mezen in Zyfflich, influx, fietspomp en 'fietspomp-mezen'... Ik pak mijn camera en maak foto's. Ik zag deze mezensoort nog maar twee keer eerder in onze tuin (1 ex op 2.10.2010 en 2 ex op 31.03.2011). Dit is dus een bijzondere waarneming. De mezen laten zich goed bekijken en vliegen dan door in westelijke richting, richting Nederland. Ik kan ze een stukje volgen en zie ze nergens invallen.

Tijdens het fotograferen denk ik na over de combinatie Zwarte Mees en fietsband plakken. 'Het werkt echt zo', denk ik 'de verhalen komen vanzelf op je af, als je er maar oog voor hebt'.Voor de grap maak ik nog een foto van de fiets met lekke band en de Den waar de mezen in hebben gezeten.


Deze twee Mezen zag ik om ongeveer 10:50. Nog geen anderhalf uur later zit ik op het terras te lezen. Plotseling, opnieuw vanuit het niets, vliegt er een hele groep Zwarte Mezen de den in. Ik probeer ze te tellen, maar dat is niet te doen. De vogels roepen de hele tijd en vliegen na ongeveer vijf minuten 1 voor 1 in westelijke richting weg. Tijdens het wegvliegen kan ik ze tellen en ik kom op 13 vogels.

Vol verbazing zit ik daarna op het terras. 'Waar komen die vogels vandaan, en waar gaan ze naar toe?' vraag ik mezelf af. Langzaam krijg ik het idee dat er misschien echt een influx aan de gang is, of eraan zit te komen. Dit kan toch geen toeval meer zijn?

En daarna staat het niet meer stil met de Zwarte Mezen. Om 13:55 uur vliegt er - weer vanuit het niets - ineens 18 vogels de den in. Niet te tellen bij het invallen (dat gaat loei snel) maar mooi te tellen bij het wegvliegen. Dan om precies twee uur een eenzame vogel. En dan om half drie acht vogels. In totaal nu dus 42 vogels.

Vliegt er dan niet heel simpel een groepje Zwarte Mezen rondjes in Zyfflich vraag je jezelf dan af. Een hele logische vraag. Maar eigenlijk geloof ik daar niet zo in. Zal het je uitleggen. Ten eerste vlogen alle mezen duidelijk hoogte winnen weg, allemaal in westelijke richting. Ze vlogen in ieder geval de tuin uit, over de tuin heen van de buren en verdwenen uit het zicht. Ik heb ze niet naar beneden zien gaan. Natuurlijk zegt dit niet alles, maar het geeft in ieder geval een duidelijk beeld: de vogels vliegen weg in westelijke richting. Ten tweede zou een groepje dat rondjes vliegt door Zyfflich mij moeten opvallen als ze dan weer een oostelijke richting vliegen.  Laat me ook dit even uitleggen. Zyfflich is een smal, langgerekt dorp en waar wij wonen ongeveer 160 meter breed. Onze tuin is ongeveer 20 x 80 meter lang en beslaat dus een redelijk deel van de breedt van Zyfflich. Voor ons huis (zuidelijk) staan geen andere huizen, daar is weiland met heggen. Daar zullen de mezen niet zo heel snel weer langs terugvliegen. Een redelijke inschatting lijkt me. Ten noorden van onze tuin liggen achter elkaar twee tuinen met weinig tot geen bomen. Het kan dus bijna niet anders of mezen die rondjes vliegen door Zyfflich moeten dit via of in de buurt van onze tuin doen. Daar komt dan nog bij dat de Zwarte Mezen zeer vocaal zijn en continue roepen. Een groepje dat in Zyllich en in de omgeving van onze tuin rondhangt zou  daardoor zeker moeten opvallen. Of... zit ik mezelf gek te maken en hangt er een groepje Zwarte Mezen rond in Zyfflich (op zich ook al bijzonder)??

Hoe dan ook, de den op de foto boven werkt als een magneet op de (doortrekkende) Zwarte Mezen. Ik ben nu wel heel nieuwsgierig hoe dit verder gaat. Is dit een eenmalig iets, of is er echt iets aan de hand? Het verhaal is dus duidelijk nog niet ten einde, waarschijnlijk is het nog maar net begonnen...


zaterdag 1 september 2012

Ein fremder Vogel...

Het is de eerste van de negende 's morgens rond een uur of half zes. Voordat de wekker afloopt ben ik al wakker. Het liefst zou ik blijven liggen, maar ik heb andere plannen. Eerst wil ik buiten kijken, zien wat voor weer het is. Ik loop naar de achterkamer en kijk de tuin in. Het is al heel langzaam licht aan het worden en ik zie een onbewolkte hemel. 'Dit gaat goedkomen!' denk ik. Daarna maak ik nog snel een foto van de Duffelt vanuit de voorkamer en spring onder de douche.

Korte tijd later fiets ik richting de Kleyen. Ik wil daar de zon zien opkomen en tijdens het opkomen van die zon koffie drinken. En natuurlijk genieten van de rust en de stilte en de ladingen vogels die over gaan vliegen. Als ik dan op mijn stoeltje zit en de hele wereld aan mijn voeten ligt voel ik me de koning te rijk. Dit is fenomenaal en met geen pen (laat staan toetsenbord) te beschrijven. De zon is ondertussen opgekomen, het is een beetje mistig, windstil en heerlijk rustig. Alles valt op z'n plek, de grote hoeveelheden vogels zijn er niet (er vliegen een paar Gele Kwikken, Aalscholvers en Boompiepers over), maar dat maakt me niet uit. Even later vliegen nog een Boomvalk langs, een Bruine Kiek vliegt jagend voorbij, een IJsvogel laat zich even fraai bekijken in een dode boom en in de ruigte zitten plotseling een Tapuit en een paar Paapjes.

Het belangrijkste is dat het zo heerlijk stil is. Zo zit ik een hele tijd in het zonnetje te genieten. Tegen een uur of half elf moet ik dan mezelf echt dwingen naar huis te gaan. Daar liggen nog een aantal klusjes op me te wachten. En zo sta ik dan een tijdje later het gras te maaien... onder het toeziend oog van een Ooievaar...


's Avonds kan ik het dan niet laten en moet ik mijn kriebels toch nog even achterna. Bijna twaalf uren later zit ik weer op dezelfde plek als vanmorgen. Het is nog steeds heerlijk rustig, hoewel er nu meerdere Torenvalken jagen en op een weiland nu zomaar een Grote Zilverreiger rondloopt. Toch pak ik nog mooi een leuke bonus mee, een Visarend vliegt vlak achter me langs in zuid-oostelijke richting. Mijn derde in een week tijd, dat is ook wel eens anders...

Vlak voordat ik dan weg ga zie ik een hele vreemde vogel vliegen, of eigenlijk heel langzaam voorbij zweven....


woensdag 22 augustus 2012

Unbekanntes Flug-Objekt

Het is maandagavond en ik zit rustig in de tuin te genieten van een sublieme avond. Hoewel ik zit te lezen, scan ik regelmatig de hemel af. Ooit komt hier een Kleinste Jager, een Zwarte Ooievaar of Dwergarend overvliegen. Alles kan, (bijna) altijd en (bijna) overal...

Zo scan ik voor de zoveelste keer de lucht als ik, redelijk ver weg, een groepje vogels zie vliegen. Het zijn ongeveer 30 vogels die in een compacte groep hard naar het westen vliegen. Snel pak ik de kijker en ik kan, nog net voordat de vogels achter de bomen verdwijnen, het groepje bekijken.

Het zijn steltlopers, ongeveer het formaat van een Kievit. De vogels ogen redelijk dik en compact en meer kan ik er niet aan zien. Mijn hele gevoel en instinct roept: Goudplevieren! In de wintermaanden waren dit ook Goudplevieren geworden, maar nu twijfel ik. Als ik op verschillende sites kijk en op trektellen.nl dan zie ik dat er geen Goudplevieren in het binnenland op dit moment doortrekken. Hoopguit 1-2 vogels, maar dat is het dan wel. En, dan blijft natuurlijk de kans bestaan dat het Morinelplevieren waren. Misschien nog onwaarschijnlijker dan Goudplevieren, maar de kans is niet nul.

Dus ik ben kritisch en plak op dit groepje geen etiket. Een bekende Groningse vogelaar vertelde me eens een wijze les: 'het is de kunst vogels ongedetermineerd te laten, te vaak wil je overal een naam aanvast plakken'. Deze wijze les heb ik altijd onthouden en pas ik nu ook hier maar toe. Dit is dus een typisch geval van jammer...

zaterdag 18 augustus 2012

Noch mehr Nachrichten

Het is zaterdagavond, zo rond een uur of acht. Het is meer dan 30 graden warm en daarom zit ik heerlijk op het terras dit in te tikken. Boven mijn hoofd vliegen tientallen Huis- en Boerenzwaluwen zachtjes roepend hun rondjes. Het is rustig en stil in het dorp. Het is warm, eigenlijk kan ik goed tegen hitte en heb ik normaal hier ook niet zo'n groot probleem mee. Alleen hitte (en dan vooral 30+ hitte) slaat dood. Het licht is zo hard en het lijkt wel alsof iedereen (inclusief de vogels) nergens meer zin in heeft. 's Avonds en 's morgens is het beter, dat zijn de mooiere momenten van dit soort dagen. En natuurlijk 's nachts, tijdens dit soort dagen kan je buiten slapen, en wat is er mooier dan buiten slapen? Binnen slapen in ieder geval niet!

Echt heel erg hard of spectaculair vogelnieuws heb ik niet. Daarom maar een paar leuke dingen van de afgelopen tijd.

1. Ooievaars. Op een mooie ochtend maakte ik mijn vaste fietstochtje in de omgeving. Die kleine fietsrondjes zijn heerlijk. Eigenlijk hoef ik niets te zien, hoewel dat natuurlijk wel mag! Het gaat eigenlijk meer om het buiten zijn. Even ontsnappen uit de dagelijke drukte, even alleen en weg van de wereld zijn. Heel vaak zie ik niets bijzonders, maar deze keer was dat anders. Op een veld met vers gemaaid gras zijn twee tractoren druk bezig het gras te schudden. En op dat weiland lopen zo maar 35 Ooievaars. Een briljant gezicht, zoveel Ooievaars zie ik niet zo heel erg vaak bij elkaar, meestal zijn het kleine groepjes. De tractoren doen hun ding en die Ooievaars lopen er rustig bij. De tractor-bestuurders vinden het ook wel mooi en eentje steekt zijn duim omhoog als ik aan het fotograveren ben. Als ik een anderhalf uur later weer hier langsfiets (op weg naar huis) zijn alle Ooievaars weg (alleen de tractoren zijn nog hun ding aan het doen). Je blijft je verbazen, heeft de groep gewacht op voldoende termiek en is de hele groep toen naar het zuiden vertrokken? Dat moet toch eigenlijk wel, zo hoort het toch?


2. Plasjes. Ongeveer halverwege tussen Zyfflich en Kranenburg liggen de 'Plasjes'. Het stelt helemaal niets voor, het zijn een paar weilanden die iets lager liggen dan de omliggende weilanden en daarom blijft hier in het voorjaar vaak water staan. Soms, heel soms, zitten hier dan wel eens leuke steltlopers. Niet in grote aantallen maar toch. De plasjes drogen normaal zo rond half mei helemaal op en dan kom ik hier de rest van het jaar niet heel erg vaak meer. Ik hoorde van onze buren dat in de tijd dat ik op Kolguev er regelmatig heel veel regen was gevallen. Daarom besluit ik op een mooie avond toch maar weer eens bij de Plasjes langs te fietsen, je weet het maar nooit! Even later staar ik sprakeloos naar de Plasjes. Tot de rand aan toe gevuld met regenwater! Een heel klein eldorado ligt ineens aan mijn voeten! In totaal staan hier ongeveer 50 kieviten, er lopen Bosruiters, Witgatjes en Oeverlopers. Verder blijken er bijna 10 Watersnippen te zitten en komt uit het gras nog een Kleine Plevier tevoorschijn. Het stelt helemaal niets voor, maar voor hier is het meer dan super.

Ik besluit elke dag te gaan kijken en dat levert me leuke aantallen steltlopers op. Geen bijzonderheden (tot nu toe dan), maar zoals ik al eerder schreef, dat is niet het allerbelangrijkste. Het leukst is misschien nog wel de Wintertaling met de gele nasal saddle die ik afgelopen woensdag plotseling mijn beeld in zie zwemmen. Deze eend blijkt geringd te zijn bij in de Camarque, Frankrijk.

3. Boomklever. Op 11 augustus zit ik in de tuin als ik plotseling een Boomklever hoor roepen. Stomverbaasd kijk ik op en ga direct op zoek naar de vogel. De klever blijft veel kabaal maken maar eerst kan ik de vogel niet vinden, maar dan zie ik de vogel ineens in de berken van de buren zitten. De vogel maakt veel lawaai en vliegt dan over onze tuin weg naar het oosten. 'Leuk, leuk, leuk', bedenk ik me, 'mijn tweede ooit hier'. Mijn eerste zag ik op 10 september 2010. En gisteren had ik weer een roepende Boomklever, waarschijnlijk de vogel van de 11e.

4, Wulpen. De laatste twee weken vliegen 's avonds regelmatig grote groepen Wulpen over Zyfflich, soms tot wel 100 vogels. Voordat ik naar Kolguev vertrok had ik ook al een grote groep Wulpen (op 9 juli, 90 vogels naar noord). Ik denk dat deze vogels ergens slapen in de Ooipolder, in Nederland. Misschien in de Millinger Waard, maar ik denk eerder op de zandgaten in de omgeving van de Ooijse Graaf. Dat ze daar slapen is natuurlijk leuk, maar waar fourageren ze dan overdag? Na wat heen en weer gefiets ben ik er achter. De grootste groepen staan direct voor ons huis, en dan in de weilanden dicht tegen de Nederlandse grens. Waarom er dit jaar zo veel Wulpen zijn? Ik weet het niet en heb ook geen idee voor een mogelijke verklaring. Ook weet ik niet of er in Nederland, in de Ooipolder meer Wulpen zijn dan normaal. Ik weet wel dat ik in 2010 en 2011 niet eerder van dit soort grote groepen heb gezien.  

Regelmatig krijg ik vragen als 'waarom vogel je nu zo veel in Duitsland?' en 'mis je het Nederlandse vogelen dan helemaal niet?' Ik ga mijn uiterste best doen, en eens proberen de antwoorden op deze - legitieme - vragen op te schrijven. Stay dus tuned! 

 

woensdag 15 augustus 2012

Dickschnabellumme !

Het is op het vliegveld van St Petersburg dat ik, na de avonturen op Kolguev, voor het eerst weer internet toegang heb. Ik bekijk de Dutch Birding site en zie het in een oogopslag: ik heb een wel hele goede soort gemist. Kortbekzeekoet... sprakeloos staar ik naar de foto's en lees het verslag van de ontdekking en de twitch. Wat een soort... 'De eerste twitchbare sinds de befaamde vogel van 1979', bedenk ik me. Normaal gesproken maak ik me niet heel erg druk als ik een soort tijdens een vakantie of expeditie mis, maar dit is toch andere koek. Deze komt nooit, nooit meer terug...

Bijna een week later op zaterdagmiddag speelt mijn telefoon zachtjes het bekende melodietje af. Ik bekijk de DB-mail en zie tot mijn grote schrik en verbazing dat de Kortbekzeekoet bij Den Helder zit. Mijn hersenen draaien direct op volle toeren en vele scenario's flitsen door mijn hoofd. Zou de vogel daar blijven? Is het daar hoog, of laag water? Kan ik daar nog snel heen rijden of is het te druk op de weg? En dan wat te doen met die Harald? Die zou vanavond langskomen om foto's van Kolguev uit te wisselen. Dat lijkt me nog het minst grote probleem: gewoon afbellen en zeggen dat hij een dag later welkom is.

Na kort beraad besluiten we Harald af te bellen en richting Den Helder te vertrekken. Het blijft een onheimlich gevoel en of ik er ooit aan zal wennen? Vanuit het buitenland halsoverdekop vertrekken naar een vogel. Ik heb ervaring, vanuit Bremen rijden naar een Oosterse Tortel of Taigastrandloper. Of vanaf een Duits waddeneiland naar Texel varen/rijden/varen voor een Kaspische Plevier. Of vanuit Estland 2700 km rijden voor een Dunbekmeeuw... En nu in dit geval een alk die ergens bij Den Helder op zee dobbert... 'Dit gaat nooit goedkomen', denk ik, 'die vogel blijft daar nooit hangen'. Met dit soort dodelijke gedachten rij ik bijna 150 minuten richting het noord-westen. Vooral de laatste 15 km zijn eng, zal het lukken, gaat het goedkomen?

In Huisduinen parkeer ik de auto bij het restaurant en ren ik de dijk op. Geen vogelaar te zien. Ik pak mijn spullen en loop een stuk in zuidelijke richting. Twee jonge dames zitten op de dijk en vragen me waar al die mannen met verrekijkers toch naar toe gaan. Ik roep kreten als 'Kortbekzeekoet', 'zeldzaam', 'geen tijd' en ren verder. Dank aan deze dames, blijkbaar loop ik goed. Dan zie ik ineens vogelaars op een strekdam staan en met de telescoop zie ik de koet zwemmen. Mijn hartslag daalt naar normalere waarden en ik kan weer rustig ademhalen, de buit is binnen!

We lopen daarna rustig naar de vogel en kunnen die wel heel erg goed bekijken. Het is geen lifer, maar een wel heel erg harde nieuwe NL soort. Maar vooral is het de volkomen onverwachte kans de vogel toch nog te zien te krijgen wat indruk maakt... Het is al een ongelooflijk toeval dat deze vogel hier in deze tijd van het jaar te zien is, het is nog veeeeel meer toeval dat die teruggevonden is geworden! Dank, heel veel dank aan de ontdekker in Huisduinen !!

foto gemaakt door Enno Ebels

Kolguev II

Het is woensdagmorgen 11 juli, redelijk vroeg als wij (Nicole, Harald - een fanatieke Duitse ganzen teller - en ik) vertrekken naar het eiland Kolguev. De reis, die loopt via Dusseldorf - St. Petersburg - Naryan-Mar zal ik je verder besparen. Op donderdagmiddag 12 juli komen wij aan in Naryan-Mar, een klein dorp in de Pechora Delta. Naar dit dorp leiden geen wegen, in de zomer kan je alleen met de boot of met het vliegtuig. In de winter zijn er ijswegen en moet je wel met de auto naar Naryan-Mar kunnen rijden. Het zal vast mogelijk zijn, maar of dat echt heel makkelijk is, geen idee. Kan me niet voorstellen dat het eenvoudig is. Naryan-Mar ligt hoog in het noorden, boven de poolcircel en is vooral lelijk. Er wonen ongeveer 15.000 mensen.





Hieronder een kaart met in het rode vierkantje Kolguev. Naryan-Mar ligt dan ongeveer ergens bij de rechteronderhoek van het vierkantje. Vanuit Naryan-Mar is het ongeveer twee uur met een helicopter vliegen naar het basiskamp. In dit kamp zullen wij ongeveer 4 weken blijven en ons hoofddoel is het vangen van Brand- en Kolganzen. Aan de kust is nog een kamp (het Delta-camp). Hier verblijven een Duitse PhD student met haar student en een Russische PhD studente. De Duitsers doen hier onderzoek aan vooral Zilverplevieren, de Russin onderzoekt ganzen.

Kolguev zelf is bijna helemaal rond en is ongeveer 100 x 100 km groot. Helemaal in het zuiden is een klein dorpje, waar ongeveer 150 Nenets wonen. Deze leven vooral van Rendieren, in de herfst slachten ze een deel van de dieren en verkopen het vlees.


We hebben twee dagen in Naryan-Mar. De eerste dag regelen we verschillende belangrijke dingen (registratie, toestemming om in de kustzone te mogen verblijven, helicoptervlucht regelen en doen we inkopen). Daarna is er gelukkig tijd om vogels te kijken. Groot is onze verbazing als we direct aan de rand van het stadje een Zwarte Wouw zien vliegen. Later blijkt dit een enorme zeldzaamheid te zijn. Verder komen we veel Barmsijzen en Gele Kwikken tegen. In een bosachtig gebied vinden we dan nog o.a. een Bosgors en een Bruinkopmees. Op de rivier en in de haven zien we nog Middelste Jagers, twee Terek Ruiters, Temmincks Strandlopers en vele honderden Dwergmeeuwen. Ook zien we de eerste Heuglins Meeuwen. Het weer is verbazingwekkend goed, het is windstil, de zon schijnt en het is boven de 20 graden.

Op de derde dag is het dan zover, we gaan met de helicopter naar Kolguev! De oordoppen gaan in en met een grote helicopter vliegen we richting Kolguev. Eerst vliegen we over de Pechora Delta. Veel vogels zijn er niet te herkennen, maar zo nu en dan zie ik witte stippen die toch echt Kleine Zwanen blijken te zijn. Verder alleen maar leegte en uitgestrektheid.





Na ongeveer twee uur vliegen komen we aan bij het kamp. We maken dit jaar gebruik van een aantal barakken (Balok in het Russisch) die in de herfst gebruikt worden door Nenets. Hieronder een foto van het kamp, met links de hoofd balok. Die gebruiken we als keuken, als opslagruimte en hier zitten we 's avonds te eten. Als de helicopter eenmaal weg is gevlogen valt als eerste de enorme stilte en wijdheids op. Hier is niemand in een omtrek van 50 km. Op 50 km afstand is het Delta-kamp en nog verder weg zijn de nederzettingen van de Nenets.

Wij zijn in het kamp met z'n vijven; Nicole, Harald en ik en dan nog Alexander Kondratjev (de leider van het kamp en onderzoeker in St Petersburg en Magadan) en een Russische PhD studente, Julia (die onderzoek doet aan Pool- en Rode Vossen). Alexander en Julia zijn hier al vanaf begin juni, en wij zijn het derde team dat hen komt helpen (voor ons zijn al twee eerdere teams 2-4 weken in het kamp geweest).








In het begin is er nog niet heel veel te doen. Het is wachten op de ganzen, die moeten gaan ruien en grote groepen gaan vormen. Tijdens het ruien kunnen de ganzen niet vliegen en kan je ze - met enig tactisch inzicht en heel hard rennen - vangen. Het is dus rustig en we gebruiken deze tijd voor een paar uitstapjes. Een hele grote wens van mij is een meerdaagse toch naar de kust, de Barentzzee. Ik ben reuze nieuwsgierig wat voor vogels ik daar kan tegenkomen en daarnaast wil ik heel erg graag in mijn blootje in zee zwemmen.

We pakken dus onze rugzakken in en wandelen de 23 km naar de kust. Het is weer is onvoorstelbaar mooi, heel veel zon en weinig wind. Het worden mede daardoor een aantal onvergeetelijke dagen. Camperen aan de Barentzzee, de zon die 's nachts de horizon raakt maar niet onder gaat. Het 'strand' dat vol ligt met boomstammen en andere rommel. Het idee dat er helemaal niemand is in een omtrek van vele, vele kilometers... dat maakt het allemaal nog veel mooier. Zwemmen is helaas niet echt een optie, de stroming is te sterk en ik durf het simpelweg niet aan om het water in te gaan. Het blijft dus bij pootjebaden.







En dan is het tijd om ganzen te gaan vangen. Op een winderige dag vertrekken Nicole, Harald, Alexander en ik om ongeveer 8 km verder de netten te gaan plaatsen voor een meerdaagse vangactie. Het plan is om een dag later tenten mee te nemen en dan een aantal dagen bij de vangplek te camperen. Op die manier kunnen wij ons volledig op het vangen storten en hoeven we niet elke dag de 8 km heen en weer te lopen. We pakken onze rugzakken vol met netten, stokken en andere catching-devices, lopen 8 km en richten in de loop van de middag en avond de vangplek in.

Als we dan 's avonds tegen een uur of negen teruglopen blijkt het noodlot te hebben toegeslagen. Bij het vullen van de kachel met diesel is het misgegaan en is onze hoofd-balok compleet afgebrand! Gelukkig is er met Julia niets aan de hand, afgezien van het feit dat ze ontroostbaar is. Met gevaar voor eigen leven heeft ze onze sateliettelefoon en nog 17 blikjes vlees en 22 blikjes groente weten te redden. Naast de gezondheid van Julia is het allerbelangrijkste, de telefoon, er nog. Helaas is de oplader verbrand maar gelukkig is de accu vol. In theorie kunnen we dus ongeveer 6 uur bellen en hebben we de mogelijkheid contact op te nemen met de rest van de wereld. Het andere geluk is dat er nog eten is. Het is niet veel, maar er is in ieder geval iets. Als er geen eten meer was geweest dan hadden we de 50 km naar het Delta kamp moeten lopen, een andere oplossing was er dan niet...

Na een onrustige nacht moeten we de volgende dag eerst de vangspullen gaan ophalen. Langer op Kolguev blijven is geen optie meer. 's Morgens zitten we dan heel stil met 5 man om een blikje vlees en een blikje doperwten. Dat is alles wat er is aan eten, we moeten zuinig zijn en kunnen ons niet meer eten veroorloven. De 8 km lopen naar de vangplek is niet echt een pretje, de maag is leeg en het moraal is laag. De 8 km terug zijn helemaal niet meer leuk, de maag is nog leger en de rugzak die ik draag is ongeveer 25 kg zwaar. Uitgeput komen we aan in het kamp, om weer met vijf man een blikje vlees en groente te moeten delen.

Gelukkig werkt onze telefoon nog en we kunnen een helicopter bestellen. Dit is natuurlijk Rusland en een bestelde helicopter komt niet direct. We moeten vijf dagen wachten voordat we worden opgehaald. Mede dankzij de vindingrijkheid van Alexander is het niet helemaal kommer en kwel. We verzamelen paddestoelen en eten paddestoelen-soep. 's Avonds drinken we thee (in een andere balok vonden we nog en hele grote zak met zwarte thee) met daarin een paar drupjes 96% alcohol (al onze wodka was natuurlijk ook verbrand...). Na een aantal dagen met veel wind en nog meer regen klaart het op en maken we nog een paar tripjes in de directe omgeving van het kamp.

Dus niet allemaal ellende, maar het is dan toch wel heel erg fijn als op we op de vijfde dag te horen krijgt dat de helicopter echt is vertrokken en onze kant opkomt. We eten dan nog een feestmaal (van de overgeblevn blikjes vlees en groente!) en wachten daarna op de helicopter. Met de helicopter pikken we nog het Delta-team op en daarna beleven we met z'n achten nog een paar mooie en gezellige dagen in Naryan-Mar. Veel eten, bier drinken en (voor sommigen te) veel wodka...

Hieronder nog een paar plaatjes van de verbrande balok en het verbrande en het niet-verbrande eten.





Natuurlijk kan ik niet om de vogels heen. Hieronder een selectie van foto's een aantal leuke soorten. Veel verschillende soorten kom je op Kolguev niet tegen. Naast Kol-, Brand en Rietganzen natuurlijk Kleine Zwanen (maar toch ook niet heel erg veel). Koningseiders, IJseenden en Toppers kom je heel veel tegen, en dan nog af en toe een Grote Zeeeend, Wintertaling en Pijlstaart. Daarnaast steltlopers als Bontjes, Kleine Strandlopers, Temmincks, Zilver- en Goudplevieren en Grauwe Franjepoten.

In en rond het kamp verbleven zangvogels als IJsgors, Tapuit, Witte Kwik en Graspieper (veel) en Fitis, Blauwborst, Roodkeelpieper, Sneeuwgors en Grote Barmsijs (schaars). Aan roofvogels heb ik Ruigpootbuizerden en Slechtvalken gezien. Helaas heb ik Giervalk gemist. Aan meeuwen kom je Heuglins Meeuwen (vrij regelmatig) en Grote Burrie (veel, o.a. broedvogel in het kamp) tegen. Roodkeelduikers zie je vooral langs de kust (broeden op meertjes langs de kust en fourageren op zee) en Parelduikers kom je overal in het binnenland tegen.

Middelste Jagers komen wel eens voor, maar heb ik niet gezien. Wel veel Kleine Jagers (met 1 donkere morph) en een mooie hoogtepunt vormde de Jan van Gent boven de Barentzzee. Zou hier zeldzaam zijn. Boven zee verder niet veel bijzonders, helaas geen alkachtigen. Op het strand nog wel Paarse Strandloper en hier werden ook nog Krombekstrandloper en Kemphanen gezien. Ook zagen we hier meerdere Bruinvissen, maar ondanks vele uren turen, zagen we geen Baluga's...


















En zo kom ik dus op 1 augustus weer terug in Duitsland. Twee weken te vroeg, maar vol met onvergetelijke ervaringen en stoere verhalen!