Het is woensdagmorgen 11 juli, redelijk vroeg als wij (Nicole, Harald - een fanatieke Duitse ganzen teller - en ik) vertrekken naar het eiland Kolguev. De reis, die loopt via Dusseldorf - St. Petersburg - Naryan-Mar zal ik je verder besparen. Op donderdagmiddag 12 juli komen wij aan in Naryan-Mar, een klein dorp in de Pechora Delta. Naar dit dorp leiden geen wegen, in de zomer kan je alleen met de boot of met het vliegtuig. In de winter zijn er ijswegen en moet je wel met de auto naar Naryan-Mar kunnen rijden. Het zal vast mogelijk zijn, maar of dat echt heel makkelijk is, geen idee. Kan me niet voorstellen dat het eenvoudig is. Naryan-Mar ligt hoog in het noorden, boven de poolcircel en is vooral lelijk. Er wonen ongeveer 15.000 mensen.




Hieronder een kaart met in het rode vierkantje Kolguev. Naryan-Mar ligt dan ongeveer ergens bij de rechteronderhoek van het vierkantje. Vanuit Naryan-Mar is het ongeveer twee uur met een helicopter vliegen naar het basiskamp. In dit kamp zullen wij ongeveer 4 weken blijven en ons hoofddoel is het vangen van Brand- en Kolganzen. Aan de kust is nog een kamp (het Delta-camp). Hier verblijven een Duitse PhD student met haar student en een Russische PhD studente. De Duitsers doen hier onderzoek aan vooral Zilverplevieren, de Russin onderzoekt ganzen.
Kolguev zelf is bijna helemaal rond en is ongeveer 100 x 100 km groot. Helemaal in het zuiden is een klein dorpje, waar ongeveer 150 Nenets wonen. Deze leven vooral van Rendieren, in de herfst slachten ze een deel van de dieren en verkopen het vlees.

We hebben twee dagen in Naryan-Mar. De eerste dag regelen we verschillende belangrijke dingen (registratie, toestemming om in de kustzone te mogen verblijven, helicoptervlucht regelen en doen we inkopen). Daarna is er gelukkig tijd om vogels te kijken. Groot is onze verbazing als we direct aan de rand van het stadje een Zwarte Wouw zien vliegen. Later blijkt dit een enorme zeldzaamheid te zijn. Verder komen we veel Barmsijzen en Gele Kwikken tegen. In een bosachtig gebied vinden we dan nog o.a. een Bosgors en een Bruinkopmees. Op de rivier en in de haven zien we nog Middelste Jagers, twee Terek Ruiters, Temmincks Strandlopers en vele honderden Dwergmeeuwen. Ook zien we de eerste Heuglins Meeuwen. Het weer is verbazingwekkend goed, het is windstil, de zon schijnt en het is boven de 20 graden.
Op de derde dag is het dan zover, we gaan met de helicopter naar Kolguev! De oordoppen gaan in en met een grote helicopter vliegen we richting Kolguev. Eerst vliegen we over de Pechora Delta. Veel vogels zijn er niet te herkennen, maar zo nu en dan zie ik witte stippen die toch echt Kleine Zwanen blijken te zijn. Verder alleen maar leegte en uitgestrektheid.
Na ongeveer twee uur vliegen komen we aan bij het kamp. We maken dit jaar gebruik van een aantal barakken (Balok in het Russisch) die in de herfst gebruikt worden door Nenets. Hieronder een foto van het kamp, met links de hoofd balok. Die gebruiken we als keuken, als opslagruimte en hier zitten we 's avonds te eten. Als de helicopter eenmaal weg is gevlogen valt als eerste de enorme stilte en wijdheids op. Hier is niemand in een omtrek van 50 km. Op 50 km afstand is het Delta-kamp en nog verder weg zijn de nederzettingen van de Nenets.
Wij zijn in het kamp met z'n vijven; Nicole, Harald en ik en dan nog Alexander Kondratjev (de leider van het kamp en onderzoeker in St Petersburg en Magadan) en een Russische PhD studente, Julia (die onderzoek doet aan Pool- en Rode Vossen). Alexander en Julia zijn hier al vanaf begin juni, en wij zijn het derde team dat hen komt helpen (voor ons zijn al twee eerdere teams 2-4 weken in het kamp geweest).
In het begin is er nog niet heel veel te doen. Het is wachten op de ganzen, die moeten gaan ruien en grote groepen gaan vormen. Tijdens het ruien kunnen de ganzen niet vliegen en kan je ze - met enig tactisch inzicht en heel hard rennen - vangen. Het is dus rustig en we gebruiken deze tijd voor een paar uitstapjes. Een hele grote wens van mij is een meerdaagse toch naar de kust, de Barentzzee. Ik ben reuze nieuwsgierig wat voor vogels ik daar kan tegenkomen en daarnaast wil ik heel erg graag in mijn blootje in zee zwemmen.
We pakken dus onze rugzakken in en wandelen de 23 km naar de kust. Het is weer is onvoorstelbaar mooi, heel veel zon en weinig wind. Het worden mede daardoor een aantal onvergeetelijke dagen. Camperen aan de Barentzzee, de zon die 's nachts de horizon raakt maar niet onder gaat. Het 'strand' dat vol ligt met boomstammen en andere rommel. Het idee dat er helemaal niemand is in een omtrek van vele, vele kilometers... dat maakt het allemaal nog veel mooier. Zwemmen is helaas niet echt een optie, de stroming is te sterk en ik durf het simpelweg niet aan om het water in te gaan. Het blijft dus bij pootjebaden.






En dan is het tijd om ganzen te gaan vangen. Op een winderige dag vertrekken Nicole, Harald, Alexander en ik om ongeveer 8 km verder de netten te gaan plaatsen voor een meerdaagse vangactie. Het plan is om een dag later tenten mee te nemen en dan een aantal dagen bij de vangplek te camperen. Op die manier kunnen wij ons volledig op het vangen storten en hoeven we niet elke dag de 8 km heen en weer te lopen. We pakken onze rugzakken vol met netten, stokken en andere catching-devices, lopen 8 km en richten in de loop van de middag en avond de vangplek in.
Als we dan 's avonds tegen een uur of negen teruglopen blijkt het noodlot te hebben toegeslagen. Bij het vullen van de kachel met diesel is het misgegaan en is onze hoofd-balok compleet afgebrand! Gelukkig is er met Julia niets aan de hand, afgezien van het feit dat ze ontroostbaar is. Met gevaar voor eigen leven heeft ze onze sateliettelefoon en nog 17 blikjes vlees en 22 blikjes groente weten te redden. Naast de gezondheid van Julia is het allerbelangrijkste, de telefoon, er nog. Helaas is de oplader verbrand maar gelukkig is de accu vol. In theorie kunnen we dus ongeveer 6 uur bellen en hebben we de mogelijkheid contact op te nemen met de rest van de wereld. Het andere geluk is dat er nog eten is. Het is niet veel, maar er is in ieder geval iets. Als er geen eten meer was geweest dan hadden we de 50 km naar het Delta kamp moeten lopen, een andere oplossing was er dan niet...
Na een onrustige nacht moeten we de volgende dag eerst de vangspullen gaan ophalen. Langer op Kolguev blijven is geen optie meer. 's Morgens zitten we dan heel stil met 5 man om een blikje vlees en een blikje doperwten. Dat is alles wat er is aan eten, we moeten zuinig zijn en kunnen ons niet meer eten veroorloven. De 8 km lopen naar de vangplek is niet echt een pretje, de maag is leeg en het moraal is laag. De 8 km terug zijn helemaal niet meer leuk, de maag is nog leger en de rugzak die ik draag is ongeveer 25 kg zwaar. Uitgeput komen we aan in het kamp, om weer met vijf man een blikje vlees en groente te moeten delen.
Gelukkig werkt onze telefoon nog en we kunnen een helicopter bestellen. Dit is natuurlijk Rusland en een bestelde helicopter komt niet direct. We moeten vijf dagen wachten voordat we worden opgehaald. Mede dankzij de vindingrijkheid van Alexander is het niet helemaal kommer en kwel. We verzamelen paddestoelen en eten paddestoelen-soep. 's Avonds drinken we thee (in een andere balok vonden we nog en hele grote zak met zwarte thee) met daarin een paar drupjes 96% alcohol (al onze wodka was natuurlijk ook verbrand...). Na een aantal dagen met veel wind en nog meer regen klaart het op en maken we nog een paar tripjes in de directe omgeving van het kamp.
Dus niet allemaal ellende, maar het is dan toch wel heel erg fijn als op we op de vijfde dag te horen krijgt dat de helicopter echt is vertrokken en onze kant opkomt. We eten dan nog een feestmaal (van de overgeblevn blikjes vlees en groente!) en wachten daarna op de helicopter. Met de helicopter pikken we nog het Delta-team op en daarna beleven we met z'n achten nog een paar mooie en gezellige dagen in Naryan-Mar. Veel eten, bier drinken en (voor sommigen te) veel wodka...
Hieronder nog een paar plaatjes van de verbrande balok en het verbrande en het niet-verbrande eten.
Natuurlijk kan ik niet om de vogels heen. Hieronder een selectie van foto's een aantal leuke soorten. Veel verschillende soorten kom je op Kolguev niet tegen. Naast Kol-, Brand en Rietganzen natuurlijk Kleine Zwanen (maar toch ook niet heel erg veel). Koningseiders, IJseenden en Toppers kom je heel veel tegen, en dan nog af en toe een Grote Zeeeend, Wintertaling en Pijlstaart. Daarnaast steltlopers als Bontjes, Kleine Strandlopers, Temmincks, Zilver- en Goudplevieren en Grauwe Franjepoten.
In en rond het kamp verbleven zangvogels als IJsgors, Tapuit, Witte Kwik en Graspieper (veel) en Fitis, Blauwborst, Roodkeelpieper, Sneeuwgors en Grote Barmsijs (schaars). Aan roofvogels heb ik Ruigpootbuizerden en Slechtvalken gezien. Helaas heb ik Giervalk gemist. Aan meeuwen kom je Heuglins Meeuwen (vrij regelmatig) en Grote Burrie (veel, o.a. broedvogel in het kamp) tegen. Roodkeelduikers zie je vooral langs de kust (broeden op meertjes langs de kust en fourageren op zee) en Parelduikers kom je overal in het binnenland tegen.
Middelste Jagers komen wel eens voor, maar heb ik niet gezien. Wel veel Kleine Jagers (met 1 donkere morph) en een mooie hoogtepunt vormde de Jan van Gent boven de Barentzzee. Zou hier zeldzaam zijn. Boven zee verder niet veel bijzonders, helaas geen alkachtigen. Op het strand nog wel Paarse Strandloper en hier werden ook nog Krombekstrandloper en Kemphanen gezien. Ook zagen we hier meerdere Bruinvissen, maar ondanks vele uren turen, zagen we geen Baluga's...
En zo kom ik dus op 1 augustus weer terug in Duitsland. Twee weken te vroeg, maar vol met onvergetelijke ervaringen en stoere verhalen!