Nadat op vrijdagnacht de wekker al om half vier afliep, is
het zaterdagnacht weer raak. Om kwart voor drie (2:45!) loopt de wekker af. Ik
ben een ochtendmens, maar nu moet ik toch zelfs even diep zuchten, dit is wel
heel erg vroeg. Temeer omdat ik er vrijdagavond niet heel erg vroeg in lag,
meer dan 4 uurtjes slaap heb ik niet gehad. Vrijdagavond heb ik de spullen
die ik nodig heb al klaargezet, nu is het alleen nog een kwestie van echt wakker
worden en koffie zetten. Om precies kwart over drie rij ik de garage uit, de
Duitse nacht in. Die Duitse nacht verwissel ik al snel voor de Nederlandse en
over stille wegen rij ik richting Zwolle. Tom Waits en daarna Anna Calvi
strelen mijn oren met hun heerlijke stemmen en pure muziek en zo ben ik in iets
meer dan een uur in Zwolle. Hier sta ik op een lege P te wachten terwijl de dag heel langzaam
begint op te starten.
Het is bijna half vijf als eerste Mark Zekhuis en daarna Hans Pohlmann
komen aanrijden. Met deze twee mannen vorm ik voor vandaag een illuster trio. We
waren één
keer eerder gezamenlijk op stap, toen ging de reis naar Vlieland, voor de
Waterlijster. Dit keer gaat de reis naar een ander Waddeneiland, Texel. Maar deze
keer is het ook een Amerikaan die we dolgraag op onze lijsten willen
bijschrijven; de Kleine Kokmeeuw. De stemming zit er direct goed in, vele
flauwe grappen worden gemaakt. Net voor de Afsluitdijk zien we een bekende
rijden, Bart Jan Prak die met een brede glimlach ook naar Texel onderweg is. We zwaaien, lachen een beetje
schaapachtig naar elkaar en vervolgen onze weg.
Het is kwart over zes als we aankomen bij het veer. Hier
staan al een aantal auto’s met vogelaars te wachten. Het is gezellig en bovenal
bijzonder goed zo veel bekenden weer eens te zien. Al snel kunnen we de
veerboot oprijden en dan maakt een bekend vogelaar een briljante grap: hij
stapt door de spanning en algehele opwinding in de verkeerde auto en wil
daarmee wegrijden… Stomverbaasd kijken de vogelaars in deze auto naar de
vreemde man die bij hen in de auto stapt… Gelukkig komt deze persoon snel
achter zijn ‘foutje’ en stapt daarna snel in zijn eigen auto. Op de boot
drinken we koffie en eten gevulde koeken. Er heerst een beetje spanning, maar
eigenlijk heeft iedereen een goed gevoel bij de Kleine Kokmeeuw. Gisteren werd
de vogel een paar keer op zijn favoriete akker gezien, er is geen enkele reden
te bedenken waarom dit patroon vandaag niet herhaald zou kunnen (moeten!)
worden.
Op Texel rijden we in een lange kolonne naar de befaamde
akker. Hans parkeert de auto niet aan de rand van de weg maar zet ‘m tactisch
neer. Zodanig dat we via twee routes naar de Robbenjager (is de vogel ook
onregelmatig gezien) kunnen rijden, is het altijd mogelijk de snelste te kiezen.
Dan begint het wachten. Op de akker komen steeds meeuwen aan, die zitten daar dan
even en vliegen weer weg. De vele grappen die we maken worden steeds meliger en
tegelijkertijd ook beter. ‘Wachten is goed voor de creativiteit’ bedenk ik me.
We mogen ondertussen een keer de auto uit, de dijk op en de regen in. De meeuw is
blijkbaar langsvliegend gezien, maar ondanks verwoede pogingen niet meer terug
te vinden. Al snel kruipt iedereen weer in zijn auto, het is koud, het regent
pijpenstelen en de wind is snoeihard. Niet echt het weer om gezellig op een
dijk te gaan zitten.
Het wachten gaat verder en de meeuwen blijven zo nu en dan
komen en weer gaan. Ondertussen zorgt eerst een bus en het coördineren en
verplaatsen van auto’s zodat de volgende bus er langs kan voor de nodige
vertier. Daarna zorgt een lege accu en het gedoe daar omheen voor een aangename
en een langs rennende trimster voor een nog aangenamere onderbreking. Je hoeft
je langs deze akker geen seconde te vervelen! Dan is er ineens beroering, een
auto claxonneert – Hans start direct de auto - en rijdt daarna weg. Onze
chauffeur wacht geen seconde en we spurten achter de auto aan. Zoals ik
schreef, we staan tactisch geparkeerd en kunnen dus voor de snelle weg kiezen. We
rijden langs de trimster (die echt heel leuk is constateren we nog in een split
second) en hebben ondertussen geen idee wat er aan de hand is. Bij het
reddingsboothuisje staan een paar auto’s en turen vogelaars over zee. Ik spring
uit de auto en Edwin de Weerd weet me te vertellen dat de Kokmeeuw kort geleden
langs gevlogen is richting de Robbenjager. Soepel spring ik weer in de auto en
Hans scheurt met een noodvaart naar het veld dat ligt tussen de Robbenjager en
de vuurtoren. Daar komen we als eersten aan en we scopen snel het natte weiland
af. Dan krijg ik een kleine meeuw met lichte kop in beeld. Mark ziet de vogel
op exact hetzelfde moment en de buit is binnen: Kleine Kokmeeuw!!
 |
| racen naar het veld waar de meeuw mogelijk zit |
Heel snel stromen dan van bijna alle kanten de vogelaars toe en is het feest. De meeuw
laat zich ondertussen fraai bekijken. Tijdens dat bekijken realiseer ik me
ineens dat dit mijn tweede Kleine Kokmeeuw in de WP is dit jaar, in april zag
ik al een vogel op de Azoren!
De vogel is druk aan het fourageren (door
te trappelen met zijn pootjes) en pikt insecten en vliegenlarven van het
wateroppervlak. Opvallend vaak wordt de Kleine Kokmeeuw daarbij door Kokmeeuwen
weggepest. Na een klein half uur is de show voorbij en verdwijnt de vogel weer
naar het wad.
 |
| feest! |
Wij kletsen nog wat na en verdwijnen dan ook. We ondernemen
nog een poging een Roodmus te horen te krijgen. Helaas heeft de Roodmus er geen
zin in en daarna proberen we nog de Zwarte Zeekoet in het NIOZ-haventje. Ook
deze vogel geeft niet thuis en we geven de pijp aan Maarten. We nemen de boot
van elf uur en na een voorspoedige reis ben ik om twee uur weer terug in het
Duitse land. Moe maar zeer voldaan kruip ik op de bank, om daar even later Nederland
te zien verliezen en de Duitsers zien winnen. Met gemengde gevoelens; ietwat
ontdaan en toch ook zeer tevreden kruip ik daarna in bed. We hebben dan wel
geen drie punten, ik heb er gelukkig wel één punt bij!