dinsdag 10 februari 2015

Es geht gut

Vanmorgen vroeg stapte ik de garage uit en hoorde een luide sissende, krijsende roep: Kerkuil. Nieuw voor de Antoniushof (zo heet de boerderij) tuinlijst. Dit was soort nummer 51, de laatste toevoegingen waren de afgelopen dagen Ooievaar, Keep en Slechtvalk.

Met uilen gaat het sowieso goed, elke avond en ochtend hoor ik meerdere Rans- en Steenuilen roepen. Hoewel aan de rand van onze tuin acht oeroude knotwilgen staan, is het voor mij nog steeds onduidelijk of Steenuilen ook echt in de tuin broeden. Daarom hebben we in januari in drie fruitbomen nestkasten geplaatst. Drie omdat Steenuilen blijkbaar gebruik maken van meerdere kasten. Eentje om te broeden en andere om te slapen. Dus drie van die pijpen gekocht en opgehangen. Het zal wel een kwestie van geduld worden, men wist mij te vertellen dat het lang kan duren voordat uilen van een kast gebruik gaan maken. Nou ja, maakt niet uit. We zien wel hoe het gaat lopen.


Twee van de drie nestkasten.

Waar het ook goed mee gaat zijn de Kramsvogels. In deze winter waren die er gewoon niet. Je zag af en toe een paar vogels vliegen en dat was het dan wel. Tot voor een paar weken. Op een ochtend zag ik ineens een groep Krammen overvliegen, en daarna nog eentje en nog eentje. ‘Hier is iets aan de hand’ dacht ik en dat was het ook. De hele ochtend vlogen ze laag over, in brede losse groepen tot wel 500 vogels. En nu zit het helemaal vol met Kramsvogels. Overal kom je ze tegen, in groepen tot wel 1500 vogels.

Wat je in deze tijd van het jaar ook tegenkomt (maar dan in veel grotere groepen) zijn ganzen. Bij ons zijn dat hoofdzakelijk Kolganzen met af en toe behoorlijke aantallen Rietganzen. Kenmerkend voor de tweede helft van de winter is de toename van het aantal Brandganzen. Eergisteren telde ik op ongeveer 3500 ganzen zo’n 30 Brandjes. Lijkt weinig, maar voor hier is dat een behoorlijk aantal. Voor velen is het geestdodend en oersaai: ganzen afkijken. Hoewel ik voor mijn broodwinning onderzoek doe aan ganzen en zwanen blijft het me boeien. Bij een grote groep ganzen staan en dan heel rustig alles afscopen. Zoeken naar die ene Roodhals, Kleine Riet of Dwerggans. Roodhalzen kom ik vrij regelmatig tegen, net als Kleine Rieten. Dwergganzen zijn mega, tot nu toe lukte het me nog maar twee keer eentje hier te vinden. En Rotganzen? Die zijn echt über-mega, die vond ik nog maar een keer. 

Ik heb het geluk dat ik maar een minuutje hoef te fietsen voor duizenden ganzen. Dus zodra ik een beetje tijd heb probeer ik wat groepen af te kijken. Deels voor halsbanden, maar eigenlijk nog meer voor de zeldzaamheden. Het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan… Eergisteren weer een leuke score, twee verschillende Kleine Rieten. Voor de liefhebber hieronder een zoekplaatje, waar zit die bijzonderheid?


1 opmerking: