Maandagmiddag komt de melding van een Steppekiekendief in de Ooipolder. De zoveelste van dit najaar, het is alsof de koek niet op kan. Eerst heb ik plannen de vogel te gaan bekijken maar als blijkt dat deze niet meer gezien is kies ik toch voor een bezoek aan de Kleyen.
Met de wind en de zon in de rug fiets ik die kant op. Als ik op de plek aankom waar ik een heel groot deel van de Kleyen kan overzien kijk ik even snel met mijn verrekijker. Direct vliegt er een kleine kiek door mijn beeld, de vogel maakt een draai en ik zie een lichte stuitvlek: ringtail! Ik zie dan de rossige onderdelen en alles slaat bij mij op tilt. Dit moet een Steppekiek zijn, dat kan niet anders. Ik probeer zo snel als ik kan mijn spullen uit te pakken en mijn statief neer te zetten. Ik moet die vogel beter bekijken, voordat die uit beeld is. Terwijl ik alles neerzet en met mijn fiets klungel komt er een auto aan, ik sta midden op de weg. Zuchtend pak ik alles op en zet het aan de kant van de weg weer neer... ondertussen kan ik alleen maar aan die kiek denken.
Ik heb eindelijk mijn scoop opgezet en mijn fiets aan de kant gezet (voor mijn gevoel duurde dit uren, in werkelijkheid misschien 100 seconden) en ik scoop over de velden: niets... Vertwijfeling en wanhoop nemen toe... ik moet die vogel te zien krijgen, het moet!! Ik scoop en scoop en dan ineens zie ik de kiek. Deze vliegt recht op me af en dan maakt de vogel vlak voor me een draai. Snel probeer ik alle kenmerken te zien. Ik meen geen boa te zien en ook geen witte handpennen. ‘Is dit dan toch een Grauwe Kiek?’ denk ik. Ik pak mijn vogelgids erbij en kijk het nog eens na. Omdat ik toch echt meen dat de boa en de zwarte halsvlek niet aanwezig zijn en omdat ik voorzichtig wil zijn (niet direct het zeldzaamste wil claimen) concludeer ik dat het wel een Grauwe Kiek moet zijn. Ik wacht tot het helemaal donker is geworden maar de kiek laat zich niet meer zien.
’s Avonds zit ik toch nog de hele tijd met gemengde gevoelens thuis. Ik kijk verschillende boeken na en wandel over het internet. Ik kom dan nogmaals tot de conclusie dat het een Grauwe Kiek moet zijn geweest, hoewel het ergens diep in me toch blijft knagen.
De volgende dag heb ik overdag geen tijd naar de Kleyen te gaan. Tot aan het einde van de middag zit ik bij een symposium. Pas om vijf uur (voor mijn doen erg laat) kan ik met mijn carpoolmaat koers zetten naar huis. We zijn nog geen 10 minuten onderweg of de telefoon gaat: Daniel Doer van de NABU in Kranenburg (Naturschutzbund Deutchland) heeft een Steppekiekendief gezien in de Kleyen! Hij heeft het voordeel dat hij het gebied mag betreden (een deel heeft een beschermde status) en heeft daardoor de vogel een paar keer goed kunnen zien, zowel zittend als vliegend. Dit kan niet anders dan ‘mijn’ vogel zijn, dus het was geen Grauwe maar toch een Steppe!
Natuurlijk baal ik van mijn fout, ik had de vogel toch goed moeten determineren? Maar ik ben toch ook blij dat het een Steppekiek blijkt te zijn en dat Daniel de vogel heeft teruggevonden. Met deze tegenstrijdige gevoelens worstel ik terwijl we naar Duitsland rijden. Thuis aangekomen pak ik direct mijn spullen en fiets zo snel als ik kan naar de Kleyen. Ik kom aan op mijn vaste stekkie, zet mijn telescoop neer en scan de weilanden. En dan blijkt direct aan de overkant van het weiland waar ik vlak voor sta – helemaal niet ver weg – een Steppekiek op een paal te zitten. Onmiskenbaar, precies zoals ik ze ondertussen zo goed ken van de foto’s. Ik pak mijn camera en wil een digiplaatje maken, maar de vogel blijkt gevlogen. Terwijl ik de omgeving weer scan zie ik de vogel van me af vliegen. De vogel vliegt over een heg en is uit beeld. Kort daarna komt de vogel weer in beeld en vliegt een rondje om daarna weer over dezelfde heg te verdwijnen. We wachten tot het bijna donker is geworden maar zien de kiek niet meer.
Op woensdag heeft een PhD van onze werkgroep haar promotie en ben ik de hele dag onder de pannen. Geen tijd om naar buiten te gaan. Gelukkig gaan een aantal Nederlandse vogelaars op zoek naar de vogel en – tot mijn grote opluchting – lukt het Harvey van Diek een aantal mooie foto’s te maken. Op donderdag ga ik dan zelf nog zoeken (en een drietal Nederlanders) maar de kiek wordt niet meer gezien. Of dit nu dezelfde vogel is als die van Persingen is een goede vraag. Persingen is hemelsbreed ongeveer 7 km van de Kleyen en het zou dus best mogelijk kunnen zijn dat het hier om dezelfde vogel gaat. Hopelijk kunnen foto’s hier duidelijkheid scheppen.
Vanzelfsprekend baal ik ervan dat ik deze Steppekiek eerst verkeerd determineerde. ‘Dat had ik toch goed moeten doen’ denk ik dan steeds, ‘dit is toch wel een beetje dom’. Aan de andere kant is het goed dat ik mezelf niet gek heb laten maken en er niet klakkeloos een Steppe van heb gemaakt. Ik twijfelde oprecht en ben van het meest ‘normale’ uitgegaan: Grauwe Kiek. En ook ben ik heel erg blij dat Daniel de vogel goed gezien heeft en de vogel juist determineerde. Maar nog veel blijer ben ik met het feit dat er een Steppekiek in de Kleyen heeft gezeten. Die voorspelling is uitgekomen, nu mijn andere voorspellingen nog – moet ik ze alleen wel goed op naam brengen ;-)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten