Dus Portugal. Twee weken naar het zuiden, niet alleen vanwege de zon maar ook omdat ik nog omkom in vakantie dagen. Ik moest dus een tijdje niet werken om van al die dagen af te komen. Er zijn ergere dingen, klopt.
We verbleven in het zuiden, de Algarve ten oosten van Faro, in een mooi huis vlak aan zee. Vogelen was daar leuk, veel overwinterende soorten zoals Zwartkoppen, Roodborsttapuiten en heel veel Tjiftjaffen en Zwarte Roodstaarten. Dan ook nog overal leuke soorten als Grauwe Gorzen, Kuifleeuweriken, Klapeksters, Rotszwaluwen en Europese Kanaries. Daarnaast temperaturen van ergens tussen de 20 tot 25 graden. Daarom dus twee mooie weken. Het is altijd een beetje spannend uit Nederland (of Duitsland in mijn geval) weg te gaan, je weet maar nooit wat voor klapper er nog gevonden gaat worden. Maar gelukkig bleef het heel rustig.
Een paar hoogtepunten? In willekeurige volgorde de volgende:
- Grote en Kleine Trappen in Castro Verde. Dit steppengebied is indrukwekkend, vanwege het landschap en ook vanwege de vogeldichtheden. Overal Kuif en Kalanderleeuweriken. Veel (Zuidelijke) Klapeksters, Kieviten en Goudplevieren. De Grote Trappen waren belachelijk eenvoudig te vinden, een kwestie van onder olijfbomen kijken. De vogels eten in deze tijd van het jaar olijven (geen slechte smaak!) en zijn in gebieden met olijfbomen heel makkelijk te vinden. Kleine Trappen zijn algemener maar veel moeilijker te vinden. Uiteindelijk vonden we een groep van ongeveer 65 vogels.
- Zwarte Roodstaarten. Klinkt vreemd, maar bleek toch bijzonder. Overal zitten ze, duizenden moeten er daar overwinteren. Na de Tjiftjaf de meest algemene vogel.
- Grote Jagers. Boven de zee overwinteren er daar tientallen. Zet je scoop ergens neer, kijk van links naar rechts over de zee en je ziet minimaal 7-8 Jagers rondhangen. Had dit totaal niet verwacht en vond het meer dan indrukwekkend.
- De zoutpannen en het inter-getijde gebied vanaf de Spaanse grens tot Faro. Veel stelten, Flamingo’s en bijzonderheden als Dunbekmeeuwen. Makkelijk vogelen, overal paadjes waardoor je heel eenvoudig heel dicht bij de vogels kan komen (die bovendien absoluut niet schuw zijn).
- Gezamenlijk jagen van twee Slechtvalken op een pieper (Gras?) boven zee. Nog niet eerder mogen meemaken, twee Slechtvalken die zo mooi samenwerken, de pieper maakte geen schijn van kans. De enige mogelijkheid die hij zag was zich in zee te laten vallen, om daar in no-time te worden opgevreten door Kleine Mantelmeeuwen. Triest maar zeer fraai.
Het absolute hoogtepunt voor mij was Cape St. Vincent. Dit is het uiterste puntje van zuid-west Portugal (en Europa). We arriveerden hier ’s morgens voor de grote drukte (zo rond half negen) en ik wist eerst niet zo goed wat ik allemaal mocht verwachten. Nou, dat was veel bleek al snel. Nadat ik nog maar heel even had rondgelopen bleek het er te wemelen van de Zwarte Roodstaarten en Roodborsttapuiten. Op de steile kliffen verbleef een Alpenheggenmus (dit is een bekende overwinteringsplek voor deze soort) en hingen meerdere Blauwe Rotslijsters rond. Boven de vuurtoren zweefden twee Slechtvalken. Daarnaast bleken er Jan van Genten in een constante stroom vanuit het noorden om de kaap naar het oosten te vliegen. Duizenden vlogen er op zeer korte afstand langs. Daartussen keilden heel veel Vale Pijlen met een enkele Kuhls en een fraaie Grote Pijl.Op dit alles kijk je dan vanaf ongeveer 70 m hoog neer.
Maar dat was nog niet alles, ik zag een groepje zangvogeltjes de oceaan op vliegen. Eerst dacht ik nog 'wat grappig, waar gaan die nu naar toe?' Maar al snel bleek dat het ene na het andere groepje Putters en Europese Kanaries vrolijk babbelend de zee opvlogen. Ik heb ze niet geteld maar het moeten er honderden zijn geweest (vogels natuurlijk, niet groepjes). Daartussen vlogen steeds kleinere en grotere groepjes Graspiepers, Veld - en Kuifleeuweriken, Vinken, Grauwe Gorzen en zelfs een eenzame Keep. Dat was misschien wel het meest indrukwekkendste; je staat op die hoge klif, aan het einde van de wereld met om je heen alleen maar Oceaan. En realiseert je dan dat al die kleine vogeltjes, zonder ook maar een moment te aarzelen, de vaste wal verlaten en de grote Atlantische Oceaan opvliegen. Vol goede moed, 'alles zal wel goed komen', dat stralen ze uit. Ik heb verschillende groepjes kunnen volgen tot ik ze in de scoop niet meer kon zien, en ze vliegen echt de zee op. Je realiseert je dat deze dappere vogeltjes minimaal 400 km moeten vliegen voordat ze het vasteland van Marokko bereiken. Als ze dat al ooit bereiken. Met onzag en vol verbazing stond ik ernaar te kijken. En dat terwijl om me heen de toeristen foto's stonden te nemen van de vuurtoren, de kliffen en vooral elkaar. Hadden geen enkele idee (en benul) van wat er om hen heen allemaal afspeelde.
Het moet toch een vrij normaal fenomeen zijn daar, die trek de Oceaan op. Kan me niet goed voorstellen dat ik getuige ben geweest van een eenmalig verschijnsel.









Geen opmerkingen:
Een reactie posten