Het is bijna half vijf als eerste Mark Zekhuis en daarna Hans Pohlmann komen aanrijden. Met deze twee mannen vorm ik voor vandaag een illuster trio. We waren één keer eerder gezamenlijk op stap, toen ging de reis naar Vlieland, voor de Waterlijster. Dit keer gaat de reis naar een ander Waddeneiland, Texel. Maar deze keer is het ook een Amerikaan die we dolgraag op onze lijsten willen bijschrijven; de Kleine Kokmeeuw. De stemming zit er direct goed in, vele flauwe grappen worden gemaakt. Net voor de Afsluitdijk zien we een bekende rijden, Bart Jan Prak die met een brede glimlach ook naar Texel onderweg is. We zwaaien, lachen een beetje schaapachtig naar elkaar en vervolgen onze weg.
Het is kwart over zes als we aankomen bij het veer. Hier staan al een aantal auto’s met vogelaars te wachten. Het is gezellig en bovenal bijzonder goed zo veel bekenden weer eens te zien. Al snel kunnen we de veerboot oprijden en dan maakt een bekend vogelaar een briljante grap: hij stapt door de spanning en algehele opwinding in de verkeerde auto en wil daarmee wegrijden… Stomverbaasd kijken de vogelaars in deze auto naar de vreemde man die bij hen in de auto stapt… Gelukkig komt deze persoon snel achter zijn ‘foutje’ en stapt daarna snel in zijn eigen auto. Op de boot drinken we koffie en eten gevulde koeken. Er heerst een beetje spanning, maar eigenlijk heeft iedereen een goed gevoel bij de Kleine Kokmeeuw. Gisteren werd de vogel een paar keer op zijn favoriete akker gezien, er is geen enkele reden te bedenken waarom dit patroon vandaag niet herhaald zou kunnen (moeten!) worden.
Op Texel rijden we in een lange kolonne naar de befaamde akker. Hans parkeert de auto niet aan de rand van de weg maar zet ‘m tactisch neer. Zodanig dat we via twee routes naar de Robbenjager (is de vogel ook onregelmatig gezien) kunnen rijden, is het altijd mogelijk de snelste te kiezen. Dan begint het wachten. Op de akker komen steeds meeuwen aan, die zitten daar dan even en vliegen weer weg. De vele grappen die we maken worden steeds meliger en tegelijkertijd ook beter. ‘Wachten is goed voor de creativiteit’ bedenk ik me. We mogen ondertussen een keer de auto uit, de dijk op en de regen in. De meeuw is blijkbaar langsvliegend gezien, maar ondanks verwoede pogingen niet meer terug te vinden. Al snel kruipt iedereen weer in zijn auto, het is koud, het regent pijpenstelen en de wind is snoeihard. Niet echt het weer om gezellig op een dijk te gaan zitten.
Het wachten gaat verder en de meeuwen blijven zo nu en dan komen en weer gaan. Ondertussen zorgt eerst een bus en het coördineren en verplaatsen van auto’s zodat de volgende bus er langs kan voor de nodige vertier. Daarna zorgt een lege accu en het gedoe daar omheen voor een aangename en een langs rennende trimster voor een nog aangenamere onderbreking. Je hoeft je langs deze akker geen seconde te vervelen! Dan is er ineens beroering, een auto claxonneert – Hans start direct de auto - en rijdt daarna weg. Onze chauffeur wacht geen seconde en we spurten achter de auto aan. Zoals ik schreef, we staan tactisch geparkeerd en kunnen dus voor de snelle weg kiezen. We rijden langs de trimster (die echt heel leuk is constateren we nog in een split second) en hebben ondertussen geen idee wat er aan de hand is. Bij het reddingsboothuisje staan een paar auto’s en turen vogelaars over zee. Ik spring uit de auto en Edwin de Weerd weet me te vertellen dat de Kokmeeuw kort geleden langs gevlogen is richting de Robbenjager. Soepel spring ik weer in de auto en Hans scheurt met een noodvaart naar het veld dat ligt tussen de Robbenjager en de vuurtoren. Daar komen we als eersten aan en we scopen snel het natte weiland af. Dan krijg ik een kleine meeuw met lichte kop in beeld. Mark ziet de vogel op exact hetzelfde moment en de buit is binnen: Kleine Kokmeeuw!!
![]() |
| racen naar het veld waar de meeuw mogelijk zit |
![]() |
| feest! |


Geen opmerkingen:
Een reactie posten