vrijdag 19 april 2013

Peter in Norwegen I

En toen was het eindelijk voorjaar en toen kon ik eindelijk genieten van de tuin en het mooie weer en toen kwamen eindelijk zomervogels en ging het allemaal los... en toen ging ik naar Noorwegen.

Niet dat het erg is naar Noorwegen te gaan, maar het voelt toch anders dan normaal. Dit omdat het na die hele lange koude maand Maart het eindelijk mooi weer werd. Eindelijk werd het warmer dan een graad of zeven en had je het idee dat het echt voorjaar aan het worden was.

In Zyfflich en omgeving was dat ook goed te merken, dat het voorjaar aan het worden was. Boerenzwaluwen vlogen weer boven het dorp, de eerste Gele Kwikken vlogen over en in de Kleyen zong de eerste Fitis. Leuk waren ook de Beflijsters die ik tegenkwam, een man en een vrouw in de direct omgeving van Zyfflich, en toen ik zondagmorgen uit het raam keek zaten er twee manen op het grasveld direct voor ons huis. Op exact dezelfde plek als het vorige jaar en ik durf te wedden dat het exact dezelfde vogels zijn...

Maar goed, het werd voorjaar en ik vertrok naar Noorwegen. Niet voor een vakantie, maar voor mijn werk. Het gaat dit keer om Kleine Rietganzen, hier doen we al langere tijd onderzoek aan. Deze ganzen hebben, als ze vanaf Denemarken naar Svalbard, vliegen twee stop-over sites in Noorwegen, eentje in het midden en eentje in het noorden. Die in het midden ligt bij Trondheim, Nord-Trøndelag.Waarom wij hier dan zijn, we willen graag weten wat de ganzen hier eten en hoeveel. Hoe efficient ze eten en hoeveel energie ze kunnen opnemen van hetgeen ze eten. Als de ganzen hier aankomen eten ze eerst van geoogste graanakkers. Deze akkers zijn geoogst in de herfst en op die akkers liggen nog graanresten. We kijken hoeveel er nog op die akkers ligt (we tellen dus letterlijk de graankorrels) en verzamelen graankorrels en keutels.We meten hoeveel energie er in het graan en in de keutels 'zit', en hiermee kunnen we uitrekenen hoeveel energie de ganzen uit het graan halen.

De graanakkers worden door de boeren geploegd, terwijl de ganzen nog hiervan eten. Als die akkers niet meer beschikbaar zijn, switchen de ganzen naar gras. Dus we gaan straks ook naar gras kijken, hoeveel eten de vogels daar en hoeveel energie is er uit dat gras te halen. Daarvoor zijn we hier en daarvoor breng ik dus vele uren in het veld door.We kijken naar de tijdbudgetten van de vogels en maken daarom gedurende de hele dag protocollen van 30 minuten. Dan kijken we heel precies hoeveel droppings een vogel produceert en we maken elk heel uur een scan van een grote flock ganzen. Dan kijken we wat elke gans precies doet (eten, slapen, poetsen, kijken, rusten, etc). Al die gegevens bij elkaar geeft een goed beeld hoe belangrijk dit gebied voor de Kleine Rietgans is en op welke manier de vogels dit gebied gebruiken.






Qua vogelsoorten is het hier een beetje mager. Op de fjord kom je veel Eidereenden, Zee-eenden en Roodkeelduikers tegen en dat is het dan wel. Zo nu en dan vliegt er een Zeearend langs en af en toe een Raaf. Met zangvogels is het helemaal triest, daarvan kom ik alleen maar wat mezen en vinken tegen. Niet heel erg spannend dus. Vandaag had ik dan eindelijk een leuke waarneming, tussen de duizenden Kleine Rieten zat een Kolgans, voor hier erg leuk. Maar dat is het dan ook...

Desalniettemin is het hier heerlijk.Het zijn lange dagen - van 's morgens zes tot 's avonds negen - en het is koud en nat, vandaag 4 graden en natte sneeuw. Toch zijn dit soort tripjes een voorrecht, en gelukkig maak ik nog regelmatig dit soort trips. Blijven toch bijzonder dat je dit je werk mag noemen!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten