Het is precies 4 uur als ik de tuindeur openmaak en even de tuin in loop. In het oosten is het al een beetje licht aan het worden. In Estland noemt men de nachten rond de kortste nacht ‘witte nachten’, en ik bedenk me dat dit ook wel hier van toepassing is. Er klinkt een oorverdovend koor van Merels en Zanglijsters. Leuk is de Gekraagde Roodstaart die hier tussen door zit te zingen. Niet heel erg luid maar wel onmiskenbaar. Ik ga weer naar binnen, maak koffie en zoek mijn spullen bij elkaar. Bij die spullen hoort vandaag ook een waadbroek. In het gebied (dat de Emmericher Ward heet) zijn maar twee of drie kleine paden. Je loopt dus voor een deel dwars door de meuk en die meuk bestaan uit enorme brandnetelvelden. Niet dat het gebied nu alleen uit brandnetelvelden bestaat maar zo nu en dan moet je er dwars doorheen. En om in een normale broek door bijna 180 centimeters hoge brandnetels te lopen, dat gaat gewoon niet. En dat is dan nog maar een deel van het gevaar. Het andere deel komt door de stieren. De Ward bestaat deels uit extensief beheerde weilanden. Extensief, maar wel met koeien en dus ook stieren. Nu zijn Hollandse stieren al geen pretje… maar wat te denken van Duitse…
Goed, genoeg over al die gevaren. Terug naar de vogels. Het eerste gedeelte van de vroege morgen verloopt ontspannen. De stieren weet ik te ontwijken door mijn route zo te lopen dat ik niet door de weilanden die ze onveilig maken heen hoef. Qua vogels is het onderhoudend, veel Geelgorzen, Roodborsttapuiten, Grasmussen en Bosrietzangers. Op diverse plekken zitten in ruige overhoekjes Sprinkhaanzangers te zingen.
Na het weilandse deel loop ik door naar de oever van de Rijn. Het water staat heel erg laag, lager dan ik ooit heb meegemaakt. Direct aan de Rijn ligt een kleine plas met hier omheen de genoemde brandnetels. Tevens staan hier veel wilgen en is er een soort ooibos. Als ik bijna bij de plas ben zie ik een Ooievaar staan. En nog één en dan nog één. Dat gaat zo door tot ik in totaal 19 Ooievaars tel. De plas is door de droogte voor een belangrijk deel drooggevallen en op een kiezelbank staan al die Ooievaars bij elkaar. Ze trekken zich van mijn gegluur weinig aan en blijven rustig staan. Ik had in het gebied al eens eerder overvliegende Ooievaars gehad (niet ver hier vandaan is een broedpaar) maar 19 vogels… daar kijk ik toch wel even van op. Ik laat de vogels maar rustig staan en pas als ik een heel eind verder ben zie ik een paar Ooievaars langs me vliegen. Blijkbaar zijn ze opgevlogen (misschien geschrokken van iets?). Niet alle vogels blijven bij elkaar, een deel vliegt stroomafwaarts en een deel stroomopwaarts.
Na heel veel geploeter door die immense velden met brandnetels ben ik zo tegen 10 uur bijna klaar. Ik zit aan de rand van de plas in mijn vieze waadbroek die van binnen nat is van het zweet. Het is warm en ik ben moe. Een Zwarte Wouw draait loom zijn of haar rondjes boven de plas. Ik drink mijn koffie en geniet met volle teugen als plotseling een roofvogel boven de andere kant van de plas verschijnt. De vogel vliegt recht op me af en al vanaf het eerste begin is het duidelijk, dit is geen Buizerd maar een Wespendief. En zo vliegt er dan als een mooie bonus een adulte Wespendief vlak over me heen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten