Het is vrijdagavond zo tegen een uur of zes als ik naar buiten stap. Ik ga op het terras op de grond zitten om mijn schoenen aan te doen en op hetzelfde moment beginnen de druppels om me heen neer te vallen. Regen! ‘Dit kan toch niet waar zijn’, denk ik. Moedeloos laat ik mijn hoofd hangen. De hele godganse dag is het droog en schijnt zelfs de zon, en op het moment dat ik naar buiten wil, regen. Een beetje boos zit ik een tijdje op de grond terwijl het licht regent. Had de buienradar het dan toch mis? De lucht ziet er donker uit, maar ook niet heel erg donker. Ik besluit gewoon op stap te gaan, ik heb geen zin me door een beetje water te laten tegenhouden. Ik wil nog een keer twee van de gebiedjes die ik help inventariseren bezoeken. Kijken of ergens nog Kieviten met jongen te vinden zijn.
Ik stap dus op de fiets en fiets met goede moed de wijde Düffel in. Echt hele spectaculaire dingen verwacht ik niet tegen te komen, maar maakt dat wat uit? Het is al heerlijk er even uit te zijn, te genieten van de rust en de waanzinnig mooie luchten. De regen druppelt ondertussen rustig verder, maar echt nat worden doe ik niet. Ik fiets naar het eerste kartiergebied, dat net ten zuiden van Mehr ligt. Hoewel er op vogelgebied niet zo heel erg veel te beleven valt vermaak ik me prima. Het blijkt namelijk een prima avond te zijn voor Kwartels. Terwijl ik mijn route fiets hoor ik de ene na de andere vogel roepen. Ik zet ze allemaal keurig op mijn kaart, hoewel dat niet altijd meevalt. Het is lastig te bepalen waarvandaan de vogels precies roepen. Maar ik doe mijn uiterste best en kom veel vogels tegen. Aan het einde van de avond blijk ik zo rond de 20 roepende vogels te hebben ingetekend. Het moet een topje van een enorme Kwartel-berg zijn. Als de regen een beetje te heftig aan het worden is en ik op een gegeven moment ergens sta te schuilen, hoor ik eerst geen vogel, en dan na een minuut of vijf ineens drie roepen. Ik denk dat in elk veld wel een Kwartel zijn of haar ding zit te doen, dat kan bijna niet anders.Voor de rest kom ik niet veel bijzonders tegen, totdat ik bij een groot veld met koolzaad kom. Hier blijkt dat een enorme groep Kneuen, Groenlingen en Putters zich goed zit te doen aan het zaad. De vogels tellen blijkt bijna onmogelijk, ze zitten gewoon overal. Ik kom in ieder geval uit op zo’n 75 Groenlingen en evenveel Kneuen en Putters en dat zal zeker een minimum schatting zijn. Grappig en leuk om in de gaten te blijven houden.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten