Op die fiets is het heerlijk, er is niet veel wind en eigenlijk is het helemaal niet koud. Ik fiets mijn vaste rondje om het dorp. Heel schokkend is het niet, ik moet het doen met kleine krenten in de ochtendpap (zoals Grote Zilver, mooi jagende Boomvalk, man & vrouw Roodborsttapuit met een aantal kleintjes). Het valt me wel op dat ik ineens veel meer Grauwe Ganzen zie en hoor. Of die nu klaar zijn met ruien en weer meer de weilanden en akkers opzoeken? Tot de leukere krenten behoren zeker de Kwartels die ik her en der hoor roepen. In totaal tel ik er een stuk of 5. Wel kom ik nog een bijzondere krent tegen. Terwijl ik sta te turen naar een ver vogeltje hoor ik ineens in de maïs naast me wat bladeren en takjes ritselen. Ik kijk en probeer er achter te komen wie of wat hiervan de veroorzaker is. Ik zie niets en blijf wanhopig zoeken. Dan ineens loopt er een vogel uit de maïs de weg op. De vogel kijkt me vol verbazing en schrik aan en zet het op een rennen. Het blijkt een heuse Pauw te zijn! Ik pak snel mijn camera en maak een aantal foto’s. De vogel rent van me weg en blijft na een goede 50 meter staan. Wantrouwig loert hij naar mij terwijl ik hem in mijn verrekijker bekijk. Erg fris en vrolijk ziet deze Pauw er niet uit, zijn staartveren zijn bijna compleet afgesleten. Hij kijkt me nog een keer aan, doet een paar stappen in de richting van het maïsveld en is even plotseling verdwenen als hij tevoorschijn kwam. ‘Leuke soort voor op mijn escape-lijst’, bedenk ik me nog en vergeet het voorval daarna maar snel.


Overdag ben ik de hele dag in de tuin, eerst wat klusjes en daarna met het nieuwste boek van John Irving. Ik vermaak me prima en blijf stug omhoog kijken, ik hoop nog steeds op een overvliegende Zwarte Ooievaar. Natuurlijk komt die komt niet over, wel een handjevol Buizerds, een paar Boomvalken en een Witgat. Leuk is dat als ik ’s avonds nog een keer een rondje fiets ik nog een keer een overvliegende Witgat heb. Nadat ik sinds begin juni geen Witgatten meer gezien heb, lijken ze nu terug te komen uit de broedgebieden. Verder heb ik ’s avonds weer een fiks aantal Kwartels. Hoewel het ondertussen wel wat laat in het seizoen is kunnen dit mannetjes zijn die op zoek zijn naar nieuwe vrouwtjes (na het begin van het broeden wordt het mannetje Kwartel verdreven en gaat opzoek naar een nieuw vrouwtje. Een vrouwtje kan tot wel vier maal van man wisselen tijdens het broedseizoen).
Ik heb ondertussen al een paar keer de vraag gekregen waarom ik tegenwoordig bijna alleen nog maar vogels kijk in Duitsland en niet in Nederland. Ik heb eens over deze vraag nagedacht en heb twee antwoorden.
Ten eerste begin ik het steeds prettiger te vinden te vogelen op plekken en in gebieden waar niet veel andere vogelaars komen. Het is veel leuker op stap te gaan in een gebied waarvan je redelijk zeker weet dat er die dag nog niemand geweest is. In de periode dat ik in Almere woonde vogelde ik veel in de Oostvaardersplassen en dat was op een gegeven moment niet meer leuk; simpelweg vanwege het feit dat op elke uitkijkheuvel of in elke vogelhut er al iemand stond vogels te kijken. Het enige wat je dan kon doen was erbij gaan staan en stiekem een beetje hopen dat die persoon iets gemist had. Of heel vroeg op staan en dan voor dag en dauw de OVP ingaan, voor dat laatste koos ik dan meestal. Bovenstaand probleem heb ik niet in de omgeving van Zyfflich. Daar komen niet veel vogelaars en heb ik alles nog ‘voor mezelf’.
Ten tweede is er met betrekking tot het voorkomen van vogels nog niet veel bekend. Aan de Nederlandse kant (Ooipolder en het Nederlandse deel van de Duffel) is heel veel bekend. Je weet precies waar je wat kan tegenkomen of dit is vrij eenvoudig uit te zoeken. In het Duitse deel van de Duffel is dit beeld heel anders; daar is niet alles bekend en is niet alle informatie eenvoudig op te zoeken. Dat maakt het vogelen hier bijzonder spannend. Tevens is het volgens mij belangrijk dat meer bekend wordt over de (aantallen) vogels die je in deze gebieden kan tegenkomen. Natuurlijk is er wel wat bekend maar het is toch wezenlijk anders dan aan de andere kant van de grens.
Natuurlijk weet ik dat het ontdekken van een goede soort in Nederland toch veel meer tot de verbeelding spreekt dan het ontdekken van iets leuks in Duitsland. Maar wees eerlijk, voor wie vogel je eigenlijk? Dat doe je toch hoofdzakelijk voor jezelf en het moet dan toch niet uitmaken waar je iets ontdekt? Je ziet dat ik niet helemaal stellig ben, het maakt toch wel een heel klein beetje uit waar ik iets ontdek. Maar niet genoeg en daar gaat het in dit geval om!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten